Nog vier maanden

AAN DE VOORAVOND van het parlementaire kerstreces was het in de Tweede Kamer een nerveus gedoe. Aanleiding was de varkenscrisis en het antwoord daarop van de regering. PvdA en VVD wilden een relatief bescheiden aanpak van de varkensfokkerij, D66 opteerde voor een duidelijke breuk.

Maar wie een psychologische bril opzette, kon zich niet aan de indruk onttrekken dat er ook andere redenen waren voor de zenuwachtige sfeer. Met de aanvaarding van haar laatste begroting voor de verkiezingen van 6 mei dit jaar is de regering een beetje uitgeregeerd. Voor zover politieke psychologie rationeel kan zijn, hadden PvdA en VVD heimelijk een beetje belang bij een voortijdig einde van het kabinet. De PvdA omdat ze, met premier Kok in haar gelederen, het beste campagne kan voeren door juist geen campagne te voeren. De VVD omdat ze, met Bolkestein als leider, gebruik moet maken van haar oppositierol binnen de coalitie, een rol die minder geloofwaardig wordt naarmate het kabinet geruislozer zijn einde haalt. Alleen D66, met Borst als potentiële brokkenpiloot, had geen belang bij crisis. Desondanks liet de partij zich leiden door wrevel over de ondergeschikte positie die zij - hoewel architect van de coalitie - moet spelen. D66 zocht heel even de frisse vlucht naar voren.

Op de valreep bleek de bestuurlijke nuchterheid van de 'paarse'coalitie in haar geheel echter sterker dan de politieke psychologie van haar partners afzonderlijk. De verborgen agenda's kwamen niet op tafel. Redelijkheid domineerde. Het gevolg is dat het kabinet vermoedelijk nog vier maanden 'missionair' is. Maar het lijkt er veel op dat de bewindslieden niet al te veel meer willen aansnijden.

Toch zouden het kabinet en zijn dragende partijen er beter aan doen het kerstreces niet te laten uitmonden in een winterslaap van drie maanden, alvorens pas in april uit de holletjes te komen om campagne te voeren. Vergaande beleidsvoornemens in wetgeving omzetten, dat gaat wat ver. Schiphol is een treffend voorbeeld. Maar een paar politieke accenten zetten, dat kan geen kwaad. Een kleine opsomming van serieuze kwesties illustreert dat.

TEN EERSTE DE MOBILITEIT van de burger. Elke ochtend gaat het werkend deel der natie in de auto of de trein zitten, om de schaarse transportwegen te bereizen. Het kabinet wil het autoverkeer beperken, maar heeft door de verzelfstandiging van de NS geen greep meer op het beleid van de spoorwegen die, om redenen van bedrijfsvoering, dezelfde burger in de spits ook liever willen weren omdat hij te duur is. Met andere woorden: de mobiliteit moet komende jaren op de een of andere manier op rantsoen. En dat is een politieke kwestie bij uitstek.

Hetzelfde geldt voor de politie. Met verkiezingen in aantocht, zal de roep om meer agenten weer gaan klinken, hoewel velen weten dat kwantiteit niet automatisch in kwaliteit hoeft om te slaan. Het gaat er ook om de politie werkelijk op straat te krijgen. Dat kan onder meer door de arbeidsvoorwaarden van de agenten zo te wijzigen dat er wat aan de knellende dienstroosters gedaan kan worden. Dat kost wellicht wat, zij het minder dan al die campagne-beloftes, maar het kan voorkomen dat de politie surveilleert als het niet hoeft en vrij heeft als ze juist op straat zou moeten zijn. De zo ongeveer aangekondigde plunderingen in Groningen afgelopen dinsdagnacht bewijzen dat.

De reorganisatie van het lokale bestuur is een derde kwestie die niet zou mogen verzanden. Sinds de twee referenda in Rotterdam en Amsterdam weten we dat de grootstedelingen hun bekomst hebben van stadsprovincies. Maar niets doen lost het bestuurlijke probleem waarmee de grote steden kampen niet op. Amsterdam bijvoorbeeld weet nu al niet meer waar het over tien jaar, als IJburg er ligt, nog een huis kan bouwen. Dat heeft ook te maken met de bestuurlijke armslag van de stad. Als de grote steden door hun bestuurlijke onmacht verpieteren, zal de ruimtelijke ordening in Nederland onderworpen worden aan een ongerichte wildgroei die wel eens resultaten kan opleveren waarom niemand heeft gevraagd. Wanneer de wet voor de Rijnmond straks in de Eerste Kamer aan de orde komt, zouden de bewindslieden er dus goed aan doen hun voorstel op politieke wijze te verdedigen, ook al is het enthousiasme van minister Dijkstal voor bestuurlijke reorganisaties de afgelopen jaren niet al te groot geweest

Ook de bewindslieden op Onderwijs zouden moeten weten wat hun te doen staat. Dat het beroepsonderwijs al decennia in het verdomhoekje zit, is hun niet direct aan te rekenen. Maar dat ze de gevolgen - een lage kwalificatie van de handarbeid - te lijf willen gaan met nieuwe varianten op de aloude 'algemene vorming' - computers met Internet in het gymlokaal bijvoorbeeld - en zo te weinig oog hebben voor de praktijk in het beroepsonderwijs, dat is hun wel euvel te duiden.

En dan zwijgen we maar over die bewindslieden die hun eigen departement voor de verkiezingen in het gareel zouden moeten hebben. Want dat de thuiszorg niet op rolletjes loopt, is niet alleen een budgettair vraagstuk maar werpt ook licht op de bestuurlijke kwalificaties van minister Borst en haar staatssecretaris Terpstra.

HET KABINET HEEFT nog een kwartaal om te laten zien dat politici verantwoordelijkheid hebben. De risico's zijn beperkt. Zo stevig zit 'paars' wel in het zadel. De beloning daarentegen is groot. Als het kabinet-Kok de vier jaar volmaakt door een paar nieuwe richtingen te wijzen, ook al zijn die niet in het regeerakkoord voorzien, dan zou dat de opmaat kunnen zijn voor een verkiezingscampagne die ergens over gaat.

Revenge of the Pink Panther (Blake Edwards, 1978, VS). Gemakzuchtige zesde aflevering in serie met Peter Sellers als inspecteur Clouseau. Dit keer wordt hij verondersteld dood te zijn. Ook met Herbert Lom, Dyan Cannon. Veronica, 20.30-22.15u.