Monsters in een belastingparadijs

Voorstelling: Facelift, van Guus Vleugel. Spelers: Ingeborg Elzevier, Doris Baaten, Henriëtte Tol, Hugo Metsers, e.a. Decor: Frank Raven. Regie: Christiaan Nortier. Gezien: 4/1 in Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Aldaar t/m 11/1; tournee t/m 8/5. Inl. (0900) 9203.

'Liefde en belastingen in Brasschaat' luidt de ondertitel van de nieuwe komedie Facelift, waarin Guus Vleugel met grove streken het milieu schetst van Nederlandse patjepeeërs die zich koesteren in het Belgische belastingklimaat - en vooral van hun vrouwen die daar, vlak over de grens, hun leven vullen met geroddel, gekakel en geklets. Neuscorrectie, bilreductie, bustelift en liposuctie zijn de voornaamste onderwerpen van gesprek, stand-ophouden is van het hoogste belang en De Celestijnse belofte is het toppunt van diepgang.

Het is een karikatuur, natuurlijk, even grotesk als bijvoorbeeld de satirische stukken waarmee iemand als Ben Elton succes boekt op het Londense toneel. Maar zodra zo'n stuk in het Nederlands wordt vertaald, hangt het in het luchtledige omdat wij de situaties en de personages niet herkennen. Meestal komt bij mij dan de vraag op waarom niet, in plaats van een vertaler, een schrijver om een oorspronkelijk stuk is gevraagd.

Mooi, daarom, dat Guus Vleugel op verzoek van impresario Jacques Senf een komedie heeft geschreven met de vaart en het venijn van een cabaret-sketch. Er treden drie vrouwen in op, alle drie zo vals als wat, wier Brasschaatse bestaan wordt verstoord door de komst van een nieuweling - een gladjanus van een vent die ooit met twee van hen al eens iets heeft gehad. Vervolgens ontrolt zich een intrige die niet terugschrikt voor kruidige scheldpartijen en wraak door moord en doodslag.

Het middelpunt van de actie is Charlot, een monstre sacrée met wie Ingeborg Elzevier wel raad weet. Gretig heeft ze zich, zo te zien, in dit vreselijke mens vastgebeten, en met haar languissante voordracht en onoprechte hysterie maakt ze er een wijf van dat vanzelfsprekend ieders aandacht opeist en de lakens uitdeelt. “Weet je wat 't is, ik ben een gevoelsmens,” heeft Vleugel haar in de mond gelegd. “Kom daar 's om bij de rest hier: soppen van de heimwee, maar puntje bij paaltje zo hard als een spijker.” Zoals ze die woorden zegt, met geen schijntje van twijfel en geen spoor van het besef dat ze hier een zelfportret schildert, zou je nog bijna in haar gaan geloven.

Maar weerwerk krijgt ze zelden. In de regie van Christiaan Nortier is het meestal alsof Ingeborg Elzevier een geslaagde solo staat te spelen in een verder nogal middelmatig blijspel. Voortdurend vallen er gaten in het discours, kennelijk bedoeld om ruimte open te houden voor een lach die vervolgens niet komt omdat ze daarvoor te nadrukkelijk werd bedoeld. Vooral in de vele scènes met de twee wedijverende vriendinnen van Charlot wreekt zich het gebrek aan gehaaide comedy timing. Doris Baaten en Henriëtte Tol proberen dan weer eens dit, en dan weer eens dat. Waar razendsnel schakelen is vereist tussen snibbig en poeslief, slaan ze er maar een slag naar en laten zodoende veel van Vleugels gemene zinnetjes tussen hun vingers doorglippen.

Geloof me: op papier heeft Facelift de potentie van een komedie met de kracht van een geraffineerde klucht, op voorwaarde dat de machinerie op topsnelheid in werking wordt gesteld. Maar op het toneel verloopt de voorstelling voornamelijk hortend en stotend, met maar één comédienne die werkelijk weet wat haar te doen staat.