Die vraag zullen we ons blijven stellen

De Groningse gemeenteraad boog zich gisteren tijdens een ingelaste vergadering over de dramatische gebeurtenissen vorige week in de Oosterparkwijk, waar relschoppende jongeren de buurtbewoners terroriseerden. Kan herhaling worden voorkomen?

GRONINGEN, 6 JAN. Stampvol is het in de Oude Raadszaal aan de Grote Markt in Groningen. Het raadslid P. Verschuren van de Socialistische Partij krijgt als laatste het woord voor commentaar op de eerste politierapportage over de rellen in de Oosterparkwijk in de nacht van 30 op 31 december, die gisteren is aangeboden aan de gemeenteraad. Hij stelt de vraag die veel Oosterparkers op de lippen brandt: Als de rellen zich in een andere buurt hadden afgespeeld, bijvoorbeeld in het gegoede Hoornse Park, had het dan ook vier uur geduurd voor de politie in actie kwam? Burgemeester H. Ouwerkerk reageert ziedend. “Die vraag wens ik nooit meer te horen.” Het leidt tot gemor op de publieke tribune, waar behoorlijk wat Oosterparkers meeluisteren. “Die vraag zullen we blijven stellen!”, roept een vrouw.

Uit het rapport (vier A4-tjes dik, gesteld als brief van korpschef J. Veenstra aan burgemeester H. Ouwerkerk) blijkt dat een aaneenschakeling van fouten van verschillende personen de oorzaak was van het ontbreken van politie tijdens de rellen. Zowel de officier van dienst (een van de vijf basiseenheidchefs van het district Groningen-Haren), als districtschef M. ter Harmsel, als korpsbeheerder H. Ouwerkerk bleven in gebreke. Veenstra zelf blijft buiten schot, omdat hij niet van de rellen op de hoogte was. Pas de volgende ochtend kwam hij er via Teletekst achter dat het onrustig geweest was in de Oosterparkwijk. Zijn vrouw attendeerde hem erop. Veenstra schrijft in het rapport dat de districtschef hem had moeten inlichten.

Op twee tijdstippen, om 22.35 en om 23.00 uur besloot de politie uit zorg voor de eigen veiligheid niet op te treden tegen de relschoppers, aldus de rapportage. Het eerste besluit vindt Veenstra verdedigbaar, omdat op dat tijdstip op het bureau slechts dertien man beschikbaar was om in te grijpen. Het tweede besluit noemt hij “niet terecht”. Om 23.00 uur waren op het bureau 43 man aanwezig (een deel van de avondploeg plus de gehele nachtploeg). “Men had creatiever kunnen zijn in zijn plan van aanpak”, aldus Veenstra in zijn toelichting tot de raadscommissie. “Men had honden van huis kunnen halen, beredenen kunnen inschakelen. Dat had mede mijn taak kunnen zijn.”

Pas om 23.45 uur waarschuwde de officier van dienst de Mobiele Eenheid (ME). Volgens een landelijke 'paraatheidsregeling' moet de ME onder alle omstandigheden in anderhalf uur ter plekke kunnen zijn. Veenstra vindt echter dat de ME'ers “verhoudingsgewijs snel” waren, omdat “ze net in bed lagen, uit de hele provincie moesten komen en voor een groot deel vrij waren, want de ME is niet geconsigneerd”. De officier van dienst belde om 23.45 uur ook burgemeester Ouwerkerk op, maar gaf een onvolledig verslag van de situatie. Ouwerkerk hierover: “Ik kreeg op dat moment geen andere mededeling dan: 'Er zijn wat bomen doorgezaagd en we kunnen niet op de plek komen waar het zich afspeelt. We hebben ons even teruggetrokken, want er is een overmacht'. Ik dacht dat het ging om een hergroepering. Het is geen moment bij mij opgekomen dat de politie op dat moment op het bureau zat.” Naar eigen zeggen liet Ouwerkerk daarom na het zogeheten 'driehoeksoverleg' bij elkaar te roepen (korpsbeheerder, korpschef en hoofdofficier van justitie), wat gebruikelijk is bij inzet van de ME. Districtschef M. ter Harmsel, die om 23.30 uur door de officier van dienst werd gebeld, had volgens het rapport zelf naar het bureau moeten gaan, de korpschef moeten waarschuwen en de burgemeester moeten inlichten.

Veel raadsleden vragen zich af waarom er geen noodscenario in werking is getreden, zodat er in elk geval iets werd gedaan aan bescherming van de burgers. “Ik begrijp niet dat men op de nachtploeg heeft gewacht terwijl de telefoon al een paar uur rinkelde”, aldus de VVD'er K. Schuiling. “De inzet van de ME is toch niet zó regulier”, zegt hij aan het adres van burgemeester Ouwerkerk. “Ik begrijp niet dat je als verantwoordelijk bestuurder dan gaat slapen en geen checks meer uitvoert.” In zijn korte antwoord - op de meeste vragen zal schriftelijk antwoord volgen - zegt Ouwerkerk dat hij de officier van dienst verzocht heeft hem op de hoogte te houden. “Want ik weet hoe vervelend het is als een leidinggevende die niets te zeggen heeft voortdurend aan de lijn hangt.” De CDA-er R. Beishuizen complimenteert Ouwerkerk juist omdat die daags na de rellen afstand genomen heeft van het politie-optreden.

De situatie mag zich nooit meer herhalen, daar is iedereen het over eens.

Zelfs als het lang duurt voor de ME er is, moet de politie tegen relschoppers kunnen optreden. Als eerste maatregelen stelt Veenstra onder meer voor alle surveillance-eenheden in de regio uit te rusten met de lange wapenstok waar ook ME-ers over beschikken, leidinggevenden te trainen in het optreden tegen ernstige verstoringen van de openbare orde (bij voorbeeld “stenengooiende en vernielende jeugd”), de buurtagent opnieuw in te voeren, de leiding beter te structureren en de ME-organisatie flexibeler te maken.

Moet er in de toekomst meer ME beschikbaar zijn voor rellen? Het raadslid C. Dekker (GroenLinks) zegt geen voorstander te zijn van een permanent beschikbare ME. “Die miljoenen zou ik liever aan andere dingen uitgeven.” “Ja, aan doodskisten zeker”, reageert SP-Statenlid S. Lammerts, aanwezig op de publieke tribune. Hij barst in tranen uit. Zijn huis in de Oosterparkwijk is tijdens de rellen belegerd en bekogeld en hij is ondergedoken op een ander adres. Na afloop van de vergadering zegt hij niet in de wijk te zullen terugkeren. SP-Raadslid P. Verschuren wijt de rellen aan de grote armoede in de wijk. “Wie tweedeling zaait zal Amerikaanse toestanden oogsten, dat is vorige week in de Oosterparkwijk bewezen.”