'Belang groeit van kaasafzet naar Europese Unie'; Prijsstijging verzacht effect van exportdaling; Groei kaassector ten einde

Voor het eerst sinds zeventien jaar daalde vorig jaar de uitvoer van Nederlandse kaas. Dat is minder dramatisch dan het lijkt; door de hoge prijzen verdiende de sector goed.

DEN HAAG, 6 JAN. Aan de spectaculaire groei van de Nederlandse kaassector, waarbij jaarlijks het ene record na het andere werd verbroken, is voorlopig een eind gekomen. De uitvoer daalde vorig jaar voor het eerst sinds 1980, met één procent procent tot 520.000 ton. Dat heeft voorzitter P. Bouter van de Vereniging Nederlandse Zuivelbeurs gisteren in zijn nieuwjaarstoespraak bekendgemaakt.

De export naar de Europese lidstaten steeg nog wel, met 2.000 ton, maar die stijging werd meer dan tenietgedaan door een lagere export naar landen buiten de Europese Unie. Dat komt door de exportbeperkingen die in het kader van het wereldhandelsakkoord (WTO) aan de EU zijn opgelegd.

Niet alleen Nederland exporteert minder kaas naar de wereldmarkt; de WTO-afspraken remmen de gehele kaassector binnen de EU. In de eerste helft van vorig jaar voerden de lidstaten bijna zes procent minder kaas uit. Alleen de export vanuit Duitsland vormt daarop een uitzondering. De export van Duitse kaas naar voormalige Oostbloklanden - met name Rusland - groeit nog altijd fors.

De voorgaande zeventien jaar was de groei van de Nederlandse kaasexport explosief. Productie, binnenlandse afzet en export namen enorm toe. “Alleen de prijzen gaven daarbij weinig reden tot vreugde”, zegt ir. G. van den Berg, voorzitter van het Productschap Zuivel, die vandaag zijn nieuwjaarsrede hield. “Zo daalde van 1989 tot 1996 de gemiddelde notering voor Goudse kaas van 6,90 naar 5,70 gulden per kilo.”

Het beeld van het afgelopen jaar is volstrekt anders. De groei van de productie was beperkt, maar het prijsniveau steeg aanzienlijk. Eind vorig jaar stond de Leeuwarder notering op 6,25 gulden per kilo, ruim tien procent meer dan een jaar eerder. De kaasproductie steeg vorig jaar met slechts een half procent tot ruim 690.000 ton. Van alle melk die in Nederland wordt geproduceerd wordt 55 procent tot kaas verwerkt.

De problemen door de WTO-afspraken lieten zich vorig jaar overigens niet voor het eerst voelen. De export naar de wereldmarkt (landen buiten de EU) daalde al voor het tweede achtereenvolgende jaar. In 1995 werd nog 105.500 ton geëxporteerd, vorig jaar was dat 11 procent minder. “Als we bedenken dat de kaasexport naar Rusland de afgelopen jaren fors is toegenomen, dan kunnen we niet anders dan constateren dat wij op onze traditionele afzetmarkten terrein verliezen”, aldus Bouter.

De Oost-Europese markt is voor de kaasafzet van de EU van groot belang geworden. Ongeveer een derde deel van de totale kaasexport van de Unie gaat daar heen. Bouter gaat er met het oog op de WTO-overeenkomst vanuit dat de Nederlandse export naar de wereldmarkt nog meer daalt door de verdergaande beperking van de gesubsidieerde export. “Dit betekent dat de kaasafzet naar de lidstaten van de Unie van steeds groter belang zal worden. Opvallend is in dat verband dat de kaasafzet naar Duitsland voor het eerst sinds jaren een daling laat zien. Niettemin is er 2.000 ton meer kaas afgezet binnen de Europese Unie, in totaal 456.200 ton”, aldus Bouter.

Volgens Van den Berg behoeft de daling van de export naar landen buiten Europa niet blijvend te zijn. “Duidelijk wordt dat de Europese Commissie ook voor de zuivelsector een verschuiving van prijssteun naar inkomenssteun nastreeft, mede tegen de achtergrond van de start van een nieuwe WTO-ronde in 1999 en van de toetreding tot de EU van een aantal Midden- en Oost-Europese landen”, aldus Van den Berg.

Veel reden tot klagen is er overigens niet in de melkveehouderij, onderstreept hij. “Er is sprake van een opvallende verbetering. De gemiddelde melkprijs is vorig jaar op een aanzienlijk hoger niveau komen te liggen dan in 1996.”

Die gunstige ontwikkeling schrijft Van den Berg toe aan de achterblijvende aanvoer van melk in vrijwel de gehele Europese Unie. Daaraan heeft de hoge dollarkoers bijgedragen, evenals de grote vraag naar boter uit Rusland. “Maar ook de restitutie-politiek van de Commissie heeft een belangrijke rol gespeeld. Ondanks de oplopende waarde van de dollar heeft de Commissie aanvankelijk de exportrestituties ongewijzigd gelaten en die voor boter zelfs aanzienlijk verhoogd”, aldus Van den Berg. De verlaging van de restitutie kwam er in de loop van vorig jaar wel, maar ze bleef beperkt tot vijf procent en stond daarmee in geen verhouding tot de waardestijging van de dollar. “Een en ander had tot gevolg dat de prijs van boter binnen de EU aanzienlijk is opgelopen, waarna ook de prijzen van producten als kaas en volle-melkpoeder volgden. Pas eind november zijn de restituties en steunbedragen voor boter verlaagd om vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen”, zegt Van den Berg.

Al deze ontwikkelingen hebben een gunstig effect gehad op de inkomens van de melkveehouders, die voor 1997 beduidend hoger zullen uitvallen dan voor het jaar daarvoor.

In de gehele zuivelsector liep de bruto-opbrengst als gevolg van die hogere prijzen op van 10,2 miljard gulden in 1996 tot 10,5 miljard in 1997. Daarvan werd een kwart in eigen land verdiend, de helft in andere EU-lidstaten en nog eens een kwart elders op de wereldmarkt. De opbrengst van de totale export - zowel naar EU-landen als daarbuiten - nam toe tot 7,8 miljard gulden. De werkgelegenheid in de zuivelsector is het afgelopen jaar, anders dan in de periode daarvoor, nauwelijks verminderd. In de melkveehouderij, de zuivelindustrie en de groothandel werken nu zo'n 80.000 mensen.