Jonge goden met lef in de toneelzaal

Jeugdtheater: Herkules, door Toneelgroep Amsterdam. Tekst: Oscar van Woensel. Regie: Hein van der Heijden, Spel: Benjamin Asamoah, Tessa de Baat, Renske Gerstel e.a. Gezien: 3/1, Transformatorhuis Amsterdam. Aldaar t/m 24/1. Inl. (020) 627 90 70.

De oppergod denkt na. Op de Olympos is het lekker warm, maar de mensen beneden vallen ten prooi aan monsters en ziektes. Een kranige beschermheer hebben ze nodig. Zeus besluit zelf even een held te gaan maken, schaft zich een vermomming aan en daalt af naar de aarde. In de gedaante van haar minnaar bevrucht hij de maagd Alkmene (Tessa de Baat). Haar wulpse, maar nog onschuldige lijf rolt van extase bijna van haar immense zilveren hakken.

Net als in het vorige seizoen koppelt Toneelgroep Amsterdam een jongerenvoorstelling, gespeeld door vijftien- tot twintigjarigen, aan een productie uit het reguliere repertoire. De bedoeling is te laten zien dat theater er niet alleen is voor pensioengerechtigden.

Op 22 januari gaat Herakles van Euripides, geregisseerd door Titus Muizelaar, in première. Maar afgelopen zaterdag werd de Held van de Twaalf Werken reeds geboren, onder de naam Herkules, in het regiedebuut van acteur Hein van der Heijden. De eigentijdse versie van het stuk werd geschreven door Oscar van Woensel.

Eerder schreef Van Woensel ondermeer de soepele, modieuze jongerenvoorstellingen Varkens en Part Two voor het beginnende gezelschap Het Syndicaat. Ook nu zijn zijn teksten doorspekt met Engelse kreten en, vooral seksuele, krachttermen. Zeus beklaagt zich over de 'klotegiganten', Herkules' keurige echtgenote biedt op zijn tirade aan hem even te pijpen. Van Woensels figuren spreken afwisselend, en in een razend tempo, van 'samen één worden', 'offeren aan Venus', 'bonken' en 'fleppen', 'flenzen', 'ketsen' en 'kezen'. Vaak zijn dit soort uitlatingen geestig, maar af en toe vergaloppeert Van Woensel zich. Als Hera voor de zoveelste keer moet opgaan in jaloerse razernij en alweer dingen roept over wie de grootste 'kut aller kutten' is, gaapt de zaal.

De twaalf jonge acteurs van Herkules komen uit het hele land. Lef, plezier en jeugdige overmoed spatten van de speelvloer. Als een revue worden de Twaalf Werken gebracht, onder leiding van een quizmaster met roze glitters op zijn revers, met cheerleaders, lullige discodansjes en rap.

Niet iedereen is steeds even verstaanbaar en overtuigend, maar de mengeling van ontwapenende naïeviteit en agressie in het spel blijft boeien. Bovendien hangt in de zaal een sfeer van milde welwillendheid, de neiging tot lachen. De jeugdige leeftijd van de acteurs blijft, bij de meesten, in het oog springen. Het doet denken aan vroeger, in de aula.

Het Oppergodenkoppel vormt een uitzondering. Yorick Zwart als Zeus en Patricia Goedhart als Hera blinken uit. Volkomen overtuigend is Goedhart als het brein achter de beproevingen van Herkules. Niet eerder zag ik iemand zo intens smalen en haten. Zwart acteert meer naturel, als een burgerlijk huisvader, gesteld op zijn natje en zijn droogje. Af en toe maakt hij een slippertje, zijn vrouw moet niet zeiken en alleen als het echt nodig is, hult hij zich even in zijn godenmantel en smijt desnoods met wat bliksems.