Wilhelmus zakt steeds dieper weg

HILVERSUM, 5 JAN. Zingen we “de tirannie verdrijven die-hie mij mijn hart doorwondt”? Of “die mij mijn hart doorwondt?” J. Hornstra, directeur van de Goudse Koningin Wilhelmina-basissschool, prefereert (“sorry, een persoonlijke tik”) het laatste als hij het Wilhelmus doceert. Vanaf groep zes leert hij zijn leerlingen bij speciale gelegenheden het eerste en zesde couplet. Koninklijke verjaardagen, bevrijdingsdag, een voetbalwedstrijd desnoods, want het Wilhelmus “hoort bij je ontwikkeling”.

De populariteit van het Wilhelmus neemt de laatste jaren evenwel snel af. Een op de zeven Nederlanders (14 procent) kan het eerste couplet van het volkslied meezingen. In 1992 was dat nog 42 procent. Dit blijkt uit een enquête van bureau InterView in opdracht van de actualiteitenrubriek Nova. Twee op de drie ondervraagden zegt te worden geraakt bij het horen van het Wilhelmus. De rest doet het weinig of niets.

Nova gaf opdracht tot de peiling naar aanleiding van het plan van de VVD in Gouda om het Wilhelmus op de basisscholen verplicht in te voeren. Zeven op de tien Nederlanders vindt dit een goed idee. Dertien procent van de ondervraagden vindt het tijd voor een nieuw volkslied.

“Wij onderwijzen het Wilhelmus al jaren, geen enkel punt”, zegt J. van Dongen, directeur van openbare basisschool De Albatros in Gouda . Voor een nieuw volkslied voelt hij niets. “Het Wilhelmus is een van de weinige liederen die dit land nog eenheid geven.” En dat geldt ook voor het kwart van zijn leerlingen dat van allochtone afkomst is, zegt hij. “Maar omdat ze vaak in twee culturen leven, zou ik het ook aanmoedigen als ze hun eigen volkslied zouden willen leren.”

Het grootste struikelblok in de klas bij het Wilhelmus? Van Dongen zucht. “Altijd dat duitsen bloed.”