Marjolein van Dingstee over Het jeugdorkest

DOORWERTH, 5 JAN. “Het is geweldige muziek, in een orkest. Je speelt de grootste componisten en je speelt echt samen, met elkaar. Zelfs als we met de violen iets kleins spelen onder het geweld van het koper, is het toch nodig dat we dat doen. Als je daar alleen koper zou horen, klinkt het anders.

Er zijn zo veel kleuren, zo veel klanken. Alle soorten koper, slagwerk, pauken, houtblazers, strijkers: in een orkest doet alles mee. Er zullen wel mensen zijn die liever solostukken op viool spelen, maar die moeten dan maar niet in orkesten gaan spelen, vind ik. Als je er geen lol in hebt, kun je geen muziek maken. Ik vind gewoon àlles heel erg leuk, ook kamermuziek en solostukken. Je moet jezelf niet vastpinnen op wat je wilt doen. Ik wil gewoon zo goed mogelijk viool spelen.''

Marjolein van Dingstee (19) is sinds een paar weken concertmeester van het Nationaal Jeugdorkest, dat deze maand zijn veertigjarig bestaan viert. De tweedejaars conservatoriumstudente heeft in Amsterdam les van Viktor Liberman en Keiko Wataya. Als aanvoerder van de eerste violen volgt ze bij het NJO haar zus op: 'maar dat is puur toeval!' Het bijna honderd leden tellende orkest bestaat vrijwel volledig uit conservatoriumstudenten, die twee tot vier keer per jaar een zwaar symfonisch programma instuderen en uitvoeren in binnen- en buitenland. Voor de in Doorwerth gerepeteerde jubileumconcerten staan deze maand Mahler, Berlioz en Stravinsky op de lessenaar. In de titel van het jubileumboek noemt het NJO zichzelf 'Het leukste orkest van Nederland' en dat zou best kunnen. In de intensieve repetitieperiode verblijven de jonge orkestleden dicht op elkaar. Deze zomer zal het orkest een maand lang door Spanje toeren.

“Vanaf mijn achtste speel ik in orkesten. Voor orkestconcerten ben ik niet zo zenuwachtig meer. Wel voor solo's. En audities. Een auditie is het ergste wat er is. Bij een solo in een concertzaal zitten er altijd nog mensen die gewoon naar de muziek luisteren. Bij audities wordt er alleen maar op mijzelf gelet, en door het meest kritische publiek. Als je gespeeld hebt is het: 'goedemiddag', zonder verder commentaar. Geen applaus ook, wat heel gek is als je zo gespeeld hebt. Toen ik bij het NJO auditeerde voor concertmeester waren er vier kandidaten. Ik had ook kunnen auditeren als gewoon orkestlid, maar dat heb ik niet overwogen. Niet aan gedacht denk ik.

“Ik heb bijna altijd vooraangezeten in orkesten. Heel toevallig zat ik in november weer eens achteraan, als invaller aan de zesde lessenaar bij het Requiem van Verdi. Dat is eigenlijk veel moeilijker: je ziet minder, er zitten veel meer mensen tussen jou en de dirigent, met veel meer rumoer. Ik voel me als concertmeester bij het NJO wel op mijn gemak. Behalve aanvoerder van de eerste-violengroep ben je ook een soort connectie tussen de dirigent en het orkest. Zo voel ik dat tenminste, je vertegenwoordigt het hele orkest. Vanaf mijn plek kan ik ook iedereen zien, behalve dan de eerste violen.

“Ik vind dat ik eigenlijk al bij de eerste repetitie alles perfect moet kunnen spelen, dat is mijn taak. Wat altijd erg goed werkt is te luisteren naar plaatopnamen, met je eigen partij erbij. Dat zeg ik ook altijd op de groepsrepetitie. En je studeert natuurlijk de noten, op zuiverheid, articulatie en dynamiek. Hoeveel tijd ik op de partijen studeer, is een gewetensvraag. Ik heb natuurlijk al veel ervaring, ik zie vrij snel wat de moeilijke plekjes zijn.

“Wat niet leuk is aan een orkest is dat je als strijker niet veel invloed hebt. Als concertmeester ligt dat natuurlijk anders, maar verder is het niet echt de bedoeling dat je als viool gaat zeggen dat je vindt dat iets anders moet. Blazers zijn wat dat betreft beter af, die hebben hun eigen partij. Wat ik ook erg frustrerend vind is wanneer mensen niet hebben gestudeerd. Als er in een violengroep één rotte appel zit, dan hoor je dat meteen, je mist dan iets, je voelt dat het veel beter had gekund. Bij een goed orkest zitten achteraan bij de tweede violen óók alleen maar goede violisten.”

Nationaal Jeugdorkest o.l.v. Thierry Fischer m.m.v. Birgit Remmert (alt) met Feu d'artifice van Stravinsky, Les nuits d'été van Berlioz en Symfonie nr.1 van Mahler: 5/1 De Singel Antwerpen; 6/1 Vredenburg Utrecht (besloten jubileumconcert); 7/1 Concertzaal Tilburg; 9/1 Concertgebouw Amsterdam; 10/1 Vredenburg Utrecht.