Tien aankomende Nederlandse 'singer/songwriters' op cd van het Nationaal Pop Instituut; 'Je zingt een lied omdat je iets hebt te vertellen'

Het Nationaal Pop Instituut zet zich in voor popmuzikanten die nog geen platencontract hebben. Tien zingende liedjesschrijvers staan nu op de cd 'Characters' en de artiesten treden vanavond op in het Amsterdamse Paradiso. Hoewel de muzikanten hopen op meer plaatopnamen, geven sommigen de voorkeur aan het live optreden.

Characters. Singers 'n Songs (NPI UNS 97/02). Alle muzikanten die een bijdrage leverden aan deze cd spelen vanavond in Paradiso, Amsterdam, 20 uur.

AMSTERDAM, 5 JAN. Irene Annink praat zoals ze zingt. Kwikzilverig en onstuitbaar. Ze goochelt met begrippen ('intentie' versus 'intensiteit'), weidt uit over haar hebbelijkheden (nagelbijten, 'een probleem voor wie akoestisch gitaar speelt') en zingt af en toe een stukje voor.

Annink leverde een paar liedjes voor de door het Nationaal Pop Instituut (voorheen de Stichting Popmuziek Nederland) uitgebrachte cd Characters. Singers 'n Songs. Alle muzikanten die op de cd staan, treden vanavond op in het Amsterdamse Paradiso. De cd is het tweede deel van de serie 'Unsigned', een project van het NPI voor muzikanten die nog geen platencontract hebben, en is gewijd aan het genre van singer/songwriters.

Net als bij het eerste deel van de serie, met r & b-zangers, is het niveau verrassend hoog: van de ijle Reineke Wieman tot de geconstrueerde liedjes van Merry Pierce. Singer/songwriters worden geacht zichzelf op een akoestische gitaar (of een piano) te begeleiden, beïnvloed te zijn door folkmuziek of blues, en persoonlijke teksten te schrijven. Maar de muzikanten op deze cd bewijzen dat dit soort criteria onhoudbaar zijn. Er staat ook een band op (Mummy's A Tree) en zanger Dyzack die zich laat begeleiden door noise.

Voor Irene Annink (24) is het enige specifieke aan de singer/songwriter dat hij zijn teksten vaak veel aandacht geeft “omdat die nu eenmaal beter te horen zijn als er sobere begeleiding is”. Annink, student Latijns-Amerika studies, heeft veel ervaring met sobere optredens. Negen maanden reisde ze door Mexico en voorzag in haar levensonderhoud door op te treden in cafés ('vijf avonden per week, vijfendertig nummers per avond'). Daar leerde ze dat 'spelen' ook werk kan zijn. “Als je speelt in een café dan moet je er van uitgaan dat mensen niet per se voor jou komen. Dat je eerder sfeer schept dan een concert geeft.”

Het maken van de opnames voor Characters gaf weer nieuwe inzichten. Want bij Anninks slechts met gitaar begeleide liedjes staat haar stem op de voorgrond, en hoe krijg je daar in een kale studio-omgeving de juiste expressie uit? “Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat de eerste noot die je zingt heel krachtig moet zijn; die bepaalt hoe het nummer verder gaat klinken. Je moet je helemaal geven, net alsof je voor een publiek staat. Want al is het indirect, je zingt ook daar voor mensen, niet voor je microfoon.

“Bij oude opnames van mezelf hoor ik dat ik me daar niet genoeg bewust van was. Ze zijn dan misschien wel zuiver, maar er ontbreekt een ziel. Wat 'ziel' is? Dat je daar niet staat omdat je zo graag een mooi liedje zingt, maar omdat je iets hebt te vertellen. Daarvoor moet je de techniek kunnen loslaten. Ik zou bijna zeggen dat je de tekst zo goed moet kennen dat je daar niet meer over hoeft na te denken. Maar je moet wel degelijk nadenken over wat je zingt, anders komt de boodschap niet aan. Als ik zing 'I'm sitting lonely over the water..' wordt niet duidelijk dat ik daar heel alleen zit, dus het moet zijn: 'I'm Sitting Lonely Over The Water'.” Ze spuwt de woorden uit.

Erik Hofland, de man achter Dyzack, heeft ook zijn bedenkingen bij studio-opnames. Over zijn nummers op Characters, het knerpende Haunt en het klagelijke Roll Over White Eyes, zegt hij verontschuldigend dat ze 'live nog leuker zijn'. “In de studio heb je alleen maar die twee boxjes die jou weergeven. Dat is frustrerend. Maar ik probeer het nog even, en anders ga ik uitsluitend optreden en niet meer opnemen.”

Hofland (23) studeert Beeld & Geluid aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Al doet de naam anders vermoeden, hij noemt de studierichting eerder 'kunstzinnig dan technisch'. Zijn uiteindelijke doel is een instrument te ontwikkelen dat beeld én geluid geeft, maar het mag geen computer zijn. Hofland experimenteert, ook op school, met allerlei muzieksoorten. “Als er al zoiets bestaat als de singer/songwriter, dan is hij iemand die muzikale trends naar een eigen stijl vertaalt. Dat kan voor mij de speedmetal zijn van Slayer, of zoiets als drum 'n' bass.”

Hofland maakt zelf geen 'café-repertoire'. “Want dan moet je je eigenlijk gedeisd houden. Ik wil graag dat het hard staat, anders praten ze steeds door me heen.” Net als Irene Annink maakt Hofland zich druk om zijn teksten. “Maar als ik dan eenmaal op het podium sta, ben ik ze weer vergeten. Dan bedenk ik ter plekke iets anders.”

Annink zou in haar teksten het liefst 'helemaal vaag' zijn, net als Tori Amos, 'mooie woorden waarvan je de betekenis niet weet, maar die je wel voelt door de passie waarmee ze zingt'. Voor Annink moet de tekst niet al te persoonlijk zijn. Metaforen geven een impliciete betekenis, zoals 'heart' in plaats van 'feeling'. “In het nummer Milestones zing ik 'When you flew my kite'. Daarmee bedoel ik mijn vader die toen ik afreisde naar Mexico mij vrij liet om te gaan. Maar niet alsof ik een vogel was, zo van 'ga maar', maar als een vlieger. Want er bleef een lijn van contact.

“Ik speel omdat ik op zoek ben naar schoonheid en niet om mijn frustraties van me af te spelen. Alhoewel het soms wel kan helpen. Ik ben altijd heel precies in het zoeken naar de woorden voor wat ik voel. Dus als ik er niet goed aan toe ben en ik schrijf er een tekst over, dan weet ik in elk geval precies wat er aan schort.”

Irene Annink en Erik Hofland oefenen zich allebei in het vrij improviseren met hun stem. Hofland: “Ik heb geprobeerd een eigen taal te maken waarbij ik alleen maar op de klank let, om mee voor de vuist weg te kunnen zingen. Maar vooralsnog klinkt dat nogal gekunsteld.” Annink ziet het als een verworvenheid dat ze tegenwoordig los komt van vaststaande melodieën. “Nu durf ik te variëren op een eindnoot, terwijl ik vroeger blij was als ik die laatste noot had gehaald.”