Duitse professoren willen volksprotest tegen euro

BONN, 5 JAN. Hoewel politici in Bonn er vast van overtuigd zijn dat niemand de euro meer kan stoppen, laat een aantal wetenschappers het er niet bij zitten. Vier professoren hebben hun medeburgers opgeroepen tegen invoering van de munt te protesteren. Zelf dienen ze een klacht in tegen de euro bij het Constitutionele Hof in Karlsruhe.

“Het Hof moet een stokje steken voor onverantwoordelijk handelen van politici”, vindt professor Joachim Starbatty, econoom bij de universiteit van Tübingen en een van de vier klagers.

De vier hoogleraren (economen en juristen) vinden dat de Economische en Monetaire Unie (EMU), die op 1 januari 1999 begint, moet worden verschoven, omdat niet aan de vereiste voorwaarden voor de muntunie wordt voldaan. De vier economen en juristen vrezen dat centrale banken zullen zwichten voor “de druk van de politiek” om de EMU koste wat kost door te zetten. Dan wordt de harde mark een zachte euro en is de bevolking misleid, stellen de vier wetenschappers.

Wordt de invoering van de euro “op beheerste wijze” verschoven, zodat de regeringen hun begrotingen serieus kunnen consolideren, zullen de beurzen dat honoreren en zal turbulentie uitblijven, menen de vier. Wie zegt dat uitstel tot afstel leidt, gelooft niet aan het project, vindt Starbatty. De regering lapt daarmee de publieke opinie, die in Duitsland sceptisch blijft over de euro, aan zijn laars.

De econoom Wilhelm Hankel uit Frankfurt, ook een van de vier klagers, heeft de burgers opgeroepen tegen invoering van de euro te protesteren. Als de euro niet zo stabiel is als de mark, zullen de Duitse spaarders grote schade ondervinden. Hankel betwijfelt of de verantwoordelijke politici over de vereiste expertise beschikken om te kunnen overzien wat ze met invoering van de euro aanrichten.

De vier klagers betwijfelen of alle deelnemers aan de EMU in staat zullen zijn de criteria (voor het begrotingstekort, de inflatie en de staatsschuld) duurzaam te vervullen.

Met uitzondering van Luxemburg hebben vrijwel alle kandidaten hun overheidstekorten het afgelopen jaar naar het gewenste niveau van drie procent van het bruto nationaal produkt weten terug te brengen. Maar dat is volgens de vier wetenschappers uitsluitend mogelijk geworden door toepassing van “boekhoudkundige trucs”.

Zo staat in Duitsland de opbrengst uit privatiseringen, die nog moeten plaatsvinden, al in de boeken voor 1997; het peiljaar voor de euro. Ook zijn verschillende posten buiten de begroting gehouden om het overheidstekort te drukken. Italië heeft een speciale, eenmalige belasting ingevoerd om de staatskas te vullen en Frankrijk telt de pensioenvoorzieningen van de medewerkers van Telecom mee als inkomsten. Allemaal methoden, die overigens worden goedgekeurd door Eurostat in Brussel; het statistische bureau van de Europese Commissie dat de begrotingen toetst.

Wolfgang Schäuble, CDU/CSU-fractievoorzitter, is van mening dat de komst van de euro in Duitsland door niemand zal worden tegengehouden. In theorie kunnen het Constitutionele Hof en het parlement invoering van de munt vertragen. Maar Schäuble vertrouwt erop dat dit niet zal gebeuren.

“Het Hof zal geen reden hebben om invoering van de euro te verhinderen, want Duitsland zal aan de criteria voldoen die het Verdrag van Maastricht voorschrijft”, aldus Schäuble.

Hij beroept zich op een uitspraak van het Hof uit 1993, waarin geconstateerd wordt dat het Verdrag van Maastricht niet strijdig is met de Duitse grondwet. Aangezien Duitsland zich aan het verdrag houdt, is er volgens Schäuble, die als kroonprins van bondskanselier Helmut Kohl wordt beschouwd, geen vuiltje aan de lucht.

De vier klagers betwijfelen dit. Het verdrag schrijft voor dat de criteria strikt moeten worden nageleefd, gebaseerd op een “duurzaam solide budgettair beleid” en niet op basis van ad-hoc korte termijnmaatregelen.

De eerste euro's zullen in 1999 verschijnen. In maart dit jaar leggen de Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut in Frankfurt (voorloper van de Europese Centrale Bank) de cijfers voor op basis van 1997. In april beslissen Bondsdag en Bondsraad over Duitse deelname aan de euro.

Begin mei bepalen de regeringsleiders en ministers van Financiën van de EU-landen wie aan de monetaire unie mogen meedoen. In 1999 pakt de Europese Centrale Bank zijn werk op.

De euro en nationale munten functioneren in een overgangsperiode naast elkaar en in het jaar 2002 verdwijnen de nationale munten en kan in de EU enkel nog met euro's worden betaald.