Een hond ligt ook graag in de zon; De filosofische kant van vrije tijd

Vakantie is een cruciale factor in het menselijk leven, concludeert de socioloog Jaap Lengkeek. Met 'leuk' of 'ontspannend' neemt de vakantieganger niet langer genoegen. 'Vroeger moest vrijetijdsbesteding nog 'nuttig' zijn, nu ligt de grens bij geweld, lijkt het.'

Waarom gaat een mens op vakantie? Hij of zij wil 'er wel eens uit', heet het in de volksmond. En daar zit veel in, vindt de socioloog Jaap Lengkeek. Hij is sinds 1985 'vrijetijd-onderzoeker' aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Ooit onderzocht hij vooral het recreatiebeleid van de overheid. Inmiddels houdt hij zich ook bezig met wat hij noemt de 'filosofische kant' van vakantie. Vorig jaar publiceerde hij er een boek over: Vakantie van het leven. “Sommige collega's vragen zich af waarom ik me zo bezighoud met dat toerisme. 'Daar ben je toch zo over uitgepraat', zeggen ze. Maar er zit ontzettend veel aan vast.”

Lengkeek bekijkt de vakantie niet als aparte economische of culturele categorie, maar als onderdeel van het héle leven. Vakantie is slechts een van de vele vormen van 'vrije tijd' ('vrijetijd' in het sociologenjargon). En die vrijetijd is een cruciale factor in de menselijke existentie, doordat het een onderscheid mogelijk maakt tussen 'alledaagsheid' en 'het andere'. Voor echte vrijetijd is meer nodig dan 'vrije tijd'. Het gaat om “de tijdelijke opschorting van de dagelijkse werkelijkheid”, zegt de socioloog. “Afwijken van het gewone en het routinematige geeft ons een breder zelfgevoel, een bepaalde gewaarwording van plezier of een gevoel van beheersing.” Vrijetijd is dus niet simpelweg de tijd waarin je niet hoeft te werken, aldus Lengkeek - zoals iedereen weet die wel eens thuis heeft gezeten zonder veel om handen.

Variatie in 'het andere' is er genoeg: van 'even naar de tv kijken', via postzegels verzamelen, vakantiereizen, tot en met religieuze extase. Ook de grappen die veel mensen maken op het werk zijn te beschouwen als een vorm van vrijetijd, want de dwang van de 'alledaagse werkelijkheid' wordt er even mee doorbroken. Lengkeek: “De grens ligt waar iemand zijn tijdelijke 'ervaring van het andere' tot zijn dagelijkse werkelijkheid maakt: door bijvoorbeeld van zijn hobby zijn beroep te maken, of in Italië te gaan wonen. Dan ontstaat er een nieuwe alledaagsheid.”

Zo bezien heeft een werkloze of een gepensioneerde niet in principe méér vrijetijd dan een ander. Er moet iets anders dan normaal gebeuren, legt Lengkeek uit, gezeten in zijn prachtige molenhuis vlakbij Tiel, dat omzoomd wordt met een al even mooie tuin. “Deze zomer zijn we niet met vakantie gegaan”, vertelt hij, “en dat voelde tòch niet als vakantie, ook hier niet. De dagelijkse zorgen om kleine reparaties enzovoorts blijven. Als je weggaat ben je dat allemaal kwijt.”

Wat gebeurt er eigenlijk als iemand met vakantie gaat?

Lengkeek: “Er ontstaat een tijdelijke 'contrastructuur' los van de alledaagse werkelijkheid, door de andere omgeving, de andere taal, de andere tijdsbeleving enzovoorts. Het is moeilijk om in alledaagse woorden te vatten wat die ervaring precies is. 'Leuk', 'ontspannend' zijn vaak de woorden die mensen gebruiken om hun vakantie te omschrijven. Veel verder komen ze niet. Een geslaagde vakantie kan een bijna tijdloze ervaring zijn, die zo losstaat van het gewone leven dat deze bijna contextloos is geworden. Die ervaring kan amper worden uitgedrukt, alleen worden herbeleefd: door de foto's te bekijken of souvenirs in de hand te nemen. Buitenlandse restaurants spelen daar erg op in. Je gaat bij de Griek eten om 'contact' te krijgen met die eerdere ervaring. Je kunt veel ervaringen alleen echt delen met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Het is hetzelfde als bij fanatieke hobbyisten: anderen begrijpen niet wat er nu zo leuk is aan postzegels verzamelen of vliegtuigspotten. Het is geen rationeel proces, het speelt zich in de verbeelding af.”

Wat dat betreft is de huidige vakantie-hausse niet veel nieuws. Waarom wil die mens altijd zo graag 'even wat anders'?

“Het is de condition humaine dat de mens voor zijn voortbestaan afhankelijk is van anderen. Aan zijn gedrag en denken worden daardoor in het dagelijks leven allerlei eisen opgelegd. Maar vrijwel altijd heeft de mens behoefte gehad om daaraan te ontsnappen. Niet blijvend, want dat kan niet, maar tijdelijk. Soms vrij eenvoudig: er wordt overal wel gedronken, gesnoven of gerookt. Maar ook religie heeft die functie. En allemaal dient het om afstand te nemen tot het gewone leven, in verschillende gradaties van intensiteit van oppervlakkigheid tot diepgang.

“De mens is een rusteloos wezen. In onze maatschappij is de vakantie een belangrijke manier geworden om die verkenning van 'het andere' in te vullen - mogelijk gemaakt door de welvaart en de mobiliteit. Vroeger zochten mensen het meer in verenigingsleven. Toerisme is inmiddels de grootste economische groeisector geworden. De vakantiecultuur is nu zo sterk dat als je niet op vakantie gaat je 'waarschijnlijk wel een probleem zult hebben'.”

U haalt er zoveel bij dat in feite bijna alles vrijetijd of vakantie kan worden. Waar ligt nog de grens met het alledaagse?

“Er is geen principiële grens. Wat alledaags is, is voor iedereen anders. Een profwielrenner gaat niet meer voor de afwisseling een eindje fietsen. Maar voor een gepensioneerde kan een fietstochtje een uitje zijn, een project met een doel en een tijdservaring die heel anders is dan gewoon.

Die 'verkenning van het andere' kan zich afspelen in variaties op alle aspecten van het gewone leven. Ten eerste is er de 'bewustzijnsspanning'. Slapen is de laagste bewustzijnsspanning, opperste concentratie de hoogste, bijvoorbeeld bij een jager die zijn geweer richt. Juist omdat het moderne leven zo'n hoge bewustzijnsspanning eist, zijn veel vakanties 'relax-vakanties': heerlijk niets doen. Al zijn er ook veel actieve 'doe-vakanties' - die leiden de aandacht even van het gewone af. Een tweede aspect waarop gevariëerd kan worden is de tijdsbeleving. In de vakantie, bijvoorbeeld op het platteland van Frankrijk, wordt bijvoorbeeld de tijd heel anders ervaren. Zo maar rondzwerven op de fiets of met de auto is ook zoiets.

“Verder, als derde punt, is belangrijk dat allerlei vermoedens en twijfels kunnen worden opgeschort: van angst voor de dood tot kleine reparaties in huis: 'dat zien we wel als we weer terug zijn'. Maar je kunt ook die angsten juist onder ogen zien: zie de populariteit van gevaarlijke sporten als bergbeklimmen en para-sailen.

Pagina 20: Een vierde aspect is de ervaring van het eigen lichaam. Het lichaam speelt in ons gewone leven vaak niet zo'n rol maar op het strand zie je daarentegen mensen in de zon liggen en helemaal wegzakken in hun eigen lichaam.

Dat populaire zonnebaden is beslist meer dan alleen een gevolg van 'de bruin-cultuur'. Een hond ligt ook graag in de zon. Hardlopen is ook zo'n verkenning van de lichamelijkheid.

“Een vijfde belangrijk aspect is de sociale omgeving die vaak verandert op vakantie. Er is zelfs al voorgesteld om de Haagse schilderswijk tot toeristische bestemming te maken vanwege de exotische bevolkingsgroepen. En ten zesde, wat in geval van vakantie zelfs de belangrijkste afwijking van het normale is: de ervaring van de ruimte. Het bezoek aan de bergen, het strand, de bossen, roeien, ballonvaren, het beklimmen van een uitkijktoren: het is allemaal 'ergens anders zijn'. En dat zoeken we dus.”

Sommige sociologen doen vrij negatief over vakantie. Het is een zinloze vlucht voor de vervreemding. Of het is slechts de consumptie van een 'pseudo event', een namaak-belevenis opgedrongen door de commercie. En veel vakanties vinden inderdaad plaats in voorgekookte, speciaal geconstrueerde omgevingen. Waarom vindt u die beleving van het 'andere' toch geen illusie?

“Omdat die ondeelbare persoonlijke ervaring een feit is. Het 'echte', het 'authentieke' is geen objectief gegeven. Neem een wandeling in de natuur. Een bioloog zal misschien zeggen dat de beleving van die natuur door een gewone wandelaar, die amper een struik van een boom kan onderscheiden, weinig voorstelt. Maar dat hoeft die wandelaar zelf niet zo te ervaren.

“Wat de één triviaal vindt, is voor de ander een nieuwe ervaring. Er wordt vaak gespot met de Nederlanders die een zak aardappelen meenemen naar het buitenland, maar je hoeft het andere niet altijd te zoeken in het eten. De ruimtelijke verplaatsing is voor veel mensen al ingrijpend genoeg. Dat kan heel angstig zijn. Maar de toerist die zich 'reiziger' voelt, kijkt erop neer. De echte natuurliefhebber voelt zich geen recreant.

“Het is een kwestie van oppervlakkigheid of diepgang, van een verschil in intensiteit van de beleving. Onderaan de schaal kan het lezen van een krant al een excursie naar het 'andere' zijn, net als een bezoek aan de kroeg, een ritje in de draaimolen of het lachen om een mop. Een korte vakantie van een paar dagen kan nodig zijn 'om even bij te komen', maar het maakt niet zo uit waar dat gebeurt. Veel langere vakanties nemen op deze schaal van oppervlakkigheid en diepgang een middenpositie in. In die vakanties spelen interesse en een soort nostalgie een grote rol. In de alledaagse wereld van onze samenleving zijn we van alles kwijt geraakt wat in andere landen nog te vinden is. Toeristen voelen zich aangesproken door culturen van vroeger, het exotische, het natuurlijke. Maar dat gaat niet heel diep, de meesten weten weinig van de context. De verhalen van de gids zijn soms het belangrijkste. Op dat middengebied is er een overstelpend aanbod: van cultuurreizen in Italië, een week schilderen in de Ardèche tot een sapkuur of een weekendje therapeutisch trommelen. Het is meer dan amusement, maar voor de rest van het leven heeft het ook weinig consequenties.

“Hoger op de schaal kom je in een steeds existentiëler gebied: mensen die op vakantie zichzelf proberen terug te vinden, of zoeken naar andere potenties in zichzelf: een zeezeiler, de echte hardloper, een bergbeklimmer, iemand die een lange intensieve trektocht maakt. Op het uiterste punt vervaagt zelfs het alledaagse leven volkomen, zoals bij een religieuze bekering. Die volledige toewijding kom je ook in andere vrijetijdsactiviteiten tegen.”

Zijn er geen grenzen?

“De samenleving bepaalt in ieder geval welke 'verkenningen van een andere wereld' toelaatbaar zijn en welke niet. Tegenwoordig is de tolerantie erg groot. Vroeger moest vrijetijdsbesteding nog 'nuttig' zijn, maar dat is niet meer zo. De grens ligt nu bij geweld, lijkt het. Vroeger waren de volksvermaken erg wreed. Op kermissen werd steevast gemept en gestoken. Ook de jacht was heel gewoon. Dat wordt nu allemaal weggeciviliseerd. Zelfs sportvissers krijgen het steeds moeilijker. Maar in feite doen ook hooligans en cafégangers die plotseling iemand in elkaar schoppen, aan een vorm van fysiek amusement: ze breken even uit het alledaagse keurslijf! Dat soort lui kunnen vaak later ook niet onder woorden brengen waarom ze zoiets hebben gedaan. En niet alleen omdat ze dronken waren.”

Elk wat wils en bijna alles mag en kan. In uw boek pleit u toch voor een actiever overheidsingrijpen. Waarom?

“Mijn opvatting is dat er meer recht moet worden gedaan aan de plaats voor verschillende soorten ervaringen. Niet alles hoeft zich op het populaire middenniveau af te spelen. Maar omdat de vrije markt zo dominant is en 'recreatiebeleid' iets van het verleden lijkt te zijn, wordt alles geconcentreerd op waar de meeste vraag naar is. De overheid grijpt zo min mogelijk in. Toch is er veel voor te zeggen om gebieden te bestemmen voor specifieke ervaringen, variërend van plezier tot bijna heilig respect. Grote terreinbeheerders zoals natuurmonumenten en staatsbosbeheer raken daar steeds meer in geïnteresseerd. Op Terschelling heeft men bijvoorbeeld bij sommige bijzondere plekken de bordjes weggehaald. Dat is nu alleen nog iets voor mensen die het weten te vinden. Demarketing heet dat.

Neem het droogvallen van het wad. Het is een heel bijzondere ervaring om dan op het wad te zijn. De overheid zou moeten bepalen dat het 'amusement-gedeelte' in een paar drukke jachthavens moet worden geconcentreerd en dat een ander deel van het waddengebied overblijft voor de echte kenner van rust en ruimte. In beleidskringen is voor deze gedachte zelfs al een nieuw woord: struinnatuur. Daar zijn geen paden, iedereen die daar wil komen zoekt het zelf maar uit. En in sommige delen zou dan ook zelfs geen natuurontwikkeling moeten geschieden. Maar dat blijft moeilijk voor plannenmakers: ruimte maken voor een plekje dat niemand kent.''