Douglas delegeert en neemt de leiding

Concert: Franky Douglas & the Happy New Year Band met o.a. Wolter Wierbos (trombone), Ernst Reijseger (cello) en Han Bennink (slagwerk). Gehoord: 2/1 BIMhuis, Amsterdam.

Wat drie van zijn bandleden wel deden; een solo-cd maken (zie elders op deze pagina) zal Franky Douglas nooit doen. Componeren met als enig gezelschap een suizende kachel valt nog wel te doen, maar spelen doe je natuurlijk samen met anderen, bij voorkeur met mensen die je streken kennen.

Dus trommelde Douglas voor zijn Happy New Year Band een aantal oude bekenden op, maar was hij gastheer genoeg om ook wat passanten aan te laten schuiven. Zoals tenorsaxofonist Franklin Caesar, die na openingsvuurwerk door de drie man sterke slagwerksectie een toespraak hield die meer behelsde dan goede voornemens.

Zijn voorbeeld werkte zo aanstekelijk, en anders de calypso-achtige beat wel, dat het stuk pas een half uur later eindigde. Dat het geen jam session werd was te danken aan Douglas, die door middel van effectief arrangeerwerk de touwtjes net strak genoeg in handen hield. Een a capella passage voor zes heren die zingen van 'Pappediedap' en 'Abbedadaab' onstaat natuurlijk niet zomaar ter plekke.

Dat Douglas ondanks zijn bescheidenheid - een altruïstischer gitarist bestaat niet - wel degelijk baas is in eigen band bleek ook uit het feit dat hij vervolgens het podium liet ontruimen voor een duet met cellist Ernst Reijseger. De laatste was geweldig in vorm en kreeg van Douglas alle kans te demonstreren wat waarschijnlijk zijn grootste talent is: een gedachte bliksemsnel te kunnen omzetten in een zinnige daad. Instant composing inderdaad, en wel van zo'n ongelooflijk niveau dat je veel 'echt' componeerwerk, langdurige vlijt met potlood en vlakgum, er graag voor inruilt.

Dat Douglas hierna zelf het podium verliet om Sean Bergin een septet te laten leiden bleek geen slecht idee. In een hymne-achtig stuk met kwela-elementen getuigde deze saxofonist met enthousiasme van zijn Zuidafrikaans roots. De gedragen 'slow' die erop volgde werd besloten zoals het hoort: met een flinke portie pathos.

Pas na de pauze viel de eerste echte solo van Franky Douglas te noteren, merkwaardigerwijs in een stuk dat alleen voor klos-klossers de juiste ritmiek had. Het tekent het leiderschap van bouwmeester Franky Douglas: gaat het goed dan laat hij het met liefde over aan onder-aannemers, dreigt de boel in het moeras te zakken, dan wil hij best zorgen voor wat inspiratie. Het slaan van extra heipalen rekent hij echter niet tot zijn taak. Manuele arbeid en transpiratie, daarvoor is drummer Han Bennink aangenomen.