Na één reisje was Ay niet Grieks meer

Een artikel uit de Griekse Code op het Staatsburgerschap maakt het leven voor veel moslims in Grieks-Thracië meer dan moeilijk.

ATHENE, 3 JAN. Ay Zeik (20) mag eindelijk trouwen. Vanaf haar zevende jaar leefde ze als statenloze in haar dorp Echino, ten noorden van Xanthi, in Grieks-Thracië, waar een grote islamitische minderheid woont. Ze was een van de vele slachtoffers van artikel 19 van de Griekse Code op het Staatsburgerschap, waarin staat dat personen van niet-Griekse afkomst hun staatsburgerschap kan worden ontnomen als ze naar het buitenland zijn gegaan “met het plan om niet terug te komen”.

Deze bepaling, op zichzelf in strijd met Europese richtlijnen, is geruime tijd met opmerkelijke fantasie toegepast. In veel gevallen op islamitische studenten die naar Istanbul of Ankara gingen om daar te studeren, maar ook op personen die voor veel kortere tijd het land verlieten. Ay reisde met haar ouders en drie oudere zusters naar Istanbul toen ze zeven jaar was, voor een bezoek van 10 dagen aan haar grootouders die daar woonden. Toen ze terugkeerde, hoorde ze dat artikel 19 op hen van toepassing was verklaard.

Er volgden spookachtige jaren voor de hele familie. Vader Zeïbek zette zijn kruideniersbedrijfje voort, maar doordat het hem aan vergunningen ontbrak had hij voortdurend te maken met rechtszaken - hij kreeg te maken met boetes van in totaal vijf miljoen drachme (35.000 gulden). Ay zelf werd wel op de lagere school toegelaten, maar bereikte de middelbare alleen met bureaucratisch kunst en vliegwerk en dankzij bepaalde 'kanalen'.

Aan haar diploma heeft ze niets, werk kan ze niet krijgen en evenmin kan ze worden ingeschreven bij de verzekering of bij sociale diensten. Ook haar trouwplannen van de laatste jaren moest ze vergeten. Zij was tot op grote hoogte een “niet bestaand persoon”. En ze was de enige niet. Vijfhonderd families in deze streken kampten met hetzelfde lot. Alle buitenlandse delegaties die de steden Komotini en Xanthi bezochten, werden met deze gevallen geconfronteerd. In Brussel en Straatsburg werd artikel 19 vaak tegen Griekenland aangehaald en binnen de huidige regering-Simitis rezen er stemmen om het hele artikel overboord te gooien.

Plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou verwekte onlangs plaatselijk grote vreugde toen hij tijdens een bezoek aan Xanthi aankondigde dat het artikel zou worden afgeschaft. De meeste Atheense kranten schreven er niets over - ze zijn totaal niet in dit probleem geïnteresseerd - maar enkele bladen van de rechtse oppositie roken lont: de regering wilde de weg openen voor de terugkeer van “honderdduizenden personen van niet-Griekse afkomst” en Thracië, waar het geboortecijfer onder de moslims toch al hoger is dan onder de Grieks-orthodoxen, zou dan een islamitische meerderheid krijgen, Komotini een moslimburgemeester, en ga zo maar door.

Deze scherpslijpers waarschuwden ook nog voor iets anders: in de Fyrom (voormalige Joegoslavische republiek Macedonië) vertoeven nog circa 35.000 voormalige Griekse staatsburgers, die, ook na de door Andreas Papandreou afgekondigde politieke amnestie, niet terug mogen omdat ze “niet van Griekse afkomst” zouden zijn. Ze spreken naast het Grieks ook nog het 'Macedonisch' en worden dus als gevaarlijk voor de eenheid van de natie beschouwd. En in Zuid-Albanië vindt men de Tsámides, naar schatting 15.000 moslims die na de Tweede Wereldoorlog Griekenland moesten verlaten omdat ze met de bezetters hadden samengewerkt. Zij eisen hun landerijen terug.

Minister van Binnenlandse Zaken Alekos Papadopoulos, die uit deze contreien komt, had waarschijnlijk deze laatste dreiging in het hoofd toen hij op zijn beurt verklaarde dat van opheffing van artikel 19 geen sprake kon zijn. Premier Simitis zelf hield zich desgevraagd op de vlakte. Daarop kwam echter een heftige reactie van de moslimleiders in Thracië. De drie islamitische afgevaardigden, die tot verschillende partijen behoren, hielden samen met Ay een persconferentie in Athene en het meisje dreigde, een hongerstaking voor het parlement te beginnen. Een week daarna kwam de grote concessie: bijna duizend van de belanghebbenden, onder wie Ay, krijgen een “voorlopig bewijs van staatsburgerschap”, waarmee ze aanspraak kunnen maken op hun oude civiele rechten. Intussen staat artikel 19 nog steeds overeind.

Ook dit is aan het grootste deel van de Atheense pers voorbijgegaan. Deze toonde meer aandacht voor plannen om de duizenden uit de voormalige Sovjet-Unie naar Griekenland gekomen Pontiërs (orthodoxen die een oud-Grieks dialect spreken) te vestigen aan de kust van Thracië, in een grote kersverse stad die Romania moet komen te heten. “Al was het alleen uit demografische noodzaak.”