Melgaards beelden van zon, seks en avontuur

Tentoonstelling: Bjarne Melgaard, 'Free from Content'. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 18/1, dag 11-17u. Catalogus, 56 pag. ƒ 25,-.

In navolging van zijn idool Paul Gauguin reisde de Noorse kunstenaar Bjarne Melgaard (Sydney, 1965) in 1994 naar de Stille Zuidzee, waar hij twee jaar lang rondzwierf op eilanden als Tahiti en Samoa. Net als ieder andere toerist kwam hij thuis met prachtige foto's en ansichtkaarten van witte stranden en palmbomen, bonnetjes van hotelkamers en tijdens de reis gemaakte dagboeknotities. Maar in plaats van ze in een plakboek te plakken, heeft Melgaard zijn persoonlijke souvenirs ongeordend door en over elkaar heen gehangen aan de muren van het Stedelijk Museum. De toelichtingen die hij bij de foto's geeft, zijn persoonlijker en shockerender dan de bijschriften die je doorgaans in een vakantiefoto-album aantreft. 'The grave of Paul Gauguin that I masturbated on in July '97' staat op een geel memoblaadje geschreven, geplakt op de uitvergrote foto van een kerkhof.

Hoe langer je rondloopt in de chaos van foto's, knipsels, notities en tekeningen, hoe duidelijker het beeld wordt van Melgaards vakantie vol zon, seks en avontuur. Op postpapier van hotels met namen als Maeva Beach en Bel-Air ('I lived there') maakte Melgaard aantekeningen en schetsen met zijn schijnbaar onstuitbare verlangen naar seksuele uitspattingen als onderwerp. Tekeningen van penissen en spermacellen domineren de volgepropte museumwanden. In een vitrine liggen naast een platenboek met reproducties van Gauguins schilderijen en een boek met de titel 'The leading hotels of the world' ook verschillende flesjes massage-olie. In een nooit verstuurde fax aan Paul Gauguin vertelt Melgaard over zijn 'obsession to fuck men from the South Pacific' en over 'luxury hotel romances'. 'Bringing working class suburbia Maori's to my suite is also great', schrijft hij aan de in 1903 overleden Franse schilder.

Melgaards tentoonstelling 'Free from Content' is het achtste en laatste project in de tentoonstellingsreeks 'Commitment' die het Stedelijk Museum sinds 1989 rond het thema aids organiseert. Conservator Geurt Imanse kwam op het idee Bjarne Melgaard uit te nodigen na het zien van zijn werk op de openingstentoonstelling 'de Rode Poort' in het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent (1996) en een tentoonstelling in Het Domein in Sittard (1997). Beide installaties had Melgaard opgedragen aan Joey Stefano - de jongen met het meest perfecte achterwerk ter wereld -, een in homokringen bekende Amerikaanse pornoster die HIV-positief was en overleed aan een overdosis drugs.

De kleine ruimte in het museum in Gent was destijds door Melgaard zo volgestouwd dat de bezoekers zich een weg moesten banen tussen de tafels, bukkend voor wollen draden die als slingers in de kamer hingen en struikelend over de dingen die op de grond lagen. In het Stedelijk heeft de kunstenaar deze overdreven vorm van 'horror vacui' achter zich gelaten en is er in ieder geval genoeg loopruimte. Sommige tekeningen zijn netjes ingelijst, maar hangen wel zij aan zij met honderden tegelijk aan een muur. In andere zalen bedekken boven elkaar gehangen grote schilderijen de wanden en staan verschillende doeken tegen de muur opgesteld omdat er simpelweg geen plaats meer is.

Als bezoeker voel je je een voyeur in het atelier van de kunstenaar, nieuwsgierig snuffelend in zijn persoonlijke spullen, terwijl je elk moment door hem betrapt kunt worden. Het uiterst persoonlijke karakter van Melgaards werk is op te vatten als een reactie op de in zijn ogen middelmatigheid van de kunstwereld waar iedereen zich 'artistiek correct' gedraagt.

Na zijn opleiding aan de Jan van Eyck Academie en de Rijksakademie rekende hij in 1994 af met de kunsttheorie door meer dan honderd boeken van onder meer Hal Foster, Rosalind Krauss, Gilles Deleuze en Jean Baudrillard te verbranden en de as in een galerie tentoon te stellen. Melgaards weigering om deel te nemen aan de Biënnale van Johannesburg veroorzaakte deze zomer een rel in de Noorse kunstwereld.

Zijn ambivalente houding ten opzichte van de gevestigde kunstwereld stak Melgaard ook tijdens zijn laatste tentoonstellingen niet onder stoelen of banken. 'Always remember: contemporary art is art made by slaves', schreef hij als bijschrift bij een tekening. Over Catherine David schreef hij dat ze er uitzag als een Franse huisvrouw uit 1972 en een vergelijkbare smaak had. Op de tentoonstelling in Amsterdam shockeert Melgaard vooral door zijn ruige leven openbaar te maken en door het tentoonstellen van banale plaatjes uit tijdschriften.

Voor de toeschouwer betekent de overdaad aan beelden een aanslag op het kijkvermogen. Je kunt uren in de vier museumzalen rondlopen en nog niet alle details gezien hebben. Toch vraag ik me af in hoeverre het beeld van deze recalcitrante kunstenaar overeenkomt met de werkelijkheid. Is Melgaard echt zo losbandig als hij zelf doet voorkomen of neemt hij met zijn provocaties ons allemaal in de maling?