De rationaliteit van topambtenaar Geelhoed

Sinds acht maanden is mr. Ad Geelhoed secretaris-generaal op het ministerie van Algemene Zaken en de belangrijkste adviseur van premier Kok. Profiel van de machtigste ambtenaar van Nederland.

Alles in zijn leven benadert Ad Geelhoed rationeel en gedreven. Toen hij op zijn veertigste besloot te gaan tennissen, begon hij eerst met een grondige studie van de theorie. Met behulp van een tennisboek ontleedde hij beweging na beweging. Met het hoofd vol theorie pakte hij het tennisracket en bracht hij dagen door in het oefenhok. Zijn vrouw en twee dochters verklaarden hem voor gek. Maar nu, op zijn 55ste, speelt hij competitie.

Zijn uitgesproken opvattingen over het belang van marktwerking, de noodzaak om te investeren in infrastructuur en de gevolgen van de Europese integratie voor het Nederlandse beleid wekten in 1996 de belangstelling van Wim Kok. De premier was op zoek naar een opvolger voor zijn topambtenaar, de VVD'er Ton van de Graaf, die met VUT ging.

De sociaal-democraat Geelhoed was voor de PvdA-premier geen onbekende. Toen Kok in de tweede helft van de jaren tachtig de PvdA-fractie in de Tweede Kamer leidde, sprak hij regelmatig met Geelhoed, die op dat moment lid van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid was. Kok, meer bestuurder dan visionair, vond in Geelhoed een intellectuele sparringpartner.

Met de verhuizing van Economische naar Algemene Zaken (AZ) promoveerde Geelhoed tot de meest invloedrijke ambtenaar in Nederland. Geelhoed is schipper naast Kok en van hem wordt verwacht dat hij deze functie in het centrum van de macht onzichtbaar vervult. Voor Geelhoed is dat een opgave, want hij is verslingerd aan het provocerende debat.

Als secretaris-generaal (sg) van Economische Zaken mengde hij zich, direct of indirect, via achtergrondgesprekken met journalisten in de publieke discussie. De hoogste ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken heeft daarbij het voordeel dat hij traditiegetrouw het nieuwjaarsartikel mag schrijven voor het economenblad ESB. Het is de meest uitgesproken mening over het beleid die een ambtenaar zich in Den Haag kan veroorloven.

Geelhoed werkte in 1989 bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) toen CDA-premier Ruud Lubbers hem benaderde om de hoogste ambtelijke baas van EZ te worden. Binnen een kwartier was ook de aanvankelijk sceptische minister Koos Andriessen van Economische Zaken gewonnen voor het 'fenomeen Geelhoed'. Over de rationele intellectueel met de priemende ogen en onafscheidelijke pijp wordt in Den Haag verschillend geoordeeld. Eigenzinnig, profeet van de deregulering, een dogmatische marktdenker, een autoritaire marktsocialist. Steeds wordt zijn vermogen geroemd om discussies uit te lokken. Aan het debat neemt hij zelf op zachte toon deel, omdat hij weet dat er toch wel naar hem wordt geluisterd.

Zo gooide hij direct na zijn aantreden op Economische Zaken de knuppel in het hoenderhok van het college van secretarissen-generaal, weet de voormalige topambtenaar en huidige minister van landbouw Jozias van Aartsen zich te herinneren. Het bestuur in Nederland is onvoldoende toegesneden op de grote maatschappelijke vraagstukken en op de ontwikkelingen in Europa, zo hield de nieuwe sg zijn collega's voor. Geelhoed typeerde de departementen als 'hyperverkokerde organisaties'. De topambtenaren voelden zich aangevallen. “Geelhoed hield ons een spiegel voor”, zegt Van Aartsen. “Hij is een analytisch denker die goed dwarsverbanden kan aanbrengen. Maar hij riep ook weerstand op, omdat hij zich profileert en niemand naar de mond praat”.

Van Aartsen typeert zijn voormalige collega als “een socialist van de nieuwe stempel” om er schertsend aan toe te voegen: “Wat mij betreft kan hij zo lid worden van de VVD”. Sommige prominente PvdA'ers zetten, minder schertsend, vraagtekens bij het PvdA-gehalte van Geelhoed. “Je moet de sociaal-democratie herdefiniëren wil je Geelhoed een sociaal-democraat noemen”, vindt partij-ideoloog Jos de Beus.

Maar Geelhoed voelt zich senang in de PvdA van Wim Kok. Na afronding van zijn rechtenstudie koos hij in 1969 op basis van rationele argumenten voor de partij. Geelhoed groeide op in een streng christelijk milieu. Veel vriendjes had hij niet in zijn jeugd. Hij zat op drie lagere en drie middelbare scholen. Vader Geelhoed maakte carrière van landarbeider tot brigadecommandant bij de marechaussee. Als militair mocht je destijds niet verbroederen met de burgermaatschappij en verhuizen was aan de orde van de dag, waarbij rekening werd gehouden met de levensbeschouwelijk achtergrond. Geelhoeds vader was streng synodaal-gereformeerd. Dus moest hij een deel van zijn arbeidzame leven juist wonen in het katholieke zuiden en de heidense Achterhoek.

Adrie Leendert Geelhoed werd in 1942 daarom in Vught geboren. Toen hij naar de middelbare school zou gaan, diende zijn vader een verzoek in om zich te mogen vestigen onder geestverwanten. Het werd Kampen, een klein, ingeslapen stadje aan de IJssel, waar een keur aan gereformeerde scholen was. Maar het plaatselijke Calvijnlyceum werd een ramp. De jonge gymnasiast ontworstelde zich aan het geloof en kreeg na een ruzie op school toestemming van zijn vader om de overstap te maken naar het gemeentelyceum. Op het vrijzinnig-liberale lyceum maakte Geelhoed voor het eerst vrienden, met wie hij veel tijd in de vrije natuur doorbracht. Ornithologie is nog steeds zijn grootste hobby: de wespendief staat boven aan het lijstje van te spotten vogels.

“Adrie was een zeer knappe, maar geen gemakkelijke jongen”, herinnert zijn jeugdvriend Jan Vehrman zich. “Eigenwijs en genadeloos voor mensen die zijn intellectuele tempo niet kunnen bijbenen.” Hij leefde in de wereld van Virgilius en Tacitus en de moderne wereld ging soms aan hem voorbij. Vehrman: “Ik herinner me een feestje bij ons thuis. Alle jongens en meisjes waren een beetje met elkaar aan het friemelen, maar Adrie zat voor de boekenkast van mijn vader. Hij ging zo op in het geschiedenisboek, dat hij om een uur of twaalf niet eens merkte dat het feestje was afgelopen.”

“Een buitengewoon begaafd jongmens. Mijn beste leerling aller tijden”, roemt zijn geschiedenisleraar, de inmiddels 78-jarige dr. R.J. Kolman, zijn oud-leerling. “Bij het eindexamen kreeg hij zowel voor vaderlandse als voor algemene geschiedenis een tien.” Na zijn gymnasiumtijd wilde Geelhoed geschiedenis en klassieke talen gaan studeren, maar koos uiteindelijk uit puur wetenschappelijke belangstelling voor rechtshistorie in Utrecht. Als student veranderde hij zijn voornaam in Ad en werd hij lid van het studentencorps. De ontgroening liet hij gelaten over zich heen komen. In het dispuut 'Aries' koketteerde hij met zijn homerische woordgebruik en zijn intellectuele capaciteiten. Geelhoeds specialisatie, Europees mededingingsrecht, was een aanbeveling van een dispuutgenoot. “We hebben nu toch een nieuwe hoogleraar, als die college geeft dan is er niemand die dat kan begrijpen. Maar hij schijnt heel knap te zijn en bovendien een aardig vak te geven.” De hoogleraar in kwestie, mr. P. VerLoren van Themaat, kent de anecdote. “Hij is zelf ook heel knap”, relativeert de inmiddels 81-jarige jurist. “Een van de meest briljante studenten die ik heb gehad. Diepgaand in de discussie. Groot vermogen tot analyse van een probleem en vervolgens in het bedenken van een oplossing. Maar voor de praktische uitvoering heeft hij minder oog. Een intellectueel, geen doener.”

Na zijn studie kwam Geelhoed terecht bij het Hof van Justitie in Luxemburg. Van mr. A. Donner leerde hij, naast het spel van de provocatie, het Europese juridische vakgebied in alle nuances te doorgronden. Vervolgens werd hij in 1975 raadsadviseur op het ministerie van Justitie. Dries van Agt was minister en Geelhoed ontpopte zich als zijn ghost writer. Van Agts opstelling in de kwestie van de abortuskliniek Bloemenhove leverde veel fanmail op van bezorgde vrouwen van middelbare leeftijd uit het zuiden. Geelhoed mocht ze beantwoorden. Zijn eigenzinnige opvattingen zijn nooit een belemmering geweest om het ethisch reveil van Dries van Agt te verdedigen, noch de typische werkgeversopstelling van Koos Andriessen of het D66-liberalisme van Hans Wijers. Nu dient Geelhoed voor het eerst in zijn ambtelijke loopbaan een politicus die dezelfde politieke kleur heeft als hijzelf.

“Geelhoed is een loyaal en plichtsgetrouw ambtenaar”, verklaart zijn toenmalige collega Ernst Hirsch Ballin, die met een intermezzo van vijftien jaar in de voetsporen van Van Agt zou treden als minister. VerLoren van Themaat zou Geelhoed het politieke ambt ontraden. “Als minister moet je compromissen sluiten en Ad denkt graag rechtlijnig. Wat analytisch de beste oplossing is, hoeft maatschappelijk niet de beste oplossing te zijn.”

Op zijn tweede werkdag bij Justitie kreeg Geelhoed al Kamervragen te beantwoorden van de VVD'er Aart Geurtsen over het optreden van Molukse weerkorpsen. De beantwoordingen werd voorafgegaan door een grondige studie. En passant voorspelde hij dat de spanningen in de Molukse gemeenschap zó groot waren, dat de vlam wel eens in de pan zou kunen slaan. Een paar maanden later deed zich de eerste grote Molukse gijzelingsaffaire voor. Toen de Molukse crisis losbarstte, was Geelhoed de spin in het web van het crisiscentrum. Hij schreef het verslag over de gijzelingsaffaire voor het debat in de Tweede Kamer.

Eén dag na het Kamerdebat, hij lag nog in bed, ging de telefoon. Donner vroeg of hij het secretariaat wilde voeren van de zogenoemde Commissie van Drie die de relaties onderzocht tussen prins Bernhard en de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed. Geelhoed bekwaamde zich in de constitutionele verhoudingen - een ervaring die nu goed van pas komt.

Na zeven jaar Justitie en zeven jaar WRR werd Geelhoed in 1990 secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken. Dat was een functie waarin zijn belangstelling voor Europa, de economische ordening en de infrastructuur goed tot zijn recht kwam. Zijn belangrijkste wapenfeit is de nieuwe Mededingingswet. De zogenoemde kartelpolitie is 1 januari begonnen met het bestrijden van misbruik van economische machtsposities. “Afgerekend moet worden met de kwalificatie Nederland kartelparadijs”, zegt Yvonne van Rooy, die als CDA-staatssecretaris van Economische Zaken in het kabinet-Lubbers-Kok politiek verantwoordelijk was voor dit onderwerp. “Geelhoed bracht de Europese dimensie in.”

Europa is de rode draad in de loopbaan van Geelhoed. Hij beschouwt Brussel niet als een kwestie van idealisme, maar van pragmatisme. Zijn Europese inzichten worden geroemd, maar blijven steken in management by speech; voor de uitvoering van het Europees beleid heeft hij geen oog. Nederland kreeg met Eurokenner Geelhoed op AZ een paar gevoelige tikken op de vingers uit Brussel.

Als voorzitter van de door topambtenaren gevormde Interdepartementale commissie economische structuurversterking houdt Geelhoed zich bezig met de Agenda 2000 Plus: de nieuwe infrastructuur van Nederland. Samen met zijn collega's van Verkeer en Waterstaat en VROM maakte Geelhoed in het geheim op een hotelkamer een ruwe schets - de 'houtskoolschetsen' zoals Kok ze later zou noemen - van Nederland in de volgende eeuw. De doorgaans gereserveerde premier was laaiend enthousiast toen hij de schets onder ogen kreeg. De ruimtelijke inrichting van Nederland vindt Kok een van de boeiendste aspecten van het premierschap. En zo is aan het eind van de middag achter de ramen van het torentje van premier Kok vaak (pijp)rook te zien. Kok en Geelhoed plannen dan Nederland.