'N HUUSPAGINA EN HULZEBOSCH-BOMMEN

Morgen is het een jaar geleden dat de laatste Elfstedentocht werd gehouden. Waar winnaar Henk Angenent de publiciteit eerder mijdt dan opzoekt, laat nummer twee Erik Hulzebosch zich graag in de schijnwerpers zetten. Ook zijn vrouw, Jenita Smit, eist met haar sportprestaties steeds meer aandacht op.

“Ik vind het elke keer nog spannend”, zegt Jenita Smit over de beelden van de laatste Elfstedentocht. “Ik word er elke keer nog zenuwachtig van. Maar ja, je weet de uutslag al.” Smit eindigde als vierde vrouw, haar zus Gretha werd op de Bonkevaart verslagen door winnares Klasina Seinstra en werd tweede, net als Erik Hulzebosch bij de mannen.

Smit ontkent dat makkelijker te leven is met een vierde dan met een tweede plaats. “Ik was liever tweede geworden, daar ben je sporter voor. Je wilt het liefst zo hoog mogelijk eindigen. Wij hadden nog nooit wedstrijden van tweehonderd kilometer gereden. Ik had bronchitis en ik dacht: ik ga er bij Sloten maar af, want dat wordt helemaal niks. Toen ik aan de gang was, dacht ik: ik geef nie op, ik doe deur. Nou wil ik er ook komen en het een keer meemaken. Ik was gewoon tevreden met die vierde plaats. Derde, vierde of vuufde, ik heb 'm uutgereden. Kijk, als er een volgende keer komt, denk ik: nou moet 't gebeuren. Dan ga ik direct met de eersten mee.”

Terwijl Erik Hulzebosch nog in het bad ligt van zijn nieuwe vrijstaande huis aan de 'goudkust' van Gramsbergen, vertelt Smit welke taferelen zich die dinsdagmiddag op de Bonkevaart in Leeuwarden hebben afgespeeld. Televisiemaker Willibrord Fréquin had Angenent en Hulzebosch uitgenodigd om nog één keer de strijd met elkaar aan te binden op de Bonkevaart. Een jaar geleden was Angenent daar de held van de vijftiende Elfstedentocht.

Omdat er geen ijs ligt, zou de strijd met roeiboten worden gestreden. Angenent wilde echter niks met Hulzebosch te maken hebben, laat staan de finish nog een keer overdoen, ook al betrof het een grap. Hij wilde wel met Fréquin alleen het water op. Terwijl de interviewer zich door Angenent naar de finish liet roeien, zette de stiekem toch opgetrommelde Hulzebosch met een roeiboot met buitenboordmotor koers naar de man die hem op 4 januari 1997 met een meter verschil versloeg.

Langs de waterkant kreeg Angenents echtgenote echter in de gaten dat Hulzebosch de winnaar van de Elfstedentocht gemotoriseerd een hak wilde zetten. Ze waarschuwde haar man, die woedend uit de boot stapte en kwaad wegliep. Even later tufte Hulzebosch met zijn motorbootje vrolijk lachend over de denkbeeldige eindstreep. De beker, een fles champagne en de lauwerkrans waren voor hem. Angenent zou nog vergeefs met gerechtelijke stappen dreigen, om uitzending van de gemaakte opnamen te voorkomen.

“Ja, 't is wat hè?”, zegt Hulzebosch, als hij zojuist de champagne uit zijn haar heeft gewassen. “Het was gewoon gekheid, geen wraak of zo. Het was een grapje. Dat programma van Willibrord is toch ook gekkigheid? Stel dat Paul de Leeuw mij belt en die zegt van 'Erik, ik wil je in m'n programma. Over wat er afgelopen jaar allemaal gebeurd is, daar wil ik alles van weten'. Als je dan ja zegt, dan weet je waar je aan begint.”

Angenent biechtte onlangs in een ander tv-programma op dat hij de pest heeft aan Hulzebosch, zonder die afkeer nader toe te lichten. Hulzebosch kan slechts gissen naar de oorzaak van Angenents antipathie. “Jaloezie denk ik. Ik weet het niet, ik weet het niet... Henk heeft het een en ander gedaan en ik heb het hartstikke druk met optredens. Misschien dat de mensen toch... eh ja, dat Henk, die is zo... Ik weet het ook niet. Het is maar één wedstrijd en ze schrijven er nu nog over. Ik vind dat te gek. Henk is gewoon de winnaar en ik heb ook wat bereikt. Hij is best wel een sportieve man, maar hij mot mij niet voor lul zetten. Dat doe ik bij Henk ook nie.”

Het jaar zou volgens Hulzebosch niet veel anders zijn verlopen als hij de Elfstedentocht wél had gewonnen. “Misschien iets hectischer. Soms denk ik wel eens, het kan niet veel gekker.” Een van de mooiste ervaringen vond hij zijn reeks optredens met Normaal. Een ingelijste kleurenfoto op posterformaat, die naast de luie stoel wacht op een plaatsje aan de muur, herinnert daar aan: Hulzebosch en Bennie Jolink on stage. “Heel spectaculair, voor vier-, vijfduizend man.”

Populair zijn is niet altijd even leuk, maar herkend worden vindt Hulzebosch geen probleem. “Iedereen kent oe.” Smit: “Het beste kun je hier in Gramsbergen naar het café gaan. Dan heb je nergens geen last. Dan ben je gewoon Erik Hulzebosch in Gramsbergen en verder niks. Als je in een grote discotheek komt, is 't van: 'hé, daar heb je Hulzebosch'. Al die jochies beginnen dan achter 'm aan te rennen, daar is niks aan. Daarom gaan we daar niet meer samen heen. Ik ga wel met een stel vriendinnen naar de discotheek, want ik wil natuurlijk ook wel eens uut.”

Hulzebosch moet bekennen dat zijn sportieve prestaties wel een beetje lijden onder zijn muzikale activiteiten. “In het weekeinde wordt het 's nachts meestal een uur of drie, vier. Ik had door al die optredens geen tijd meer voor andere dingen. Daarom ben ik gestopt met werken. Toch heb ik nog nooit zo goed gereden als deze winter.”

Met dank aan de klapschaats. In tegenstelling tot een marathonschaatser als Angenent is Hulzebosch geen fraaie stilist. Hij moet het meer van kracht dan van techniek hebben. Sinds een paar weken beschikt zijn ploeg, waarvan onder anderen ook Jenita en haar twee zussen Gretha en Marjanne deel uitmaken, over de diensten van Leen Pfrommer. Bij de schaatsbond was voor de gerenommeerde coach geen plaats meer. Voor ten minste één seizoen is Pfrommer aan de ploeg-Hulzebosch verbonden.

Smit omschrijft Pfrommer als “een gedreven, fanatiek kereltje”. “Een simpele trainer zegt dat je diep moet zitten, terwijl hij erop wijst dat je iets meer druk op je scheenbeen moet geven, van die dingen. Het is allemaal specifieker.” Voor Hulzebosch is het allemaal nieuw. “Henk van Benthem en ik hebben nooit iets aan techniektraining gedaan, niks.” Smit: “Zij hebben altijd gedacht, zo en zo zal het wel het beste wezen.”

Zes jaar geleden leerden Hulzebosch (27) en Smit (23) elkaar kennen tijdens het skeeleren, hun gezamenlijke passie. Smit: “Hij had altijd z'n snater los. Ik dacht: foei, foei, zou die thuis ook zo druk zijn? Dat kon volgens mij nie. Hij is nu ook best wel eens rustig, maar hij heeft altijd wel wat. En dat vind ik wel mooi. En hij is nooit chagrijnig.” Als de fotograaf de twee hoofden dicht bij elkaar wil hebben, fluit Hulzebosch van dichtbij hard en schel in haar oor. Even later blaast hij in haar haar. “Hij is ook heel sociaal. Kan met iedereen een babbeltje maken, denkt aan andere mensen.” Van de drie zusjes Smit uit Rouveen - Jenita, Marjanne en Gretha - vond Hulzebosch de oudste het leukst. “Maar het was een hele moeilijke keuze.”

Op 10 oktober trouwden Hulzebosch en Smit. Klopt het verhaal dat ze niet mochten samenwonen? Een dubbele ontkenning volgt. “Dat wordt dan verteld ja”, zegt Erik. “Dat Jenita uit Staphorst komt, omdat wie naar de kerreke gaan, dat samenwonen nie mag. Maar da mag wel. Maar wie hebben direct gezegd, als we bie mekaar blieven, en wie wilt wat, dan gaon we trouwen.”

Seks voor het huwelijk, daar deden Smit en Hulzebosch niet aan, ontboezemde hij in het weekblad Panorama. “Kijk, dat blad wordt natuurlijk overal gelezen. Die Martha (schaars geklede interviewster van Panorama met wie Hulzebosch op bed werd gefotografeerd, red.) is er zo een van: 'hebben jullie sex gehad en dit en dat'. Ik dacht: ik houd me mooi op de vlakte, want anders gaat het straks in Staphorst rond en dan krijgen de vaders en de moeders en de opa's en de oma's het op het dak.”

“Hij is wel zichzelf gebleven, maar...”, zegt Jenita over Hulzebosch. “Zeg eens eerlijk”, interrumpeert hij haar. Zij: “Als iets je niet aanstaat, zeg je dat eerder dan toen je begon.” Hij: “Ik ben brutaler.” Zij: “Ze bellen op een dag wel voor honderd goede doelen. In het begin dacht je steeds van: laat ik dat maar doen. Maar dat gaat niet meer, daar ben je wel achter gekomen. Je was veel te bescheiden om nee te zeggen.”

De populariteit van Hulzebosch heeft hem ook een eigen huuspagina op Internet opgeleverd, verzorgd door een paar fans. Voor de familie Hulzebosch is cyberspace onbekend terrein. Hulzebosch: “We hebben geen Internet.” Smit: “Heb ik nog nooit naar gekeken, heb ik nog nooit gezien.” Natuurlijk leest Hulzebosch wel zijn eigen venklupblattie. Zijn hoofd prijkt ook op een flesje likeur, die in combinatie met chocolade uit een plastic bekertje moet worden gedronken: Hulzebosch-brandbommen (20%).

Jaloers op haar echtgenoot is Smit allerminst. “Ik hoef niet zo nodig in de aandacht te staan, da holt ik nie van. Dat meen ik echt.” Toch moest ze er dinsdagavond aan geloven, toen ze in een café in Gramsbergen door de ijsvereniging en het gemeentebestuur werd gehuldigd als marathonkampioene op kunstijs.

Smit blijft het schaatsen trouw, maar in de zomer verlegt ze de aandacht van het skeeleren naar het wielrennen. Deze week tekende ze een contract bij een wielerploeg. “Ik heb nou tien jaar geskeelerd. Echte concurrentie is er in Nederland niet. Die heb ik alleen van mijn zusjes. Daarom rijden wij met de mannen mee. Ik ben jong en ik had zoiets van, nou kun je nog proberen om te wielrennen. Ik heb 't altijd al een mooie sport gevonden.” Smit schudt het hoofd op de vraag of ze goed kan fietsen. Hij: “Ze zegt van nee, maar ze kan het wel.” Zij: “Gewoon, proberen, kieken of 't gaat.”

De vuurdoop op wielen beleefde Smit in de zomer tijdens het criterium in Havelte. “Mooi werk. Ik was twaalfde of zo. Da's een raar wereldje. Ze vliegen er allemaal door die bochten en over die putten heen. Allemaal klinkers lagen er, wat een gestuiter. Die meiden zijn fanatiek, jongen! Schelden op mekaar. Dat doe je niet in het skeelerpeloton.” Is Smit net zo'n harde bikkel als Hulzebosch? “Nee, ik moet het meer van mijn techniek hebben. Ik heb wel een redelijk goed doorzettingsvermogen, maar ik ben niet zo'n krachtmens.”

Ze geeft zichzelf als wielrenster een jaar de kans. “Ik wil niet elke wedstrijd af moeten stappen of achterin het peloton zitten hangen. Daar vind ik niks an. Dan kap ik er mee. Als je veel traint en niet mee kan komen, heb je het talent er gewoon niet voor.” Hulzebosch blijft skeeleren en schaatsen. “Ik vind het gruwelijk mooi werk. Skeeleren is eigenlijk nog mooier dan schaatsen. Alleen qua sponsoring is het een stuk minder.” Als Erik de telefoon aanneemt, zegt Jenita dat hij 's zomers wel eens tennist. En hij zou klootschieten als hobby hebben. “Maar dat heb ik 'm nog nooit zien doen. Maar er is ook haast geen tijd meer voor iets anders.”

Als activiteitenbegeleidster bij demente ouderen, zes dagen in de week, komt Smit ook tijd tekort. Ze vindt het leuk om getrouwd te zijn en voor het eerst op eigen benen te staan, maar aan het huishouden heeft ze een uitgesproken hekel. “Maar ach, ik kom van de boerderij. Ik ben wel wat gewend, ik weet wel wat werken is. We zijn gewend om aan te pakken. Koeien gemolken, op de trekker gereden.”

Hulzebosch kleedt zich boven om voor de huldiging van Jenita in het dorpscafé. Zijn stemt galmt door het riante huis: “Waar is dat jassie?”