Verloren

'IK HEB ALLE tentamens gedaan en ook mijn scriptie is eigenlijk helemaal klaar, de literatuur bestudeerd, materiaal verzameld, alleen het schrijven, dat wil maar niet lukken.' De scriptie was voor veel studenten een haast onneembare horde en velen besloten dan ook die als laatste te nemen. Zo kon de studie soms nog jaren voortsudderen.

Ik heb het, zo begrijpt u, over het pre-prestatiebeurs-tijdperk. Zo'n student gaf ik het advies de lijn van het betoog in korte zinnen weer te geven en altijd weer opnieuw bleek dat het schrijfprobleem in feite een denkprobleem was.

Henk Becker, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, heeft - dat is wel duidelijk - ten behoeve van zijn boek 'De toekomst van de Verloren Generatie' vooraf geen plan gemaakt. Het resultaat is een mêlée van rijpe en groene gedachten, onhelder en warrig gepresenteerd en overgoten met een saus van heel veel niet ter zake doends.

Kern van zijn boek is dat de Verloren Generatie, geboren in de jaren 1955-1970, economisch benadeeld is door haar moeizame economische start tijdens de als crisis aangeduide jaren 1975-1985, de hoge staats- en milieuschuld en de zorg voor de vergrijzing. Daardoor dreigt, aldus Becker, een conflict met de voorgaande generaties. Met eruditie, een brede blik en het nodige relativeringsvermogen zou je een interessant en boeiend boek kunnen schrijven over verschillen tussen generaties, waarin ook het onderzoek van Becker en consorten een plaats zou kunnen krijgen. Becker schijnt echter van mening dat zo'n boek pas interessant is als de problematiek als ernstig, urgent wordt geschetst. Daarbij hanteert hij een stijl die aan Henk van der Meyden doet denken: “Het gaat om tegenstellingen die snel zullen toenemen. De situatie is te zien als een half ontbrand, half smeulend maatschappelijk conflict.” Even verderop, waar hij het tegendeel zegt maar klaarblijkelijk hetzelfde bedoelt: “Het generatieconflict ligt dus hevig onder vuur.”

Beckers hang naar vuurwerk maakt dat hij ontwikkelingen die niet in zijn kraam passen, negeert. Zo beweert hij, tegen recente verwachtingen in, dat de staatsschuld in de VS als gevolg van uitkeringen aan ouderen in de toekomst zal blijven groeien. Zo ook vermeldt hij herhaaldelijk de opkomst, en negeert hij de neergang van de ouderenpartijen. Door zijn 'vuur en vlam'-obsessie schijnt bij hem geen moment de gedachte te zijn opgekomen dat die economische teruggang wel eens de redding geweest zou kunnen zijn van een generatie die haar kinderjaren doorbracht in ongekende weelde en als jongere terechtkwam in het gespreide bed van de Protestgeneratie met, dankzij de Studentenvakbond, een zeldzaam genereuze studiefinanciering niet gekoppeld aan enige prestatie, alle gelegenheid tot zwart en grijs werk, makkelijk te verkrijgen uitkering en, dankzij de Vereniging van Dienstplichtige Militairen, een ongekend hoge toelage voor dienstplichtigen. Het is deze generatie uitzonderlijk goed gegaan en de vraag lijkt me gewettigd wat er van deze jongeren terecht zou zijn gekomen als ze ook wat betreft het verkrijgen van werk de wind mee hadden gehad. Nog Net Geredde Generatie dus.

Maar om u nog even de sfeer te laten proeven van de meeslepende stijl en heldere betoogtrant van Becker, de eerste alinea (opdat u mij er niet van kunt verdenken dat ik iets uit zijn verband ruk) van het slothoofdstuk: “Heel wat late babyboomers die slachtoffers van de economiecrisis 1975-1985 werden, hebben de hoop nog niet laten varen alsnog kansen in de sfeer van beroep en inkomen te krijgen. Late babyboomers met een fortuinlijke loopbaan en inkomensontwikkeling hopen op een prettige voortzetting. Hoe kan dit het beste aan de orde komen en wat valt beide categorieën van tijdgenoten te vertellen?”