Geweld tegen politie

DE BLINDE geweldsincidenten in het uitgaansleven die het vorig jaar veel gemoederen bezig hielden, hebben zich in verschillende plaatsen tijdens de jaarwisseling tegen de politie gericht. “Matten” met de politie is geen onbekend verschijnsel in de vaderlandse oudejaarsavondfolklore. Dit jaar had het ritueel echter enkele kenmerken die speciale aandacht verdienen. In enkele kleinere plaatsen werd de sterke arm akelig in het nauw gedreven. En in Groningen heeft de politie de Oosterparkbuurt zelfs enkele uren overgelaten aan een vorm van straatterreur.

De politiebonden hadden al eerder alarm geslagen. De agressie tegen de politie neemt toe, waarschuwden zij de afgelopen zomer. Dat bleek moeilijk te kwantificeren, net zoals trouwens geldt voor de geweldsincidenten in de samenleving als geheel. Een van de bonden meldde zelfs dat politiemensen zich juist veiliger voelen op straat dan tien jaar geleden, onder meer als gevolg van betere communicatiemiddelen en betere kogelwerende vesten. Toch werd vorig jaar in een Rotterdams proefschrift vastgesteld dat de overgrote meerderheid van de politiemensen die in de korpsen van Arnhem en Rotterdam waren ondervraagd, de indruk had dat hun geweldsrisico de laatste jaren was toegenomen.

HET ONTBREKEN VAN systematische gegevens over geweld tegen de politie is, net zoals geldt voor het algemene geweldsniveau in de samenleving, niet louter een academische kwestie. Deze onzekerheid houdt rechtstreeks verband met het antwoord op de vraag of nadere maatregelen geboden zijn, zoals zwaardere strafbepalingen. In antwoord op Kamervragen erkende minister Sorgdrager (Justitie) vorige zomer dat “de bijzondere rechtsplicht” van politiemensen om op te treden in gevaarlijke situaties noopt tot een speciaal strafrechtelijk accent op de risico's die zij daardoor lopen.

De huidige strafwet biedt volgens de minister echter voldoende mogelijkheden voor strafverzwaring. Op zijn minst zo belangrijk noemde zij dat de pakkans bij geweldsdelicten tegen politiemensen in de praktijk “groot” blijkt te zijn. Het openbaar ministerie heeft als stelregel dat dan altijd een strafvervolging wordt ingesteld. De laatste tijd wordt in een aantal korpsen bovendien geprobeerd de dader te verplichten tot een individuele schadevergoeding.

Dit is echter allemaal gepraat achteraf. Wat kan er worden gedaan aan een betere aanpak van het geweld? Naar aanleiding van 'Groningen' pleit de Nederlandse politiebond voor uitbreiding van de beschikbaarheid van de mobiele eenheid. Ook al kost dat wat geld. Dat is achteraf niet slecht opgemerkt, maar schaatst toch een beetje langs de werkelijke problemen heen.

Er was in Groningen gewaarschuwd dat er iets broeide. Er schortte dus kennelijk iets aan het elementaire adagium dat de politie de mensen moet kennen en door de mensen gekend moet worden. In Groningen was er naar het zich laat aanzien vooral een kortsluiting in de bevelsstructuur. In de kleinere plaatsen waar het uit de hand liep, was het veeleer een kwestie van beschikbaarheid.

BEIDE PROBLEMEN hebben als gemeenschappelijk element het nieuwe regionale politiebestel. Dat is ingevoerd met als dwingend argument de schaalvergroting van de zware criminaliteit. Maar vergeet dan ook de basiszorg niet. Daarin is de laatste tijd naar Amerikaans voorbeeld juist een tegenbeweging kenbaar om alle krachten in te zetten op de alledaagse verloedering. Het Algemeen Politieblad van 11 oktober signaleerde een nieuwe trend: “gebiedsgebonden politiezorg”. Drie politieregio's zijn er al mee begonnen, naar voorbeeld van de Amerikaanse formule van zero tolerance policing: zorg dat de politie de baas op straat is.

Deze formule ontleent zijn betekenis aan de gedachte dat een buurt onherroepelijk verloedert als zelfs aan een gebroken ruitje niets wordt gedaan. Met name in New York - dat onlangs werd bezocht door een paf staande Nederlandse Kamerdelegatie - heeft deze agressieve aanpak zijn nut bewezen.

Er is echter een keerzijde, waarschuwde het Amerikaanse weekblad Time in september naar aanleiding van een schandaal over een wel zeer onverkwikkelijk geval van mishandeling van een Haïtiaanse immigrant door politiemensen in New York. Zero tolerance wordt door de politie al gauw gelijkgesteld met een “oorlog tegen de misdaad”. En oorlogsdenken leidt tot het ontmenselijken van “de vijand”.

In het Algemeen Politieblad werd dan ook met reden geconcludeerd dat een meer gemeenschapsgerichte - op de achterliggende sociale problemen georiënteerde - vorm van de gebiedsgebonden politiezorg voor Nederland de voorkeur verdient. De vraag blijft hoe dat moet worden gerealiseerd in het grootschalige denken van het regionale politiebestel. Het is niet alleen een kwestie van schaal. In de politiepraktijk blijkt ook de inzet van vrouwelijk personeel een geweldsdempend effect te hebben. Maar nog al te vaak is de korpsgeest - blijkens herhaalde klachten over seksuele intimidatie - uitgesproken vrouwonvriendelijk.