Porto Alegre

Het afgelopen decennium zijn twee miljoen kinderen omgekomen door gewapende conflicten. Dat is een ontzagwekkend aantal. Ondervoeding eist onder kinderen echter nog veel meer dodelijke slachtoffers. Volgens cijfers van de Verenigde Naties gaat het zelfs om 12 miljoen (!) kinderen per jaar.

Geen weldenkend mens zal dan ook betwisten dat uitroeiing van armoede absolute topprioriteit verdient. De VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP verklaarde in oktober op de 'dag voor de eliminatie van armoede' dat de jaarlijkse besteding van één procent van het wereldinkomen al voldoende is om de armoede in tien à twintig jaar te overwinnen.

Op dezelfde dag, 17 oktober 1997, sloten honderd steden uit rijke en ontwikkelingslanden zich aaneen in de World Alliance of Cities Against Poverty (WACAP) om tot concrete actie te komen. Tot de deelnemers behoren onder meer Antwerpen, Atlanta, Barcelona, Beiroet, Cochabamba, Dakar, Den Haag, Heerlen, Hanoi, Ismailia, Kanifing, Lahore, Lillehammer, Lusaka, Moeskroen, Montego Bay, München, Nimes, Nouakchott, Rio de Janeiro, Rotterdam, Vaasa, Yerevan, en Zürich.

De ernst van het armoedeprobleem verschilt per stad natuurlijk aanzienlijk. In de rijke industrielanden sterven tenslotte geen kinderen van de honger. Maar door de uitwisseling van ideeën en ervaringen kunnen de steden toch van elkaar leren hoe armoede in zijn verschillende vormen te bestrijden. En via de UNDP en andere organisaties kunnen ze profiteren van de internationale expertise.

De rol van stedelijke en regionale besturen in de bestrijding van armoede valt niet te onderschatten. In programma's van bijvoorbeeld de Wereldbank wordt veel nadruk gelegd op het belang van good governance op lokaal niveau. Want alleen zo kan deelname van de lokale gemeenschap aan ontwikkeling worden verzekerd.

In veel steden in de Derde Wereld is reeds ervaring opgedaan met nieuwe vormen van bestuur. Zo onderscheidde de VN anderhalf jaar geleden tijdens de conferentie Habitat-II veertig steden om hun bestuurlijke innnovaties. Het Braziliaanse Porto Alegre (1,3 miljoen inwoners) was een van de gemeenten die ten voorbeeld werd gesteld aan de rest van de wereld . Een 'volksbestuur' heeft daar sinds 1989 dan ook veel bereikt in de bestrijding van armoede. En dat in een land dat bij uitstek wordt gekenmerkt door een schrijnende verschil tussen arm en rijk, corruptie, bedrog en politiek clientèlisme.

De Portugese hoogleraar Boaventura de Sousa Santos presenteerde onlangs tijdens het lustrum van het Institute of Social Studies in Den Haag een uitgebreid paper over de ervaringen in Porto Alegre. Er is waarschijnlijk geen stad ter wereld waar de deelname van de gehele bevolking aan het bestuurlijke proces zo consequent is doorgevoerd.

Volgens de hoogleraar aan de Universiteit van het Portugese Coimbra kan in Porto Alegre met recht van 'participerende budgettering' worden gesproken. Deze 'herverdelende democratie' blijkt wonderwel te werken. Strakke procedures voorkomen dat de inspraak in een Poolse landdag ontaardt.

In maart van elk jaar komt het inspraakproces op gang met de verkiezing van volledig autonome 'fora van afgevaardigden' die naar regio en onderwerp zijn onderverdeeld. In de maanden erna worden in de verschillende wijken de wensen verzameld van alle mogelijke groeperingen: buurtorganisaties, sport- en culturele verenigingen, woningbouworganisaties, vrouwenclubs.

Via een reeks van vergaderingen in wijken en deelgemeenten worden overal beleidssectoren naar belangrijkheid gerangschikt: riolering, grondverdeling, verharding van wegen, onderwijs, cultuur, gezondheidszorg, sociale zekerheid, stedelijke organisatie en ontwikkeling. Per sector worden ook specifieke projecten naar prioriteit gerangschikt.

Aan de prioriteiten worden objectieve gewichten toegekend die samenhangen met zaken als het aantal inwoners per gebied, de kwaliteit en kwantiteit van infrastructuur en dienstverlening. Hoe groter het aantal inwoners en hoe groter de behoeften deste groter het gewicht. De objectieve gewichten zijn in een eerder stadium vastgesteld door een gekozen 'Participerende Budgetraad', waarin alle deelgemeenten zijn vertegenwoordigd.

De reikwijdte van de inspraak is niet onbeperkt. Zo bepaalt het gekozen gemeentebestuur van Porto Alegre het totaal van inkomsten en uitgaven, terwijl het ook aangeeft hoeveel er moet worden uitgetrokken voor personeels- en vaste kosten. Ook zijn er natuurlijk uitgaven die door de federale wetgeving zijn opgelegd.

Het gekozen gemeentebestuur probeert zoveel mogelijk de wensen in dit raamwerk te passen, waarbij steeds met de 'Participerende Budgetraad' wordt overlegd. Dit resulteert uiteindelijk in een begrotingswet, waarover het gekozen gemeentebestuur moet stemmen. De 'Participerende Budgetraad' blijft bij de uitvoering van de besluiten betrokken.

Het gemeentebestuur van Porto Alegre wordt sinds 1989 gedomineerd door de linkse Arbeiderspartij van de bekende toenmalige vakbondsleider Lula. Volgens de studie van de Portugese hoogleraar De Sousa Santos leed het nieuwe bestuurssysteem in Porto Alegre aanvankelijk dan ook onder de “romantische conceptie” van participerende democratie met een begroting die bijna geheel (96 procent) opging aan personeelsuitgaven. In feite dreigde een nieuwe vorm van clientesme.

Maar de inwoners van Porto Alegre beseften volgens De Sousa Santos al snel dat dit ten koste ging van werkelijke economische vooruitgang. Binnen enkele jaren werd de ruimte voor investeringen al tot bijna twintig procent opgevoerd. Het bedrijfsleven raakte steeds meer bij het bestuurlijke proces betrokken. Er kwamen kredietmogelijkheden voor micro- en kleine bedrijven.

In 1989 had slechts 49 procent van de bevolking van Porto Alegre toegang tot schoon water en riolering. Eind 1996 was dat niet minder dan 98 procent. Maar niet alleen de armen profiteerden. Het invloedrijke Braziliaanse zakenblad Exame wees Porto Alegre aan als de stad met de beste kwaliteit van leven op grond van factoren als scholing, gezondheid, cultuur, misdaadcijfers en infrastructuur.

Meer dan dertig Braziliaanse steden zijn Porto Alegre gevolgd. De stille revolutie krijgt de aandacht die het verdient.