Frans debat referendum 'Amsterdam'

PARIJS, 5 JAN. In Frankrijk is een debat ontbrand over de noodzaak een referendum uit te schrijven over het Verdrag van Amsterdam. Na een uitspraak van het Constitutionele Hof hebben kleine regerings- en oppositiepartijen zich met hernieuwde kracht uitgesproken voor een referendum.

Volgens de Constitutionele Raad, die vorige week uitspraak deed, zijn “de omvang en de wijze van overdracht van bevoegdheden ten gevolge van het Verdrag van Amsterdam zodanig dat essentiële voorwaarden voor het uitoefenen van de soevereiniteit erdoor gewijzigd kunnen worden”. Volgens de Raad is aanpassing van de Grondwet van 1958 onontkoombaar. Dat kan per referendum of door een buitengewone, gemeenschappelijke zitting van beide kamers van het parlement.

De regering als geheel heeft zich nog niet uitgesproken over de vraag hoe met de ontstane situatie moet worden omgegaan. Maar de ministers Guigou (Justitie), Vaillant (Betrekkingen met het parlement) en Allègre (Onderwijs; vertrouweling van premier Jospin) hebben zich al tegen een referendum uitgesproken. Zij hebben aangegeven dat een bijzondere zitting van het parlement de noodzakelijke wijzigingen kunnen goedkeuren. Vooral de regerende communisten en Groenen hebben zich ongebruikelijk hard uitgelaten tegen 'het Europa van de bankiers' en eisen een volksraadpleging.

De aanvraag om een oordeel van de Raad was onlangs bij wijze van uitzondering ingediend door president Chirac en premier Jospin samen. Zij wilden zich eensgezind wapenen tegen mogelijke protesten van de tegenstanders van het verdrag. Beiden willen dat Frankrijk zonder mankeren in de voorste linie van de Europese Unie optrekt.

Door de uitspraak van de Constitutionele Raad menen de tegenstanders van het Verdrag een extra argument in handen te hebben gekregen voor een referendum, hun laatste hoop de stemming tegen overdracht van soevereiniteit te mobiliseren. Rond het referendum in 1992 lukte dat ook bijna; toen won het door president François Mitterrand verdedigde 'Ja' tegen het Verdrag van Maastricht het met één mager procent.

Jacques Delors, die tien jaar voorzitter van de Europese Commissie in Brussel is geweest, kwam zondag de regering te hulp door in een vraaggesprek met de grote regionale krant Sud-Ouest te zeggen dat een referendum “niet nodig” is. Door het verdrag van Maastricht goed te keuren heeft het Franse volk zijns inziens de principes van gemeenschappelijke politiek die nu worden uitgewerkt, al aanvaard. Met de komst van de euro en een gemeenschappelijke economische en monetaire politiek betekent 1998 een “kwalitatieve sprong voorwaarts”. Om onevenwichtigheid te voorkomen, aldus Delors, moet gezorgd worden dat geen “politiek deficit” ontstaat. Een manier om dat te bestrijden is zijns inziens de Europese Raad een president van de Europese Unie te laten aanwijzen, die als gezicht van Europa kan fungeren.