EEN DUBBELE AXEL IS HIER AL HEEL WAT

Van drie tieners van Chinese afkomst wordt verwacht dat ze de glorieuze dagen van Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel doen herleven. Maar weten Jessica (14), Maurice (13) en Michaël Lim (12) wel wie Sjoukje Dijkstra was?

Na afloop van hun vrije kür drentelen Maurice en Michaël Lim gebroederlijk langs de bevroren schaatsovaal. De oudste voorop, de jongste een paar meter erachter. Met een verlegen glimlach en een slappe hand nemen ze de felicitaties in ontvangst van een handjevol belangstellenden in de Tilburgse ijshal. Nee, trots zijn ze niet op hun prestatie. Laat dat duidelijk zijn. “Want kunstrijden in Nederland stelt geen flut voor”, zegt Maurice (13) met een stem die weinig tegenspraak duldt. “Een dubbele Axel is hier al heel wat, maar in het buitenland lachen ze daar om. Daar walsen die Russen mij helemaal ondersteboven.”

Broer Michaël (12) knikt instemmend bij de tekst en uitleg van de kersverse kampioen bij de junioren. De jongste Lim heeft zojuist zijn meerdere moeten erkennen in Maurice, maar teleurgesteld is hij geenszins na afloop van het familie-onderonsje. “Daar slaap ik vannacht echt niet minder om hoor.” Al jaren staat Michaël in de schaduw van zijn broer en moet hij zich tevreden stellen met tweede plaatsen. “Maurice is ouder en dus sterker. Hij kan meer kracht in zijn sprongen leggen. Dat scheelt.” Slechts één keer won de jongste Lim een nationale wedstrijd en hij weet nog goed wanneer dat was. “Maurice was geblesseerd en toen was het geen kunst.”

Bij gebrek aan concurrentie heeft het tweetal slechts elkaar te duchten. Dat kan niet gezegd worden van zus Jessica, met haar veertien jaar de trotse aanvoerster van de schaatsfamilie van Chinese origine. In tegenstelling tot Maurice en Michaël maakt zij bij de NK in Tilburg wel haar opwachting bij de senioren. Na de verplichte oefening bezet ze de derde plaats, maar met de vrije kür in het vooruitzicht vrezen beide broers voor een terugval. “Jessica is een twijfelaar”, zegt Maurice. “Ze kan het, maar is vaak veel te nerveus. Ik begrijp dat niet. Kunstrijden is een kwestie van doen. Zorgen dat je op de been blijft en vooral niet gaan liggen.”

Tegen zessen kunnen de broers opgelucht adem halen. Zus Jessica heeft een fraaie oefening laten zien en eindigt uiteindelijk op de tweede plaats. Genoeg voor uitzending naar de EK in Milaan is het niet, maar eens temeer heeft de oudste Lim haar talenten laten zien. En zei de nationaal kampioen bij de junioren het al niet zelf? “Onze tijd komt nog wel. Wij zijn nog jong, vergeet dat niet.”

Jeugdig elan kan de noodlijdende tak van sport goed gebruiken. Want sinds de dagen van Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel ligt het kunstrijden in Nederland op zijn gat. Voor de schaatsbond (KNSB) telde de wereld van de Cherryflips, de Axels en Rietbergers niet meer mee na het gouden tijdperk van ijskoningin Dijkstra, de voormalig wereld- en olympisch kampioene uit de jaren zestig. Het lange baanschaatsen genoot voorrang en de sectie met zo'n kleine tweeduizend leden werd jaarlijks afgescheept met een schijntje. “Nederland heeft jarenlang liggen slapen”, zegt sectievoorzitter Gerd-Jan Schreppers.

Vorig jaar kwam de ommezwaai. Schreppers zag zijn jaarbudget oplopen tot 600.000 gulden. Met dank aan het NOC*NSF en de internationale trend. “De KNSB heeft eindelijk ingezien dat de aandacht voor het kunstrijden van met name de tv wereldwijd enorm is toegenomen. Daar gaan bedragen in om waar het lange baanschaatsen alleen maar van kan dromen.” Een deel van het budget werd geïnvesteerd in de oprichting van een trainingscentrum in Zoetermeer. Tien rijders en rijdsters, onder wie de leden van de familie Lim, combineren school en training onder leiding van twee bondstrainers. Die krijgen op hun beurt regelmatig bezoek van Aleksej Misjin, een voormalige ijsdanser uit Rusland die door de KNSB werd aangesteld als technisch adviseur.

Schreppers beschouwt de familie Lim als een voorbode van betere tijden. “Als een van de weinigen denken zij prestatie-bewust. Precies wat we nodig hebben. Van alle deelnemers aan het project kost het de familie Lim de minste moeite om offers te brengen. Ze slaan geen training over, hoewel de familie de kinderen per se in Rotterdam op school wilde houden.”

Met als gevolg dat vrije tijd een spaarzaam goed is in het leven van de drie jeugdige kunstrijders. Moeder Lim rijdt dagelijks op en neer tussen Ridderkerk en Zoetermeer, Den Bosch of Utrecht. Gemiddeld staan haar kinderen tien uur per week op het ijs. Een zware opgave, temeer daar het drietal het gymnasium volgt. Tijd voor plezier hebben ze daarom niet of nauwelijks. Maar geen van drieën die daar om maalt. “Als anderen naar de stad gaan, wil ik op het ijs staan”, zegt Jessica. Het kost haar geen enkele moeite. “Want aan de bar heb ik niets te winnen, op het ijs wel.”

Veel erger zijn de files waarin zij na afloop van de trainingen bijna steevast belanden. Maurice: “Vreselijk balen is dat. Soms duurt het wel twee uur. Gek word ik ervan.” Meegenomen studieboeken bieden dan uitkomst. Jessica: “Als het even kan maken we ons huiswerk in de auto. 's Winters is dat wat moeilijker omdat het dan al vaak heel vroeg donker is.” Nee, makkelijk is het niet, vinden ze alle drie. Maar voor wat hoort wat. Maurice: “Ik wil later iets bereiken, dan zal ik er nu iets voor moeten doen.” Wat hij wil bereiken? “Heel veel geld verdienen.”

Drie jaar geleden kwam de schaatsfamilie negatief in het nieuws. Aanleiding daarvoor was een tv-reportage van het RTL-programma Ooggetuige waarin onder anderen vader Tjin Lim aan het woord kwam. Op de vraag of hij vond dat zijn kinderen veel tijd met leeftijdgenoten moesten doorbrengen, antwoordde de tandarts uit Ridderkerk voor het oog van de camera met een volmondig 'nee'. Het tv-optreden leidde zelfs tot lichte opschudding in zijn praktijk. “Mijn patiënten kwamen naar me toe en zeiden: nee, dat is niet waar. Zo kennen wij u niet.”

Lim senior zegt het slachtoffer te zijn van kwade bedoelingen van de RTL-redactie. “In de bewerking van het beeldmateriaal zijn ze zeer creatief met mijn woorden omgesprongen. Ik werd neergezet als een man die zijn eigen kinderen in een kooi vasthoudt en alleen de deur opent wanneer er geleerd of geschaatst moet worden.” Rabiate onzin, zo beweert hij. “Wie topsport bedrijft, moet veel uren investeren. Mijn kinderen hebben daarom minder vrije tijd dan veel van hun leeftijdgenoten, maar dat neemt niet weg dat ik het belangrijk vind dat ze af en toe een feestje bezoeken en met andere mensen omgaan. Dat komt ze later van pas.”

Hetzelfde geldt voor het kunstrijden, volgens vader Lim die zelf opgroeide in Indonesië. “Sport is geen doel, maar een middel om later beter in de maatschappij te kunnen functioneren. Ze leren wat discipline inhoudt en dat kan nooit kwaad.” Ter illustratie wijst hij op het recente geweld in Groningen waar losgeslagen jongeren flink huishielden in de Oosterpark-wijk. “Als ik dat lees, denk ik: die jongelui weten in elk geval niet wat discipline inhoudt.”

Zijn beide zoons hebben op hun beurt moeite met een heel ander begrip, zo blijkt bij navraag. Sjoukje Dijkstra? Nooit van gehoord. “Is dat niet de moeder van Katja”, vraagt Michaël in een verwijzing naar de schaatsende dochter van de voormalige ijskoningin. Na lang gepeins doorbreekt Maurice het stilzwijgen. “Olympisch kampioen of zo. Toch?”