Klimmen over hekken, kruipen door modder en samen in bad; Survivalrun in Beltrum is alleen voor sterke mannen en vrouwen

Traditioneel werd op de eerste zondag van het nieuwe jaar in Beltrum de survivalrun gehouden. In de Achterhoek vergden 600 deelnemers het uiterste van hun lichaam. De gedachte aan een warm bad na afloop hield de uitgeputte sporters op de been.

BELTRUM, 5 JAN. Het plantsoen aan de Mr. Nelissenstraat in het Achterhoekse Beltrum had gisteren veel weg van een grote speeltuin. Metershoge klimpalen, een klimwand, touwladders en een gammele touwbrug vulden het doorgaans lege grasveld. Het waren geen kleine kinderen die zich op de klimtoestellen vermaakten, maar volwassen mannen en vrouwen. Besmeurd met modder, worstelden zijn zich over de laatste gladde hindernissen op weg naar de finish van de negende editie van de Beltrumse survivalrun.

Zestig zware hindernissen verdeeld over een parcours van 24 kilometer moesten de deelnemers gisteren nemen. Na de vrieskou, waarin de wedstrijd van vorig jaar werd gelopen, was dit keer de drassige ondergrond de grootste tegenstander. De hevige regenval van afgelopen zaterdag veranderde de route in een grote modderpoel, maar niemand van de organisatie stoorde zich aan het hevige noodweer. Stiekem hoopten ze zelfs op nog een buitje, want hoe zwaarder de wedstrijd hoe groter de prestatie.

Ook zonder slecht weer heeft de survivalrun van Beltrum betekenis. Omdat het de oudste van Nederland is. In het Achterhoekse dorp werd zo'n twaalf jaar geleden de basis gelegd voor survivaltochten in Nederland. “Beltrum is een echte klassieker”, weet Jan Maarse, de lokale held die “de beer van Beltrum” wordt genoemd. “Wie hier finisht, mag gerust zeggen dat hij er wat van kan.”

Samen met plaatsgenoot Stef Beuk is de 38-jarige Maarse de grondlegger van de survivalrun. Begin jaren tachtig deed het tweetal mee aan het televisieprogramma Survival of the fittest. “In een paar dagen tijd moest je verschillende hindernissen nemen”, vertelt Maarse die in het dagelijks leven varkensboer is. “Nadeel was dat je tussen de verschillende onderdelen uren moest wachten. Niet echt bevorderlijk voor het lichaam. Een oplossing voor dat probleem was het achter elkaar leggen van de hindernissen en die in één loop te passeren.”

De slipjacht in Beltrum bracht uitkomst. Jaarlijks jagen ruiters te paard met honden achter een uitgezet spoor aan door de bossen en weilanden in de streek. “Wij gingen daar weer met een groepje lopers achteraan”, vertelt Maarse. “Later breidden we de natuurlijke hindernissen uit met een aantal zelfgemaakte en zo was de survivalrun geboren.”

De wedstrijd in Beltrum en omstreken heeft nog een specifiek kenmerk: Het warme bad na afloop. In een tent nabij het finishterrein staat een zestal grote bakken opgesteld. Gedurende de hele middag wordt het water, aangeleverd door de boterfabriek van Borculo, met waterslangen vanuit tankauto's in geïmproviseerde badkuipen gespoten.

Na de inspanningen de survivers in het water duiken dat een temperatuur van ongeveer 35 graden Celcius heeft. Zonder gevoel van schaamte ontdoen zowel mannen als vrouwen zich van hun kletsnatte kleding om zo snel mogelijk in de badkuip te kunnen vallen. “Hier doe je het allemaal voor, dit is het summum”, roept een recreant met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. Maar voordat de survivers zich in het warme bad mogen dompelen moet ze heel wat doorstaan. Vooral de recreanten hebben het zwaar in de modder. Doorweekt, besmeurd, verkleumd en eerder dood dan levend komen sommigen aan de eindstreep.

Toch is surviven volgens Maarse, die achter de Belgische winnaar Didier Dhondt en Nederlands kampioen Clemens Toebes als derde eindigde, niet gevaarlijk of ongezond. “Onderkoeling is het enige dat problemen kan veroorzaken. Vandaag hadden we te maken met zuidwestenwind en dan valt het wel mee, maar met noordoostenwind is de gevoelstemperatuur al snel veel lager. Gelukkig staan langs het parcours genoeg EHBO'ers en masseurs. Die pikken degenen die er echt doorheen zitten er uit. Blessures door vallen loop je bijna niet op. Met de weersomstandigheden van dit jaar is de ondergrond zacht. Als het vriest, zoals vorig jaar, kun je jezelf gemakkelijker blesseren bij een val. IJs voelt net zo hard aan als beton.”

Goede training is voor een survivaltocht noodzakelijk. “In het verleden kwamen mariniers en commando's naar Beltrum”, vertelt Maarse. “Die haalden de streep niet omdat ze bepaalde technieken niet onder de knie hadden. Dat geeft wel aan hoe zwaar een survivalrun is.”

Zwaar is het nemen van de hindernissen zeker. Klimmen, door moddersloten waden, houthakken en met boomstammen op de schouders lopen, het lijkt gekkenwerk. Maar gek hoef je volgens de 31-jarige Belgische winnaar Dhondt niet te zijn. “Buitenstaanders zeggen wel eens dat ik ze niet alle vijf op een rijtje heb, maar volgens mij is er geen gezondere sport te bedenken. Je gebruikt je hele lichaam.”

Wie de mannen en vrouwen gisteren in de weer zag op de klimrekken in de Beltrumse speeltuin denkt terug aan de gymlessen op school. Ook kruipen door de modder roept herinneringen op aan de kindertijd. Dhondt vindt dat niet meer dan logisch. “Hoe oud je ook bent, je blijft je toch altijd een beetje kinds voelen.”