Voorrang in zorg tegen betaling blijft omstreden

De terugtredende overheid heeft van zorg- en ziektekostenverzekeraars dienstverleners gemaakt; tussenpersonen in zorg. De afgelopen jaren houden verzekeraars zich steeds intensiever bezig met zorgmanagement, reïntegratie op de werkvloer na ziekte en kinderopvang. De meest bekritiseerde service is de wachtlijstbemiddeling. De zorgmakelaar, -manager of -bemiddelaar regelt (gratis) voor de verzekerde een medische behandeling op korte termijn, en omzeilt zo lange wachttijden.

De wachtlijstbemiddeling was in eerste instantie exclusief gericht op werknemers, waardoor werd gevreesd voor tweedeling in de gezondheidszorg. Een baan als toegangskaart voor snelle medische behandeling is echter nooit werkelijkheid geworden. De meeste zorgverzekeraars bieden inmiddels al hun verzekerden de extra service aan.

Volgens verzekeraars kleven aan wachtlijstbemiddeling alleen maar voordelen. De werkgever heeft minder verzuimkosten, de patiënt hoeft niet langer te wachten dan noodzakelijk en reïntegratie in het arbeidsproces zou soepeler verlopen.

Minister Borst van Volksgezondheid schreef eind vorig jaar in haar notitie 'Wachttijden in de curatieve zorg' dat in ieder geval de helft van de zorgverzekeraars zich bezighoudt met bemiddeling. Hoewel niet precies bekend is hoeveel maatschappijen de service bieden, constateert branche-organisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) dat “steeds meer verzekeraars actief bezig zijn met het verkorten van wachttijden”. De organisatie kan zich niet voorstellen dat er nog verzekeraars zijn die niet warm lopen voor wachtlijstbemiddeling.

Sinds de privatisering van de Ziektewet in maart 1996 draait de werkgever de eerste 52 weken van het verzuim van zijn werknemer zelf op voor de kosten. Aangezien ongeveer eenvijfde van het verzuim toegeschreven kan worden aan lange wachttijden voor behandeling in het ziekenhuis, kiezen verzekeraars de weg van de kortere wachttijden.

De zorgmakelaar of wachtlijstbemiddelaar van een verzekeringsmaatschappij staat in nauw contact met ziekenhuizen, specialisten, fysiotherapeuten en Riagg's. Samen kijken ze of er nog 'gaatjes' in behandelschema's voorkomen. Eventueel kan een patiënt 's avonds of in het weekend worden geholpen.

Vaak wordt ook gebruik gemaakt van ziekenhuizen buiten de regio, op zoek naar de kortste rij voor het loket. Zo kan een patiënt voor wie in Amsterdam geen plaats is, misschien wel geholpen worden in Zwolle.

Verzekeraars zien in bemiddeling vooral een manier om klanten aan zich te binden. Het verbond van Verzekeraars noemt de extra service “een concurrentiële kwestie tussen betrokkenen”. Toch adverteren maar enkele maatschappijen openlijk met de extra service. Achmea-dochter Zilveren Kruis bijvoorbeeld, maar ook Geové, dat al zeven jaar met de Zorgmakelaar werkt.

Geové stelt als enige verzekeraar de harde garantie dat een patiënt binnen drie weken geholpen wordt, al geldt dat niet automatisch voor orgaantransplantaties. “Tot nu toe hebben we die belofte altijd waar kunnen maken”, aldus G. Massaar, directeur Verkoop en Marketing. Geové moet daarvoor wel uitwijken naar privé-klinieken of ziekenhuizen in het buitenland.

Een ander voordeel voor de verzekeraar is, dat bij snelle medische behandeling minder verzuimkosten hoeven worden uitgekeerd. Schuilt hierin een nadeel voor werkgevers die zich ruimschoots hebben verzekerd tegen het risico van verzuim?

“Nee”, zegt O. Kolenburg van Zilveren Kruis. “Bij ons zijn premies voor een jaar vastgesteld. Achteraf bekijken we de gevolgen van de bemiddeling en wordt er eventueel verrekend in de premie van volgend jaar.”

Geové's Massaar erkent dat hij “niet de goedkoopste is”. “Het is ongetwijfeld mogelijk goedkoper uit te zijn, maar dan wel met minder goede pakketten”, aldus Massaar. Bij Geové kan een werkgever zich bovendien verzekeren voor een bepaald aantal verzuimdagen per jaar. Voor die dagen ontvangt de werkgever een gemiddeld dagloon. “Dat is uiteindelijk voordelig. Statistisch gezien zijn lager gesalarieerden namelijk vaker ziek”, aldus Massaar.

Volgens Kolenburg van Zilveren Kruis vindt er vooralsnog geen enorme stijging plaats in de vraag naar zorgbemiddeling. In 1997 kon Zilveren Kruis tot nu toe voor 636 mensen in totaal 35.672 wachtdagen besparen. Het jaar daarvoor werd een totaal van 34.477 dagen bereikt.

Kolenburg wijt dat aan de klant. “Wij bieden de service, maar laten het initiatief bij de klant. Die moet wel zelf even contact met ons opnemen.” Ook bij Geové blijft de wachtlijstbemiddeling binnen de perken. De Zorgmakelaar ontvangt gemiddeld twintig aanvragen per week voor een snellere route in het medische circuit.

Volgens B.A. Ponsioen, Hoofd ziekenhuizen en medische specialisten bij Zorgverzekeraars Nederland, lopen de verzekeraars het risico slachtoffer van hun eigen succes te worden wanneer er meer gebruik gemaakt gaat worden van de wachtlijstbemiddeling. “Dat zou kunnen”, geeft Kolenburg toe. “Maar vanaf dat moment zijn de wachttijden in de gezondheidszorg een structureel nationaal probleem.”