Tobben in voorspoed

Volgens Richard Peto, beroemd epidemioloog en charismatisch verteller over wetenschap, hebben wij recht op 70 jaar gezond leven, mits wij ook gezond leven. Daarna geven de onderdelen van het menselijk lichaam het geleidelijk op. Ook voor de periode tot 70 jaar geeft Peto overigens geen garanties af.

Niet alleen de rokers en bergbeklimmers haken vaak eerder af, er zijn ook mensen die tot de gezond levende mensen horen, die de 70 niet halen. Die pechvogels vormen een kleine minderheid volgens Peto. Vandaar ook dat voor Peto de middelbare leeftijd eindigt bij 70 jaar. Dan pas komt de ouderdom en komen de gebreken.

Onze maatschappij denkt daar anders over. Wie 60 wordt, moet enige moeite doen om de subtiele suggesties over VUT-gerechtigheid te negeren. Er zijn zelfs beroepen waarvoor de CAO bepaalt dat je er uitvliegt op je 60ste. Voor de meeste beroepen is echter 65 de absolute grens. Dan is het echt afgelopen.

Dat is een van de vele kanten van het ouder worden die mij slecht bevallen. Ouder worden valt me überhaupt niet mee. Niet dat ik over pech heb te klagen. Gezondheid, gezin, werk, alles prima. Compensatie is ook niet afwezig. Ik had niet graag de vreugde van kleinkinderen willen missen, uiteraard de echte niet, maar ook de wetenschappelijke niet.

Het gebeurt me tegenwoordig nogal eens dat ik opponeer bij promovendi van hoogleraren, die ooit zelf bij mij zijn gepromoveerd. Wetenschappelijke kleinkinderen dus, en dat geeft een warm gevoel van continuïteit. Niet als echte kleinkinderen, maar ook leuk. Toch valt dat ouder worden niet mee. De teruggang zonder perspectief op bijna ieder terrein, daar valt moeilijk aan te wennen. Niet dat ik mij ooit illusies heb gemaakt dat het prettig zou zijn, een lagere versnelling. Wie van kind af aan is aangezet tot prestatie, komt daar moeilijk van los. Die blijft achter iedere bal aanrennen en blijft 's nachts wakker van een onopgelost probleem in het werk (en een overbelaste schouder van dat onmatige tennis). De orthopeed zegt: 'als u eens wat meer rekening hield met uw leeftijd' en de echo van die uitspraak sterft niet meer uit.

Tobben in voorspoed, noemt Ad Dunning dat, luxe-problemen. De meeste mensen zijn dankbaar dat ze niet meer hoeven. Eindelijk eindeloos vakantie. Weg druk, weg prestatiedwang, weg competitie, behalve tijdens een rondje golf of een avondje bridge. Het zijn de verwende mensen met de leuke banen die zeuren over ouder worden. Wie in de haven balen verplaatst tegen beperkte vergoeding, is meestal blij als de laatste baal verplaatst is. Maar ook de internist, die mij toevertrouwt dat hij de neiging krijgt om uit het raam te springen bij de volgende patiënt met vage buikklachten, treurt niet om een naderend pensioen. Het zijn de bevoorrechte mensen met leuk, spannend, afwisselend werk, die er moeilijk mee op kunnen houden.

Wie zijn dat, die zo aan hun baan hangen? De uitslovers die zichzelf onmisbaar vinden, de onverzadigbaren die denken nog een laatste geniale slag te kunnen slaan? Politici, natuurlijk, een vak zonder pensioengerechtigde leeftijd. Ciampi, de Italiaanse minister van Financiën en een sleutelfiguur in de Italiaanse politiek, volgens de NRC, is 76. Kohl is 67, maar denkt niet aan aftreden. Gezondheid is geen probleem, Reagan, Jeltsin, Papadopoulos, ze gingen of gaan gewoon door. Ook in de Nederlandse politiek lopen de leeftijden aardig op: de sleutelfiguren van paars zijn allemaal VUT-gerechtigd, Van Mierlo en Borst-Eilers zijn de 65 gepasseerd, Bolkestein wordt 65 voor de verkiezingen in mei. Waarom mogen die politici doorgaan en andere Nederlanders, die daar zin in hebben, niet?

Van de andere werkverslaafden, zoals fabrikanten, psychotherapeuten, kunstenaars, journalisten of onderzoekers, vind ik vooral de onderzoekers interessant, omdat aan de andere categorieën weinig in de weg wordt gelegd. Wie een eigen zaak heeft opgebouwd en de zeggenschap daarover niet overdraagt, kan tot zijn dood blijven zitten. Niemand verbiedt een componist om na zijn 65ste mooie muziek te schrijven, zoals César Franck of Leos Janacek deden. Journalisten kunnen na hun pensioen als free-lancer verder. Er zijn beroemde psychotherapeuten, die tot in de 90 zijn doorgegaan.

Onderzoekers in natuurwetenschappelijke vakken zijn echter meestal afhankelijk van een lab en als ze daar uitgezet worden op hun 65ste, houdt alles op. In Nederland kan dat, maar in Amerika niet. Daar hebben oudere onderzoekers met succes gebruik gemaakt van de scherpe anti-discriminatiewetgeving om zich tegen 'agism' (leeftijdsdiscriminatie) te verzetten. Een professor moet aantoonbaar dement of uitgeblust zijn voor de universiteit zo iemand kan lozen.

De nadelen van het Amerikaanse systeem moeten niet gebagatelliseerd worden. De meeste professoren van 65 zijn minder energiek, inventief en ondernemend dan toen ze 45 waren en als die vermoeide bejaarden de weg versperren voor een nieuwe generatie 45-jarigen, verstoft de universiteit. De neveneffecten zijn ook niet gering: universiteiten zien zich gedwongen aan te tonen dat hun bejaarde medewerkers niet goed meer functioneren en dat gaat niet samen met een elegant afscheid. De tegenspartelende, en soms tegen-procederende, hoogleraar wordt hardhandig uit zijn stoel verwijderd.

Ik herinner mij ook hoe ik zelf dacht over 70-jarige hoogleraren toen ik 35 jaar (en hoogleraar) was: 55 leek mij een goede pensioenleeftijd voor hoogleraren, mijzelf incluis. Wie daarna nog iets nuttigs kon doen, moest maar een nieuwe carrière beginnen. Dat geldt immers ook voor andere topfuncties, zoals directeur van het Philips Natuurkundig Laboratorium.

Inmiddels 63, denk ik hier genuanceerder over. Nog steeds lijkt mij tijdige pensionering een goed idee, maar dan wel met de optie om op dezelfde of andere wetenschappelijke baan te solliciteren. Die banen zouden voor 5 jaar moeten zijn, met mogelijkheid tot herbenoeming. Zoveel hoeven er niet te zijn, want veel hoogleraren hebben er genoeg van op hun 60ste en anderen waren nooit zo'n geweldig succes dat het wenselijk is om een nieuwe baan binnen de wetenschap te creëren. Maar voor die 10 procent die het willen en kunnen, zou het een uitkomst zijn. Hersens die niet gebruikt worden verstoffen, zoals een viool zijn klank verliest als er niet meer op gespeeld wordt. Wie verslaafd is aan wetenschap en daar ook iets nuttigs in doet, zou wat humaner behandeld mogen worden.

Nu minister Borst-Eilers een experiment start om heroïne-junks op medische indicatie heroïne te verstrekken, zou zij ook eens na moeten denken over wetenschapsverstrekking aan wetenschapsjunks.