Moderne mummificatie; OPSCHUDDING OVER NIEUWE CONSERVERINGSMETHODE

In Mannheim worden lichamen en organen van overleden mensen tentoongesteld, geconserveerd volgens een nieuwe methode. De expositie heeft in Duitsland tot een heftige openbare discussie geleid.

'Körperwelten, Einblicke in den Menschlichen Körper'. Landesmuseum für Technik und Arbeit, Museumstrasse 1, Mannheim. Tot 1 februari. Ma t/m wo 9-20 uur, do t/m zo 9-22 uur. Voor meer info tel: 0049-6214298724.

BIJ DE ingang van het Landesmuseum für Technik und Arbeit in Mannheim wordt de bezoeker gewaarschuwd dat het zien van de menselijke lichamen en organen (voor gelovige mensen) aangrijpend kan zijn. De preparaten zijn echter reukvrij en droog. Door toegevoegde kunststoffen en een doorzichtig buitenlaagje krijgt het weefsel een fletsere kleur en ontstaat vooral bij grotere weefselstukken een verdrogende en verhardende werking. Alle delen van het lichaam zijn blootgelegd; er zijn lengte- en dwarsdoorsneden, weefselcoupes, (opengewerkte) organen en foetussen.

De expositie is opgebouwd naar de lichaamsfuncties: via bewegingsapparaat, zenuwstelsel, spijsverteringsorganen, stofwisseling, bloedsomloop en geslachtsorganen terug naar de oorsprong: de groei in het moederlichaam. Spierbundels zijn blootgelegd, evenals botten, gewrichten, aders en zenuwbanen. Eén lichaam is volledig uit elkaar genomen en met tussenruimten opnieuw samengesteld en opgehangen, waardoor een duidelijke driedimensionale weergave ontstaat van de situering, de grootte en de onderlinge verhoudingen van lichaamsdelen en organen. In een skelet is alleen het ragfijne, geel bijgekleurde zenuwstelsel te zien, in een vrouwenlichaam een ongeboren kind en weer een ander lichaam is voorzien van orthopedische hulpmiddelen: knie-, heup- en kaakprothesen, metalen platen voor arm- en beenbreuken, een pacemaker en tangen, waarmee botten tijdens medische ingrepen vrijgehouden worden van spierbundels.

Gunther von Hagens, die de zogenoemde plastinatie-methode ontwikkelde, doceert aan de universiteit van Heidelberg en in China. “Ik ontdekte deze conserveringsmethode in 1978 en heb hem de afgelopen 20 jaar verder ontwikkeld”, licht hij toe. “Het is een vacuümproces dat uit twee stappen bestaat; om te beginnen wordt bij 25 graden onder nul met aceton water en vet aan het weefsel onttrokken. Vervolgens wordt de aceton vervangen door kunststof die geïmpregneerd wordt en vervolgens verhit en onder ultraviolet licht of met behulp van gassen gehard wordt.”

Het proces duurt twee weken tot vier maanden. Hele lichamen en lichaamsdelen worden zo behandeld, evenals plakjes weefsel van 3 tot 6 mm, die geïmpregneerd worden met epoxyhars, waardoor het weefsel bijna transparant wordt, of met polyester waardoor een goed contrast tussen verschillende hersensubstanties zichtbaar wordt.

Afhankelijk van de toegepaste kunststoffen is het weefsel hard, flexibel, doorzichtig of extra contrastrijk. Het is zelfs mogelijk microscopisch onderzoek uit te voeren. Het geheim zit in de kunststof: silicone, epoxyhars, polyester in zeven verschillende combinaties. Bij een bepaalde samenstelling zijn de lichamen volgens hem zelfs beter geconserveerd dan Egyptische mummies. Ook is het door deze methode voor het eerst mogelijk een lichaam in staande of zittende positie te conserveren. De techniek wordt inmiddels toegepast in 36 landen, maar voornamelijk bij kleinere lichaamsdelen voor onderwijsdoeleinden.

Von Hagens over de tentoonstelling: “Körperwelten is in de eerste plaats bedoeld voor de leek, die een tot dusver onvertoonde kijk krijgt in zowel het zieke als het gezonde lichaam. De bezoeker wordt zich zo wellicht bewust dat de mens in onze overwegend kunstmatige wereld geen machine is, maar een deel van de natuur. Als je een rokerslong of een verschrompelde lever zo voor je ziet, wordt duidelijk dat ze niet zomaar even te repareren zijn. Je krijgt meer inzicht in de kwetsbaarheid en de schoonheid van het lichaam.”

In vitrines worden zieke en gezonde organen naast elkaar getoond; een kniegewricht met artrose, hersenen met zwarte bloedstolsels na een beroerte, levers met vlekken vanwege tumoren, foetussen met een waterhoofd of een borstaandoening, evenals een Siamese tweeling. Een mannenfiguur die zijn eigen huid als een mantel over zijn arm gedrapeerd meedraagt (naar een prent van Vesalius) is enigszins grotesk en roept associaties op met horror- en freakshows.

Over de herkomst van de lichamen zegt Von Hagens: “We hebben een speciaal donatieprogramma opgezet, waarbij de donor een formulier tekent en daarmee instemt dat zijn of haar lichaam deels of geheel in het openbaar wordt tentoongesteld en zelfs eventueel wordt aangeraakt door het publiek.”

Collega's van de anatoom noemen de expositie pervers. Zij willen Von Hagens uit de beroepsvereniging bannen. De Evangelische en Katholieke Kerken in Mannheim hebben de tentoonstelling als smakeloos, immoreel en voyeuristisch afgewezen. Het publiek reageert echter overwegend positief, ook in de vier gastenboeken die bij de uitgang van de tentoonstellingsruimte zijn neergelegd. Vooral verpleegkundigen reageren lovend op de inzichtelijke manier van prepareren.

Von Hagens over de ophef: “Ik was erg verbaasd. Vooraf hadden we een kleine proef-tentoonstelling in Porzheim georganiseerd. Toen klaagde er slechts één arts. Ik verwelkom deze discussie, want het heeft te maken met een emotionele aangelegenheid, met sterven en vergankelijkheid. In Japan is er vooraf alleen onder deskundigen een discussie geweest. Japanners krijgen in de media geen doden te zien. Het shintoïsme beschouwt het dode lichaam als gênant, het wordt dan ook snel gecremeerd. Het doorbrak daar nog sterker een taboe dan hier.” In Japan trok de expositie overigens een miljoen bezoekers. In de eerste zes weken in Mannheim werd zij reeds door ruim 150.000 mensen bezocht.