Vrij middelen

Vraag iemand naar zijn pensioenbreuken, -achterstanden of -tekorten, en hij zal geschrokken reageren en beginnen over bijvoorbeeld een extra koopsompolis en de noodzaak zijn assurantieman te bellen. Hij zal niet gauw onverschillig zijn schouders ophalen en over iets anders praten. Het publiek is gepavlovd op dit punt.

Het ligt voor de hand dat de pensioen- en verzekeringswereld zo'n automatische reactie omarmt, omdat het een direct verband legt tussen de oudedagsvoorziening en verzekeren, en daardoor andersoortige voorzieningen uitsluit. Die twee-eenheid - oude dag en verzekeren - komt terug in alle discussies (tussen belanghebbenden), publicaties en reclame-uitingen, met name voor lijfrenteverzekeringen.

De fixatie van consumenten op levensverzekeringen als (vrijwillig) middel om te sparen voor later is niet verstandig. Je kan immers veel zelf doen, zonder je op te laten sluiten in een fiscaal corset voor het leven. Bijvoorbeeld door gewoon vrij te sparen en/of te beleggen in eigen beheer. Verzekeraars en hun spreeklakeien verzwijgen dit, omdat ze er geen belang bij hebben.

Deze eigen voorzieningen ontberen de fiscale steun van de overheid. Het contractueel sparen via pensioenregelingen en levensverzekeringen profiteert wel van die steun. Daar staat als pluspunt tegenover dat een zelfdoener in alle opzichten vrij is en profiteert van bijvoorbeeld de onbelaste koerswinst op aandelen.

Een lezeres uit Sittard vroeg om voorbeelden van vrij sparen, met name om het schrijven van call-opties op aandelen, het investeren in een belastingvriendelijk, tegen koersdaling beschermd beleggingsplan en het zogenaamde middelen.

Daarbij past een kanttekening. De financiële wereld dubt over de gevolgen van het nieuwe belastingstelsel, en de crisis in enkele Aziatische landen. Beide onzekerheden beïnvloeden iemands financiële plannen voor de lange termijn. Wie serieus overweegt een deel van zijn behoefte in eigen beheer op te bouwen, moet dus rekening houden met deze onzekerheden en zich niet te sterk binden in een meerjarige constructie.

Het is bijna zeker dat beleggen in aandelen en een eigen huis dè manieren blijven om een vermogen op te bouwen, met name vanwege de onbelaste waardegroei. De overheid (dat zijn wij met z'n allen) kan dit voordeel niet sterk beperken, omdat zij wil dat burgers meer voor zichzelf zorgen. Dan moet je daar de middelen voor geven.

Het middelen is niet anders dan voor een vast bedrag regelmatig aandelen kopen, zonder rekening te houden met de koers. De eenvoudigste variant van deze strategie, meer dan eens uitgelegd in deze rubriek, werkt zo. Je laat iedere maand automatisch een bedrag, zeg 100 gulden, overmaken naar een beleggingsfonds in aandelen en koopt daar participaties voor. Bij lagere koersen koop je vanzelf meer participaties (door de vaste inleg) dan bij hogere koersen. Op den duur werkt dit voordelig uit, bij stijgende koersen.

Wie voor zijn oude dag belegt, schiet met 100 gulden per maand niet bijster hard op.

Bij netto 8 procent rendement per jaar, zit je na 10 jaar pas op circa 19.000 gulden, bij 300 gulden op 57.000 gulden en bij 500 gulden zit er rond de 95.000 in de pot. Door dat laatste bedrag in 25 jaar regelmatig op te maken, beschik je ieder jaar over een extra belastingvrij (het is immers je eigen geld) inkomen van circa 8.400 gulden netto - op een totale besparing van 500 x 12 maanden x 10 jaar = 60.000 gulden. Bij een rendement van 10 of 12 procent liggen alle bedragen wat hoger.

In welk beleggingsfonds kan je het best beleggen? Misschien een wereldwijd beleggend fonds. Dat kan alle kanten op en vermijdt zo wellicht de problemen in Azië of profiteert er juist van.

De afgelopen drie, vier maanden haalden die fondsen een negatief resultaat, maar dat is niet zo belangrijk. Gemeten over een periode van vijf jaar liggen de rendementen op tussen de 17 en 22 procent per jaar. Dat is hoog, vergeleken met de 8 procent in het voorbeeld.

Het schrijven (verlenen) van call-opties op aandelen is een manier om daar extra rendement op te behalen. Maar je moet wel aandelen bezitten waar opties op worden verhandeld, zie het dagelijkse koersoverzicht. Daar moet je als onervaren belegger eerst mee uit de voeten kunnen, voordat de opties aan de orde zijn.

Het vastzetten van geld in een beschermd aandelenplan (een clickfonds) biedt een zekerheid tegen koersdaling die je zelf betaalt. Wanneer je toch voor de langere termijn belegt, en er van uitgaat dat de koersen zullen stijgen, lijkt zo'n bescherming overbodig. Dan is aandelen met call-opties (soms) een beter alternatief voor een clickfonds. Om zo'n plannetje op te zetten, kan je niet zonder bank of commissionair.

Voor een onervaren belegger verdient middelen de voorkeur, in overleg met een adviseur voor een goede fondskeuze.