Henk Stallinga (35)

Henk Stallinga, Piet Hein Eek en Richard Hutten zijn drie jonge succesvolle ontwerpers. Hun ontwerpen zijn te zien in toonaangevende designbladen en musea. Ze houden de productie en distributie in eigen beheer. 'We zijn inmiddels een voorbeeld voor de generatie na ons', meent het drietal.

Stekker, draad en fitting. Tezamen vormen zij kruis en zegen van Henk Stallinga BV. Directeur Stallinga haalt even adem. Of hij wil of niet, het verhaal van zijn bedrijf gaat over het kleine lampje met de naam Watt. Vooruit dan maar weer.

Het verhaal begint met zijn afstuderen aan de Rietveld Academie. “Ik wilde iets ontwerpen waarvan ik productie, verkoop en distributie makkelijk in eigen beheer kon houden en waarmee ik publiciteit kon bedrijven.” Dat werd dus het buigzame, tot zijn essentie teruggebrachte lampje Watt. Verkooppunt werd de hoofdstedelijke galerie KIS. “Hartstikke leuk, maar absoluut niet zakelijk.” Dat hoefde ook niet, want Stallinga zou al tevreden zijn geweest als hij dertig Watts per week had kunnen verkopen. Het liep anders, het lampje dat amper twee tientjes kostte, werd binnen de kortste keren een stormachtig succes. “Het is voorgekomen dat Philips de Bijenkorf niet genoeg lampjes voor de fittingen kon leveren.”

Stallinga had naar eigen zeggen toen nog weinig begrepen van zaken doen. Maar ook hij kende de verhalen van bedrijven die een plotselinge groei niet aankonden en aan hun eigen succes ten onder gingen. “Ik ken gelukkig weinig gêne; ik heb geen moeite om te zeggen dat ik iets niet weet en om anderen om raad te vragen.” Hij ging in zee met iemand die deskundig heette te zijn: Max von Kreveld, de voormalige eigenaar van de firma Leitmotiv.

De samenwerking liep mis en Stallinga raakte verzeild in een anderhalf jaar durende bodemprocedure met als inzet de rechten op het lampje. Stallinga kreeg zijn gelijk, maar intussen lag de productie stil, liepen de schulden op tot enkele tonnen en moest hij zijn twee medewerkers ontslaan. “Mijn advocaat wilde meteen schikken. Maar ik was zo hoogmoedig om te denken dat ik dit spel net als een product naar mijn hand kon zetten. Mooi niet: auteursrecht is nog een schimmig gebied en bovendien is procederen op dit terrein het duurste wat er is.” Eén voordeel had Stallinga's koppigheid: hij kon in één moeite door een aantal kopieerders - met succes - voor de rechter dagen. “Het heeft me de reputatie van pitbull opgeleverd.”

Stallinga is anderhalf jaar na alle gerechtelijke procedures weer uit de rode cijfers. De BV - “aangeraden door mijn accountant” - draait een jaaromzet van ongeveer tweeëneenhalve ton, gebaseerd op drie onderdelen: projectinrichting, ontwerpstudio en distributie.

De projectinrichting valt in de categorie 'leuk maar niet nodig', zegt Stallinga, die net sociëteit De Kring heeft verbouwd en aangekleed. De ontwerpstudio draait wegens de hoge investeringen net quitte. “Van de dertig goede ideeën komen er uiteindelijk maar twee in productie.” Binnenkort presenteert Stallinga wat hij noemt zijn vouwblaadje voor volwassenen: de slab. Een kleine demonstratie: een paar snelle handbewegingen en voilá, het tweezijdig gelamineerde aluminium heeft de vorm gekregen van een gelobde vaas. “Wil je zoiets voor het publiek betaalbaar houden - laten we zeggen rond de zestig gulden - dan praat je al snel over startorders van 15.000 exemplaren. Dat betekent een investering van 100.000 gulden.”

De machines in zijn werkruimte met uitzicht over het Amsterdamse IJ gebruikt Stallinga alleen voor de vervaardiging van prototypes en voor kleinschalige projecten. De massaproductie gebeurt in sociale werkplaatsen. “In Nederland kun je voor eenvoudige assemblage nergens anders terecht.”

De sociale werkplaatsen houden ook de winstgevende distributie op peil. Vanuit een opslag buiten de stad levert Stallinga aan zo'n zeventig winkels, waarvan enkele als pilot-winkels dienst doen. “Kijken of iets loopt. Dat is goedkoper en zinniger dan dure marketingonderzoeken.”

Sinds kort begeeft hij zich op de Duitse markt. Het is toch weer het Watt-lampje, waarvan er in Nederland al meer dan honderdduizend zijn verkocht, dat de buitenlandse markt moet openbreken. Op jacht naar het grote geld?

“Oh, ik vind het commerciële proces inmiddels ten minste net zo leuk als het creatieve. Ik ben ervan overtuigd dat ik er stinkend rijk mee zou kunnen worden. Maar dan moet ik het lampje wel helemaal gaan uitmelken en dat wil ik niet. Ik blijf in de eerste plaats kunstenaar en industrieel ontwerper.” Pauzeert even. “Ik heb al eens veel geld bezeten en weet dat dat niet alles is.”