Elke pas een avontuurtje

Wie deelneemt aan een tangocursus valt ten prooi aan een soort magie, maar als de muziek stopt is het over. 'De dans berust op een code, net als naakt zijn in de sauna'.

“De Argentijnse tango zuigt. Je moet de muziek echt afzetten anders houden de mensen er niet meer mee op”, zegt Eef van Leeuwen, organisator van zomerse 'tangovakanties' in de Achterhoek. Ook de beginnende stuntelaar beweert het: de tango is meer dan dansen. Het zit hem in de “onbewuste en ongezegde botsing van verwachtingen”, volgens Van Leeuwen. “Als de verlangens opbloeien bij de een maar niet bij de ander, merk je dat onmiddellijk.”

Van Leeuwen organiseerde voorheen schilder- en boetseervakanties maar raakte aan de tango verknocht. Ze had een tijdje geen (dans)partner en leerde zo het gevoel kennen van willen maar niet kunnen dansen. Deze zomer organiseerde ze voor het eerst de 'tangoweken' op de boerderij Erve Veldink in de Achterhoek. Iedereen is welkom, alleenstaand of aangeleund, ervaren of onervaren. De verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen is meestal gelijk, zegt Van Leeuwen. Er zijn vier eenvoudige slaapkamers en een ruime slaapzolder, iedereen moet zelf een slaapzak meenemen, voor (vegetarisch) eten wordt gezorgd. Contact maken is bij veel cursisten een verborgen agenda, vermoedt Van Leeuwen en inderdaad: ze heeft al heel wat romances zien opbloeien. “Maar het prettige is dat het niet per se moet.”

Agnes Booijink, fotografe (32) was deze zomer met haar vriend een van de cursisten. Het was de vakantie van haar leven. Diezelfde zomer is ze ook vier weken naar Portugal geweest, maar van die ene week tangovakantie is haar meer bijgebleven.

Booijink kwam samen met haar vriend naar de tango-week, maar ze herkende wel de uitgelezen kansen voor romances. “De man moet de vrouw laten voelen wat hij wil. Elke pas is een avontuurtje.” Toch ontbrak de broeierige sfeer die een verzameling alleenstaanden 'op jacht' kan creëren, zegt Booijink. “Ik zei op zeker moment zelfs tegen mijn vriend: gebeurt er nog iets in die groep? Het gaat allemaal heel stiekem.” Het ligt ook ingewikkeld met de tango: de dans berust op een code, net als naakt zijn in de sauna. De passie strekt niet verder dan een dans lang is. “Mijn vriend danste heel close met andere dames”, zegt Booijink “Maar dat maakt mij minder jaloers dan wanneer hij van 20 meter afstand oogcontact met iemand heeft.”

Willem Kasteleyn, hulpverlener in de psychiatrie (“als ik zeven levens had gehad, was ik danser en musicus geweest”) ging deze zomer naar de Achterhoek met een goede vriendin. De tango is verslavend, zegt hij. “Die ingehouden passie past kennelijk bij mij. Het geeft een enorme verbondenheid, er ontstaat een soort magie.” Het zit hem in de ingewikkelde man-vrouw verhouding die in de dans ligt besloten, vermoedt Kasteleyn. “Het is heel macho: de man geeft aan, de vrouw volgt. Maar ze geeft ook tegenwicht. Alles wat je doet, moet je heel precies duidelijk maken. Het is een soort verovering.” Je moet een beetje verliefd zijn in de dans, zegt Kasteleyn. “Maar als de muziek stopt, is het over.”

Het was juist die “afstandelijke intimiteit” die een alleenstaande 49-jarige logopediste die anoniem wil blijven, deze zomer zo aantrekkelijk vond aan de tango-week in de Achterhoek. “Ik vond het heerlijk om zo dicht tegen elkaar te dansen en dan toch niet verder te gaan.” Kasteleyn: “Als je met een mooie vrouw danst, denk je natuurlijk wel: potverdorie wat is dit mooi'. Maar je moet niet de vergissing maken te denken dat dat gevoel zich ook na de dans voortzet.” De tango-muziek heeft zoveel lagen, zegt Kasteleyn “zij roept een heel palet op aan gevoelens: heimwee, melancholie, weemoed, maar ook vrolijkheid. Het is een soort mini-wereld.”

De cursisten ontbeten iedere dag tot tien uur, tussen tien en een uur kregen ze dansles. 's Middags konden ze fietsen, wandelen, kaarten, slapen of badmintonnen. Om half negen 's avonds begonnen de danslessen weer, tot half elf. Daarna kon tot diep in de nacht worden geoefend. Booijink: “Het werd steeds later. De eerste dagen werd het twee, drie uur, daarna half acht 's ochtends.”

Tijdens de lessen leren de cursisten ondermeer om te leiden en geleid te worden. De vrouwen leren dit laatste door de ogen te sluiten en met wisselende danspartners passen te maken. Ook leren de cursisten in hun bewegingen uitdrukking te geven aan gevoelens: ze moeten zelfverzekerd, angstig of uitdagend over de dansvloer lopen.

Het viel Booijink op dat de tango-vakantiegangers veel overeenkomsten hadden: allemaal waren ze hoog opgeleid en creatief van aard. “Daardoor ontstonden makkelijk vriendschappen. Bij Albert Heijn kun je iemand vinden door in zijn karretje te kijken, maar op de tango-vakantie is de selectie al gemaakt.” Kasteleyn vond de gelijksoortigheid van de deelnemers aan de tango-vakantie ook opvallend: veel beeldend kunstenaars, acteurs en muzikanten. “Een metselaar, timmerman of een bakker zie ik dit niet zo snel doen.”

Eigenlijk is het vreemd dat de dans in Nederland iets elitairs heeft, want de oorsprong van de tango is juist volks. Zij ontstond 100 jaar geleden in de sloppenwijken van Buenos Aires, waar immigranten hun geluk kwamen zoeken. Dansen was voor hen een prettige afleiding van het arme en droevige dagelijkse bestaan. Anno 1997 is de tango een vakantiebestemming voor welvarende, artistiek 'angehauchte' Nederlanders. Of, zoals Kasteleyn zegt: “Wij zijn de happy generatie die de hele wereld over reist en dit soort culturele uitingen overneemt.”

Booijink vindt diep in haar hart dat de dans niet past bij Nederlanders. Toen ze anderen voor het eerst zag dansen, dacht ze: 'moet dat nou?' “Als je naar de lichamen kijkt, ziet het er niet echt geweldig uit.” Je moet ten minste vijf jaar dansen om er iets van terecht te brengen, de meesten hebben hooguit twee jaar ervaring. “Maar je moet het aanvoelen, daar gaat het om”, zegt Booijink. Kasteleyn, die een jaar ervaring heeft: “Je krijgt een enorme bevlogenheid. De tango is een manier van leven. Daardoor kun je die Hollandse houterigheid van je afschudden.”

Hoe intiem de week ook was, Booijink, Kasteleyn en de logopediste hielden er geen vriendschappen voor het leven aan over. Kasteleyn: “Er ontstaat wel een 'wij gevoel', maar als je terug in de sleur van het dagelijks leven komt, verwatert dat weer. Je kunt geen twintig mensen individueel te vriend houden. Maar met de mensen die ik nog terugzie, blijft de tango toch de bindende factor.”