Op excursie

Bodemkundig bezien is Papoea Nieuw Guinea een interessant land. Op relatief korte afstand van elkaar heb je bodems die gevormd zijn in rivierafzettingen of vulkanische as, maar er zijn er ook die ontstaan zijn uit de verweringsproducten van gesteentes. Die zijn zoals u zich misschien voor kunt stellen, allemaal erg verschillend.

Over het algemeen zijn hier de bodems jong en nog niet zo verweerd en uitgeloogd ondanks dat het veel regent. Ze zijn daardoor vruchtbaar en dat is natuurlijk goed. Maar sommige bodems zijn stenig, missen een essentieel element voor de plantengroei of spoelen weg als het veel regent. Het is mijn taak om studenten duidelijk te maken dat er een grote diversiteit aan bodems bestaat en tevens dat verschillende bodems verschillende tekortkomingen hebben. Tijdens de colleges beginnen we altijd bij het begin en vertel ik over het ontstaan van de aarde en het opbreken van Pangea. Omdat de meeste mensen hier erg gelovig zijn, is dat nog niet zo eenvoudig want er heerst een behoorlijk verschil van opvatting tussen geologen en wat de bijbel zegt in de Genesis. Het is niet mijn taak om studenten te zeggen wat ze moeten geloven maar wat ze moeten weten.

Zoals bijna overal ter wereld, staat ook de bodemkunde in Papoea Nieuw Guinea in dienst van de landbouw. Dat vereist een down to earth-benadering van het onderwerp en een goede verhouding tussen theorie en praktijk. We maken daarvoor regelmatig excursies om in het veld waar te nemen wat we tijdens de colleges hebben behandeld. Zo waren we een tijdje geleden met de tweedejaars op excursie. We zaten met z'n dertigen in een bus voor 25 mensen, de zon scheen, en uit de radio klonk een soort gejodel. De stemming zat er goed in. We stopten her en der en groeven diepe kuilen om naar de diverse grondlagen te kijken. Bodemkundigen kunnen op basis van zulke observaties en enige laboratoriumgegevens de bodem een naam geven. Zo'n naam is handig want die kun je bijvoorbeeld in publicaties gebruiken zodat iemand in Wisconsin of Wageningen weet over welke bodem je het hebt. Maar ze zijn ook wel een beetje raar. We zagen die ochtend bijvoorbeeld een Typic Eutropepts en een Mollic Hapludalfs. Ik moet altijd even nadenken wat dat ook alweer van bodems zijn, maar de studenten hebben er niet zo'n moeite mee. Ze kunnen een rijtje classificatietermen met gemak onthouden maar herinneren zich daarentegen met moeite de vormingsprocessen die tot een bepaalde bodem geleid hebben. Ik kan het mis hebben, maar in het procesmatig denken zijn wij weer misschien wat beter geschoold terwijl bij ons het onthouden van een rijtje namen al gauw te veel wordt.

Enfin, we reden verder en kwamen bij een hele grote riviervlakte. De zon scheen recht naar beneden. De rivier was bijna drooggevallen maar in het midden stroomde nog een kraakhelder watertje. Geomorfologisch is die vlakte interessant en er zijn allerlei terrassen te onderscheiden van verschillende ouderdom. We hadden satellietbeelden en topografische kaarten bij ons om de bodems van de riviervlakte en terassen in kaart te brengen. Het was de bedoeling dat iedere groep een bepaald deel zou doen en aan het eind van de dag zouden we alle delen aan elkaar leggen.

Met boor en spade trokken de studenten door de bedding en ik zag ze zwoegend gaten boren en kuilen graven. Ik zat de kaart nog eens te bestuderen maar toen ik na een tijdje opkeek, waren de studenten verdwenen. Nergens meer te zien en ik werd wat ongerust. Ik was al eens eerder tijdens een veldpraktikum een groep studenten kwijtgeraakt die een wild zwijn hadden ontdekt en er met zijn allen achteraan holden. Maar in de rivierbedding was geen levend wezen te bekennen. Ik ben toen op een van de hogergelegen terrassen geklommen en vanaf daar had ik een fraai uitzicht over de bedding. Opeens zag ik dat beneden in het stroompje de luierikken lagen te badderen, de heren rechts en de dames links om de bocht. Er werd genoeglijk gejodeld. Ik heb toen ook maar een bad genomen en van die kaart is niet zoveel meer gekomen.