Taxaties getaxeerd

Huurders en verhuurders van ruim 70.000 sociale huurwoningen in Rotterdam hebben in de periode 1992-1995 te veel onroerende-zaakbelasting (OZB) betaald. Zes woningcorporaties, de eigenaren van deze woningen, maakten met succes bezwaar tegen de (te) hoge OZB-aanslagen die de Dienst Gemeentelijke Belastingen (DGB) had opgelegd.

De gemeenteraad van Rotterdam besloot eind 1996 dat de DGB het te veel betaalde moest teruggeven, niet alleen aan de woningcorporaties maar ook aan alle huurders. De raad ging ervan uit dat daarmee in totaal een bedrag van zeven miljoen gulden was gemoeid. De Dienst Gemeentelijke Belastingen heeft echter, zo bleek vorige maand, veel meer terugbetaald: 11,8 miljoen gulden aan de woningcorporaties en 5,9 miljoen aan de huurders. Dat laatste bedrag kan nog met een kleine miljoen oplopen omdat oud-huurders die verhuisd zijn, alsnog een verzoek om teruggave kunnen indienen. De DGB heeft hun nieuwe adressen niet kunnen achterhalen.

De DGB is met meer problemen in de weer. Op 1 januari 1995 werd de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) van kracht. De OZB-belasting die eigenaren en huurders van de 280.000 woningen in Rotterdam sinds 1 januari 1996 moeten betalen, is gebaseerd op de vaststelling van de marktwaarde van de huizen op 1 januari 1995. De bepaling door de DGB van de waarde op deze peildatum leidde tot een gemiddelde verhoging van de OZB-belasting met 43 procent. Veel Rotterdammers vonden dat wel erg veel, hoewel de OZB-tarieven voor 1996 en 1997 zijn verlaagd. De Socialistische Partij organiseerde prompt een actie om bezwaarschriften in te dienen. Een kleine 35.000 huurders en eigenaren van woningen gaven aan de oproep gevolg. De DGB huurde een legertje taxateurs in om de waarde van de woningen opnieuw te bepalen. De indieners van bezwaarschriften kregen een briefje met de mededeling dat over hun bezwaarschriften “zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden na ontvangstdatum uitspraak wordt gedaan”.

Ruim een jaar later is zo'n 93 procent van de bezwaarschriften afgewezen, meestal met een standaardbriefje. “Dat is lariekoek”, vindt het raadslid C.J. van Heumen van de Socialistische Partij. “Want de grote woningcorporaties hebben opnieuw en masse bezwaar gemaakt tegen de OZB-belasting over 1996. En ze onderhandelen opnieuw met de DGB. Als de aanslagen voor de corporaties andermaal worden verlaagd, dan zullen uiteraard ook de OZB-aanslagen voor hun huurders moeten worden verminderd.”

Het SP-raadslid zet ook vraagtekens bij de hertaxatie die heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de bezwaarschriften. Taxateurs bepalen vaak de waarde van een huis dat als 'prototype' voor een homogene groep woningen kan worden beschouwd. De vastgestelde waarde geldt dan voor alle huizen van die groep. Uit een steekproef van de SP waarbij honderd woningen waren betrokken, bleek begin vorig jaar dat taxateurs in de helft van alle gevallen de prototype-huizen niet van binnen hadden bekeken. “Dat kan tot vreemde verschillen leiden. Daarnaast is er een groot verschil in de kwaliteit van taxatierapporten”, zegt Van Heumen. “Het ene is heel uitvoerig, het andere vermeldt alleen het aantal kamers. De DGB corrigeert soms de gehertaxeerde waarde weer, omdat sommige taxateurs die de dienst heeft ingehuurd de stad niet voldoende kennen en de waarde van de woonongeving verkeerd zouden hebben beoordeeld.” Ook tegen een OZB-aanslag na hertaxatie is beroep mogelijk.

Of de ene taxateur de andere juist taxeert, blijft in het ongewisse. Hoeveel geld met taxaties en hertaxaties is gemoeid, is eveneens onbekend. Duidelijk is alleen dat het met de werkgelegenheid voor taxateurs in Rotterdam wel in orde is.