DRIE KEER SOLO

Han Bennink: Tempo Comodo (DATA 823). Wolter Wierbos: X Caliber

(ICP 032). Distr. BVHAAST. Ernst Reijseger: Colla Parte (W&W 910 012-2). Distr. VIA.

In de 'echte' jazz was het maken van soloplaten voorbehouden aan pianisten. Toen er geïmproviseerde muziek aan werd vastgeknoopt kwam er een eind aan deze exclusiviteit, ook in onze lage landen. In '82 werd Tempo Comodo opgenomen, een eenzaam avontuur van 'Bennink H.J.' op drums + other stuff, waaronder natuurlijk de vertrouwde bekkens maar ook draaiende tuinslangen, knippende scharen en ketsende stenen. Wie anno '98 luistert naar de heruitgave van deze lp wordt vooral getroffen door de geluidskwaliteit: 'Donnerwetter' wat een 'Body Claps'!

Ook trombonist Wolter Wierbos maakte in die tijd een solo-lp, misschien omdat hij, buitengewoon in trek als sideman, nooit toekwam aan het vormen van een eigen band.

X Caliber is echter geen heruitgave maar bevat ruim een muziek uit '95. De ondertitel 'A Demonstration of Extreme Trombone Techniques' doet het ergste vrezen maar deze cd biedt behalve gehijg, gepruttel en gekreun ook mooie, 'conventionele' passages, zoals het bluesy begin van de derde solo.

Cellist Ernst Reijseger mocht op de solotoer voor het Duitse duo Winter & Winter, bekend om zijn luxe verpakkingen. De vlag dekt in dit geval volledig de lading want Colla Parte is een juweeltje. Het titelstuk is een knap stukje klassieke barok, waarin Reijseger al strijkend een ommetje maakt, te oordelen naar de wisselingen in het geluid.

Ook Ricercare klinkt klassiek maar voor een purist waarschijnlijk te jazzy qua timing. Het geplukte Ritornello is jazz in de beste shuffle-traditie en in Violoncello Bastardo wordt de 'slagcello' gedemonstreerd.

De cd is dan nog niet eens op de helft maar verdient dan al een prijs voor uitmuntendheid. De 'Boy Edgar' kreeg Reijseger al en een 'Bird'- onderscheiding ook, maar ligt er niet nog ergens een ton?