Europa moet moderner worden

Groot-Brittannië heeft er zin in - zoveel maken de woorden van de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Robin Cook, duidelijk bij de aanvang van het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie. De landbouwpolitiek moet op de helling en werkgelegenheid, criminaliteit en het milieu zullen tijdens het Britse voorzitterschap grotere prioriteit krijgen. Gijs de Vries heeft zo zijn bedenkingen: de Britten doen voorlopig niet mee met de euro en premier Blair zet al zijn kaarten op de binnenlandse politiek, niet op Europa.

Toen het nieuwe Labour de verkiezingen won, hebben we beloofd Groot-Brittannië tot een hoofdrolspeler in Europa te maken. Nu we naar Brussel gaan, doen we dat eendrachtig en met het vaste voornemen onze rol te spelen in de vormgeving van de Unie. We zullen ons in Brussel niet voordoen als de hoogste leider of de gekroonde vorst. Maar we willen wel een constructieve en invloedrijke stem.

Het Britse voorzitterschap biedt ons de kans Europa van de nieuwe realiteit te doordringen. Het biedt ons een half jaar waarin we de koers van Europa kunnen verleggen. Tijdens het Britse voorzitterschap zal de EU de cruciale eerste stappen nemen in twee van haar belangrijkste projecten: de EMU en de uitbreiding. In beide gevallen zullen we ons best doen voor een zo goed mogelijk begin.

We hebben al verklaard dat Groot-Brittannië niet zal meedoen aan fase 3 van de EMU in 1999, wanneer veel van onze partners hun munten aan elkaar zullen vastklinken. Wij menen dat een Brits lidmaatschap van de muntunie in beginsel goed is voor voor het land en voor Europa. Maar het tijdstip is voor ons verkeerd. Echter, wanneer de beslissingen vallen, zullen wij de voorzittersstoel bezetten. Ik heb de verzekering gegeven dat we ons onpartijdig en objectief van die verantwoordelijkheid zullen kwijten, en de te nemen historische besluiten zoveel mogelijk zullen bespoedigen. We willen dat de muntunie een succes wordt.

Ook zijn we voornemens de uitbreiding met nieuwe leden tot een succes te maken. Door de Midden- en Oost-Europeanen binnen de EU te halen, zullen wij de opgave volvoeren die ons acht jaar geleden is gesteld toen het IJzeren Gordijn wegviel, namelijk de vorming van een verenigd en vrij Europa. Een uitgebreide EU betekent een grotere binnenmarkt, een sterkere Europese stem in de wereld, een welvarend, vreedzaam Europa waarin oorlog ondenkbaar is. Dat is een historische doelstelling. Maar het is tevens een doelstelling die heel veel werk vereist. De aspirant-lidstaten hebben indrukwekkende vorderingen geboekt sinds de worgende hand van het communisme is weggenomen. Maar alle hebben ze nog een eindweegs te gaan voordat ze de verplichtingen van het EU-lidmaatschap kunnen aangaan, en voordat hun bedrijfsleven zich vaste voet kan verschaffen in de ongedeelde Europese markt. Dat proces zal nog jaren in beslag nemen. Maar wij zullen tijdens ons voorzitterschap de eerste stappen zetten.

Natuurlijk zullen niet alleen de aspirant-lidstaten moeten veranderen. Ook de EU zelf moet zich moderniseren. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is daarvan een schoolvoorbeeld. Veertig jaar geleden, toen voedselschaarste een reële dreiging vormde, had het zin. Thans is het toe aan hervorming. Het kan niet juist zijn dat 50 procent van het EU-budget op gaat aan een sector waar slechts 4 procent van de bevolking werk vindt. Er is behoefte aan een nieuw beleid dat minder kost, dat de consument meer waar voor zijn geld biedt, dat boeren bedrijfszekerheid en flexibiliteit biedt en dat het milieu ontziet. Al onze partners hebben uitgesproken meningen over het landbouwbeleid en de hervorming zal eenvoudig noch gemakkelijk gaan. Maar wij zullen ons voorzitterschap benutten om een zo goed mogelijk begin te maken.

Ook zullen we het Britse voorzitterschap gebruiken om vanuit de EU meer oog te hebben voor wat haar bevolking werkelijk aangaat. Het is mijn overtuiging dat we een nieuw contact moeten leggen tussen de Europese mensen en de Unie die hun regeringen trachten tot stand te brengen. Op dit ogenblik lijkt de Unie te vaag om van wezenlijke invloed op hun leven te zijn - er wordt te veel gepraat over de algemene ideeën en de inrichting van de EU, en niet genoeg over wat de mensen feitelijk aangaat. Wij zullen trachten daarin verandering te brengen en te zorgen dat binnen de EU meer nadruk komt op banen, criminaliteit en het milieu - drie werkelijk belangrijke onderwerpen.

We willen dat de EU Europa weer aan het werk helpt. De werkgelegenheidstop in Luxemburg heeft hiervoor een agenda vastgesteld, waaraan wij met enthousiasme zullen werken - niet in de laatste plaats omdat ze zoveel gemeen heeft met de eigen werkgelegenheidsstrategie van het nieuwe Labour. Wij willen dat de EU de politiemachten van Europa helpt in hun strijd tegen de misdaad en de handel in drugs. Internationale criminelen zijn thans beter georganiseerd dan welke regering ook. Willen wij hen vangen, dan zullen we hen moeten evenaren in samenwerking en coördinatie. En we willen milieu-overwegingen centraal stellen in alles wat de EU doet, van vervoersbeleid tot agrarisch beleid.

Tenslotte willen we dat Europa een heldere, invloedrijke stem laat horen in de wereld. Dat betekent een goede onderlinge afstemming van buitenlands beleid. Tijdens ons voorzitterschap willen we vooruitgang boeken in het streven naar een Europese gedragscode voor de wapenexport. We willen zorgen dat het beleid van EU-lidstaten voldoende gewicht toekent aan de mensenrechten. We willen dat de EU een constructieve rol gaat spelen bij het vredesproces in het Midden-Oosten. De mogelijkheden voor de EU zijn immens. Wij zullen ons voorzitterschap gebruiken om die te realiseren.

Onze agenda is ambitieus. Op sommige gebieden zullen we niet meer dan een begin kunnen maken. Op andere zullen we voortbouwen op het werk dat onze voorgangers hebben verricht. Maar we zijn vast besloten het Britse voorzitterschap te gebruiken om op al deze terreinen vooruitgang te boeken.