De Busenfreund

Der Busenfreund, (Ulrich Seidl, 1997, Duitsland). Duitsl.3-West, 23.30-0.30u.

Rene Rupnik is een gezellige prater. Alleen wat eenzijdig in zijn themakeuze; het gaat bijna altijd over borsten. Zelfs in zijn wiskundelessen op school slaagt hij erin dit onderwerp te introduceren. Betekent 'sinus' soms niet eigenlijk borst? En dan: een borst komt zelden alleen. Bij de sinus hoort de cosinus.

Toch is Der Busenfreund van de Duitse regisseur Ulrich Seidl, die eind vorig jaar al te zien was op het documentaire filmfestival IDFA, niet zomaar een portret van een vies mannetje. Er komt geen borst in beeld, zelfs niet van de Duitse actrice Senta Berger, Rupniks ideale vrouw.

De toeschouwer vergaat in deze film al vlug het lachen, als de onschuldige borstenmaniak in àlle opzichten een maniakale ongeluksvogel blijkt te zijn, die zijn huis volstapelt met op straat gevonden oude kranten, waaruit hij stukken scheurt (geen borsten, zo te zien) en weer op andere stapels legt.

Rupniks oude moeder, met wie hij samenwoont, heeft nog het meest te lijden onder de doorluchtmanie van haar zoon, die vanuit school zelfs opbelt wanneer naar zijn smaak het moment is gekomen om thuis de ramen tegen elkaar open te zetten. Tevergeefs werpt de oude vrouw tegen, dat ze het dan koud krijgt. Ze kan toch onder de dekens kruipen, meent haar zoon.

Uit wraak pleegt moeder op kleine schaal sabotage: gooit wat kranten van de stapel, warmt zich bij de gaspitten, laat elke dag een glas stukvallen. Het mag niet baten. Zoonlief reageert niet meer op deze wilsuitingen, zogoed als hij ook ongevoelig blijkt voor de goede raad van moeder, dat het tijd wordt om een vrouw te zoeken. Hij antwoordt wel, zoekt zelfs naar tegenargumenten. Maar tegelijkertijd voel je: Rene Rupnik is niet meer te bereiken.

Gaandeweg wordt het allemaal steeds pijnlijker om naar te kijken. Je krijgt ook steeds meer het idee dat het niet zozeer om een documentaire gaat, dat Seidl dit allemaal in scène heeft gezet. Maar dat helpt niet meer: Der Busenfreund heeft je te pakken. En dat nog wel vlak voor het slapen gaan.