In het voetspoor van Konstantin Paustovski; Ach, Gorodisjtsje

Een gedeelde liefde voor het werk van Paustovksi hoeft nog niet te leiden tot een gedeelde voorkeur voor bepaalde bedden, maar wie kiest voor de luxe van Odessa Hilton heeft ongelijk. Vlooien, kou en geen afspraak die wordt nagekomen, en toch: 'Hoe kun je nou Paustovski lezen als je niet de Sovjet- mentaliteit hebt leren kennen die de ondertonen van zijn boeken zo nadrukkelijk heeft bepaald?'

In een veldbed onder een gewatteerde jas slapen, in het schuurtje van de vuurtorenwachter, of toch maar in een air-conditioned kamer in een vijfsterrenhotel in Odessa. Het uur van de waarheid van de eerste Nederlandse Paustovski-reis vindt twee dagen voor het in het programma aangekondigde feestelijke slotbanket plaats. Met een oude bus is het 28 man sterke gezelschap in zeven dagen van de Oekraïense hoofdstad Kiev naar een slank wit vuurtorentje aan de kust van de Zwarte Zee afgezakt. Het baken, zo weten de leden van het lokale Paustovski-comité die in Odessa zijn opgestapt te vertellen, heeft een cruciale rol gespeeld in het leven van de in 1968 op 78-jarige leeftijd gestorven schrijver. In zijn memoires heeft Konstantin Paustovski beschreven hoe hij hier, in San Chejka, ten tijde van de Russische hongersnood een in de steek gelaten meisje onderbracht. Het fragment is ons in de bus voorgelezen. Maar veelzeggender is misschien dat de schrijver aan het eind van zijn leven, toen hij in een datsja in de buurt van Moskou woonde, nog elk jaar naar dit plaatsje terugkeerde.

In ons reisgezelschap bevindt zich de inmiddels bejaarde zoon van de schrijver, Dima (Vadim). Hij heeft ons de hele weg door toelichting gegeven bij de plaatsen die we bezochten. Voor in de bus gezeten heeft hij uitgelegd hoe zijn vader steeds weer 's zomers naar de vuurtoren kwam. Het was één van zijn lievelingsplekjes, en dat bleef het tot hij teveel last van zijn astma kreeg om er nog van te kunnen genieten. Na 1964 werd het hem te benauwd in het hete zuiden en liet hij de Zwarte Zee, waarover hij zoveel verhalen schreef, in de steek.

Inmiddels staat Paustovski's vuurtorentje op de uiterste rand van een diepe afgrond. Elk jaar, zo laat de vuurtorenwachter zien als we achter elkaar de wenteltrap op zijn opgeklommen, kalft de zee drie meter van de kust af. Binnen acht jaar moet het bouwwerk in de Zwarte Zee verdwenen zijn. Drie jaar later gevolgd door zijn vuurtorenwachtershuisje.

Het moet letterlijk het laatste restje van Paustovski's paradijs zijn. Op scheefgezakte bordjes bij het hek staat dat we ons op streng verboden defensieterrein bevinden. Een trapje leidt inderdaad nog naar een geheimzinnige bunker onder de grond en uit een verzakte militaire truck rijst een tien meter hoge antenne op in de vorm van een omgekeerde paraplu. Maar dat versterkt vreemd genoeg alleen maar de indruk van een niemandsland waar de tijd al heel lang heeft stil gestaan.

De eerste reizigers laten zich met een weldadige zucht in het hoge gras zakken. Terwijl twintig meter lager de branding dreigend over een smal reepje strand schuurt staat op de rand van de klif alles nog optimistisch in volle bloei. De door het Nederlandse reisbureau Russia Travel bijeengebrachte groep heeft het laatste stukje tot de vuurtoren te voet afgelegd en ziet uit naar een provisorische lunch. Op een inderhaast aangesleepte plastic tafel worden de in Odessa gekochte watermeloenen gelegd. Pakjes vleeswaren gaan open. Flessen wijn, tomaten, reusachtige platte broden.

Maar wat gebeurt er daarna? De Nederlandse Paustovski-vertaler Wim Hartog die de reis samen met zijn van oorsprong Russisch-Oekraïense vrouw Oxana begeleidt, heeft de groep democratisch voor de keus gesteld. Willen we de nacht aan zee doorbrengen, en beleven wat Paustovski hier zeventig jaar eerder moet hebben beleefd? We zouden bijvoorbeeld kunnen slapen in het twee kilometer verder gelegen voormalig socialistische vakantieoord De Gouden Aar. Hartog doet zijn best zijn plannetje zo romantisch mogelijk voor te stellen. We kunnen straks een mooi groot vuur maken, met een barbecue, en met zijn allen zwemmen in de Zwarte Zee.

Of willen we - een tweede optie - toch maar liever met de bus terug naar het luxe-hotel in Odessa, waar we de voorafgaande nacht hebben geslapen?

Vuurtorenarrangement of Odessa Hilton? Het moet het dilemma zijn van menige reis in het voetspoor van een geliefde schrijver. De Nederlandse Paustovski-groep, waarin zowel energieke dertigers als bejaarden meereizen is innerlijk diep verdeeld. Sommigen kan het niet authentiek genoeg zijn, terwijl anderen een huivering bevangt bij het vooruitzicht weer een nacht vol ontberingen te moeten doorstaan. De afgelopen nacht hebben de meesten voor het eerst sinds de reis een week geleden begon goed geslapen. Niet met zijn drieën op een kamer, zonder water of wc. En geen tien jaar oude pop-muziek die je tot na middernacht uit je nachtrust houdt.

Sommige mensen gaan met vakantie om uit te rusten. Een meereizende geschiedenisleraar moet over twee dagen weer fit voor de klas staan en twee Belgische architecten bedenken met zorg dat ze meteen na thuiskomst een belangrijke tentoonstelling moeten inrichten.

In de bus op weg naar San Chejka is het - niet voor het eerst - tot een hevige woordenwisseling gekomen. “Wat staat ons nu weer te wachten, Wim?” Of liever: wat staat de groep allemaal niet te wachten? Want als er een ding is waarover de romantici en de sceptici het eens zijn dan is het dat er nog bijna niets is uitgekomen van alles wat er door het reisbureau in het vooruitzicht is gesteld. De folder beloofde een 'literair diner' met de vertaler, wandeltochten door Kiev met de zoon van de schrijver, een lunch in het gymnasium waar de schrijver begin deze eeuw studeerde, overnachtingen “in herbergen en bij boeren” en lunches op oude binnenplaatsen. Daar is niet veel van terechtgekomen. “Ik neem dit niet langer, uit respect voor mezelf” aldus een van de architecten in een ongewoon emotionele uitbarsting.

Vertaler en reisleider Wim Hartog doet van zijn kant zijn best de vele teleurstellingen juist als illustraties van de Paustovskiaanse levensfilosofie te zien. Verschillende keren per dag leest hij of een van de medereizigers energiek toepasselijke stukken uit de memoires voor, om aan te geven in wat voor primitieve wereld de schrijver leefde. Het gaat er op deze reis niet om te zien of alles er nog zo uitziet als Paustovski het beschreef. Het gaat er om te leren kijken met de ogen van Paustovski. Te ervaren hoe hij in het Rusland en de Oekraïne van zijn tijd zijn weg zocht en zich steeds weer wist te redden.

Pagina 22: Aan het begin van Verre jaren, het eerste deel van de memoires, herinnert de schrijver zich hoe de pastoor aan het graf van zijn vader over de onbereikbaarheid van het aards geluk preekt. “Mijn hart kromp ineen”, schrijft Paustovski, en hij memoreert hoe hij dit gevoel later nog vaak zou hebben, wanneer hij iemand tegenkwam die “was vastgelopen door het in gebreke blijven van de menselijke samenleving.” Paustovski beschreef niet de werkelijkheid zoals deze was, en hij maakte deze ook niet klakkeloos mooier. In plaats daarvan probeerde hij voelbaar te maken in wat voor samenleving hij was terechtgekomen. Op drift geraakt door grootse verwachtingen die zouden uitlopen op een tragedie. Maar die tragedie zelf en de oorzaken ervan werden nauwelijks uitgesproken. Paustovski, zo probeert Wim Hartog ons duidelijk te maken, vond het belangrijker om met zijn boeken een cultuur en een humane levensinstelling door te geven dan om met felle aanklachten kamikaze te plegen.

Maar hoeveel moet je in de welvarende jaren negentig voor de reconstructie van zo'n levensinstelling overhebben? Dat is de praktische vraag waarvoor de groep staat. En als zo'n reconstructie al mogelijk is, moet dat dan nu, en in groepsverband? Een gedeelde liefde voor iemands boeken, zo blijkt, hoeft nog niet tot een gedeelde voorkeur voor bepaalde bedden te leiden. De democratische besluitvorming die de reisleiding op zijn Nederlands voor ogen heeft, maakt dat overduidelijk.

Over de nachtrust in San Chejka hoeft niemand zich zorgen te maken, zo wordt beloofd. Er wachten de groep dit keer echte bedden, met voldoende dekens. Maar wie gelooft dat? Iedereen herinnert zich hoe vier dagen eerder, op een ander lievelingsplekje van Paustovski, het gezelschap in een prachtige tent zou worden ondergebracht. Het zou, zo beloofde Wim Hartog op de weg ernaartoe, een van de hoogtepunten van de reis worden. De dorpsbewoners uit Gorodisjtsje, een miniem gehucht ten zuiden van Kiev waar de familie van Paustovski een landgoed had, hadden een reusachtige tent van het Rode Leger, die plaats bood aan meer dan vijftig mensen. Deze zou voor ons worden opgezet aan de oever van het riviertje de Ros, waar Paustovski's vader aan het begin van de memoires begraven wordt.

Het is een verhaal dat iedere rechtgeaarde Paustovskiaan uit zijn hoofd kent. De schrijver herinnert zich hoe hij in de hoogste klas van het Gymnasium in Kiev zit, als 's winters het telegram komt dat zijn vader op sterven ligt. In allerijl organiseert de 17-jarige scholier een koetsier en een Poolse pastoor. Maar o wee, vlak bij het landgoed aangekomen merkt hij dat het ijs is gaan kruien. De koets kan ternauwernood een smalle dam over, de golven slaan er met geweld overheen.

Het is een prachtige scène, waarin Paustovski onmiddellijk laat zien hoe hij in enkele bladzijden een veelheid van emoties weet te bespelen. En daar, bij die dam zou de reuzentent komen, met de opening naar het graf dat, zoals de volgende dag blijkt, nog altijd op de plaats ligt die het boek noemt: “met een weids uitzicht over de bossen aan de andere kant van de Ros tegen het gebroken wit van de maarthemel.”

Was het maar waar. Als tegen het vallen van de avond een paar dorpelingen uit het gehucht met een paar grauwe, vergane lappen zeildoek aan komen slepen, en die met veel geruzie over stokken en touwtjes proberen te draperen, begrijpt zelfs de meest verdwaasde Paustovskiaan dat daaronder nooit 28 mensen zullen kunnen slapen, laat staan de vijftig die in de bus waren genoemd.

Hoe de anderen de nacht in Gorodisjtsje hebben geslapen, is de volgende ochtend in geuren en kleuren aan het ontbijt verteld. Mijn eigen nacht, naast een bejaarde huisarts met wie ik rond middernacht op drie tegen elkaar geschoven kinderbedjes in een kleuterschooltje werd neergelegd, zal ik in ieder geval niet gauw vergeten. Als we het schooltje binnenkomen schieten een paar muizen weg. Voor het slapen gaan moet er eerst een fles Grand Marnier worden ontkurkt om vergetelheid te vinden. En midden in de nacht hoor ik hoe een medereizigster die met haar vriendin drie andere bedjes beslaapt door het donker schuifelt om ergens over te geven.

Ach, Gorodisjtsje. Achteraf gezien heeft natuurlijk toch niemand spijt. 's Morgens een groot onbijt in het naar Paustovki genoemde dorpsschooltje, zwemmen in het zachte water van de Ros, de bedevaart naar het graf van vader Paustovski, en de met grote weckflessen zelf gestookte wodka overgoten picknick tegen een berghelling. Wat wil een Nederlands stadsmens nog meer?

En wat wil hij nog meer in een land als Oekraïne? Al na een paar uur is duidelijk geworden dat de nog jonge staat, net als het veel grotere Rusland waarvan het zich recent heeft losgemaakt, nog geen land voor onbezorgde vakanties is. Hotels of restaurants zijn er nauwelijks, en buitenlandse reizigers zijn tot voor kort altijd geweerd. “Dit is meer een reis om over te vertellen dan om mee te maken”, klaagt iemand op een van de eerste dagen. “Voor je weggaat is het fantastisch, en als je terug bent is het fantastisch, maar tijdens de reis is het absolute kloterij.” Een andere deelnemer houdt het na twee dagen zelfs helemaal voor gezien. Ze laat onthutst door zoveel niet nagekomen beloften de groep de groep en trekt op eigen gelegenheid naar Odessa door. Heeft ze daarvoor 3090 gulden betaald, plus een 'eenpersoonskamertoeslag' van 650 gulden? In de hele Oekraïne is bijna geen eenpersoonskamer te vinden.

Op de tweede avond, wanneer Paustovski's zoon Dima voor het eerst met de groep meeëet, hebben de deelnemers een voor een onder woorden gebracht wat hen in Paustovski aanspreekt en wat ze van de reis verwachten. Dat is niet mis. De moderne componist die mee is, wordt geobsedeerd door Paustovski's metrum en woordvolgorde. De bejaarde huisarts wordt gegrepen door zijn waarnemingsvermogen. En de leraar heeft al eens in zijn eentje in de voetsporen van de schrijver naar het verre zuiden gereisd en wilde nu een andere kant op.

Een van de deelnemers, een slaviste die in haar jonge jaren zelf reizen naar de Sovjet-Unie organiseerde weet later te vertellen dat clashes tussen reizigers en groepsleiding in dit soort landen eerder regel zijn dan uitzondering. Het zijn nu eenmaal geen landen waar de zaken snel en efficiënt geregeld kunnen worden. Chauffeurs en gidsen zijn meestal corrupt. In hotels en bij de plaatselijke reisorganisaties heerst onverschilligheid. Afspraken worden niet nagekomen. Alles wat mis kan gaan, gaat dan ook mis. “Als je individueel zo'n reis maakt, heb je natuurlijk ook wel gelazer”, vat een van de deelnemers de irritatie in Uman kernachtig samen, “maar daarvoor is het dan ook een individuele reis. Bij een georganiseerde reis verwacht je dat er iets georganiseerd is.”

Wim Hartog probeert er maar het beste van te maken. Hij wil eigenijk helemaal geen reisleider zijn, heeft hij al op de kennismakingsbijeenkomst gezegd. Het is hem een gruwel om steeds maar weer afspraken met iedereen te maken waaraan toch niemand zich houdt. “We zijn, geloof ik, een verzameling hyper-individualisten.”

Ook de reisleider uit de Oekraïne, een somber kijkende jongeman met een paardenstaart die in het dagelijks leven de kost verdient als koerier, lijkt weinig ambitie te hebben om steeds weer problemen op te moeten lossen. Als het gezelschap door een stad loopt, loopt hij steeds demonstratief zover mogelijk op afstand, aan de overkant van de straat bijvoorbeeld. Als hij ergens kaartjes moet kopen, is hij onvindbaar. En als het tijd voor een maaltijd is, geeft hij het originele advies maar op eigen gelegenheid iets te zoeken.

Het is een pioniersreis die we maken, zo wordt de deelnemers steeds weer voorgehouden. Dit heeft nog nooit iemand voor ons gedaan, en waarschijnlijk zal ook niemand na ons dit nog op deze manier doen. Daar moet je wat voor over hebben.

Die middag bij het vuurtorentje laat niet iedereen zich nog overtuigen. Van het gezelschap kiezen er twaalf voor het vuurtorenarrangement, zoals het wordt omgedoopt, de rest gaat terug naar Odessa. Maar die rest had, op lange termijn gezien, wel volledig ongelijk.

De beloofde bedden en dekens vallen misschien wat tegen. Samen met de componist en een actrice die zich in acrobatiek heeft gespecialiseerd probeer ik die nacht in de jas van de vuurtorenwachter gewikkeld vergeefs een oogje dicht te doen in het met seinapparatuur volgestouwde schuurtje. Mijn matras is te kort en de volgende ochtend zitten mijn handen nog onder de bulten van de vlooien. Maar wat staat daar niet tegenover! Het getsjilp van krekels, de geur van de kruiden door het open raam, de bloemensoorten langs het paadje naar het strand, het zwemmen 's avonds en 's morgens vroeg op een eigen strand in de branding, het met grof zout ingewreven geroosterde vlees, en niet te vergeten de verhalen van Dima Paustovski en de leden van de Paustovski-kring uit Odessa.

Hoe kun je nou Paustovski lezen als je niet de Sovjet-mentaliteit hebt leren kennen die de ondertonen van zijn boeken zo nadrukkelijk heeft bepaald? Als het helemaal donker is en we onder de vuurtoren om de provisorische barbecue zitten, valt plotseling het licht in de vuurtoren uit. Viktor, van de Paustovski-kring, vertelt wat zoiets in de Stalin tijd kon betekenen. “Als het licht langer dan twintig minuten uitbleef, mocht de politie de vuurtorenwachter standrechtelijk wegens plichtsverzuim executeren.”

Vaag zien we de schim van de vuurtorenwachter bezig in de toren. We weten dat er de laatste jaren veel veranderd is in San Chejka, maar we kunnen toch een gevoel van opluchting niet onderdrukken als het grote groene glas weer om de brandende lamp heen draait. De twintig minuten van Stalin kwamen gevaarlijk dichtbij.