'Met tbs ben je gebrandmerkt voor het leven'

Tbs, de behandeling voor 'ontoerekeningsvatbare criminelen', kan zonodig eindeloos worden verlengd. Toch komen elk jaar zo'n zestig tbs-patiënten vrij. Erik van Linge verliet vorig jaar na vier jaar de kliniek.

ZWOLLE, 3 JAN. Sinds september is zijn proefverlof afgelopen en omgezet in onvoorwaardelijke vrijheid. Veldzicht, de tbs-kliniek in Balkbrug waar Erik van Linge (30) onder behandeling is geweest, had nog om een jaar verlenging gevraagd, maar de rechtbank sloeg het advies in de wind. “Zo is het wel mooi geweest”, zei de rechter en daarmee was Erik vrij.

In Nederland verblijven ongeveer 822 mensen in een tbs-kliniek. Verder wachten 174 veroordeelden nog op een plaats in een kliniek. Tbs-patiënten zijn 'een gevaar voor de maatschappij', zo luidt de letterlijke omschrijving. Tijdens de behandeling worden hun psychische stoornissen zoveel mogelijk gerepareerd. Gemiddeld duurt een behandeling vijf à zes jaar. Per jaar worden zo'n zestig behandelingen beëindigd.

Erik is “achteraf” blij met de tbs-behandeling. Erik: “Als ik in '92 niet was opgepakt, had ik nu niet meer geleefd. De meeste van mijn vrienden zijn dood of liggen heel diep in de goot. In het begin kon ik niet van hen loskomen. Dat wil zeggen, zij niet van mij. Ze kwamen me bezoeken, maar niet voor de gezelligheid. Ze waren vooral bang dat ik hen erbij zou lappen. Uiteindelijk heb ik ze overtuigd en gezegd: Jongens, ik vertel niets over jullie, laat mij nou maar. Ik wil een nieuw leven beginnen. Daar kwam nog bij dat mijn vriendinnetje toen aan een overdosis overleed. Dat was voor mij de aanwijzing om een behandeling te aanvaarden. Ik heb bewust met alles en iedereen gebroken.” Erik was geen lieverdje. Als kind verwaarloosd, vader alcoholist, moeder niet in staat vier zonen op te voeden. “Ik voelde me besodemieterd door mijn moeder, want zij zette de familie tegen me op. Mijn broers en ik gingen de straat op en we zijn eigenlijk allemaal alcoholist geworden. Bij mij kwamen daar de drugs bij. Ik ben als enige doorgeslagen. En dan heb je geld nodig, hè. Niet alleen voor de drugs overigens maar ook voor vakanties en kleren. Het begon met een klein overvalletje op een winkel en het eindigde met gewapende bankovervallen. Ik ging mensen vastbinden onder bedreiging van een vuurwapen. Tot ik werd verraden door één van de mede-daders. Hij was opgepakt en noemde meteen mijn naam. Toen hing ik.”

Totaal 'gewetenloos' en 'geheel verslaafd' was hij toen. Nu ziet hij eruit als een montere jongen met grote, bruine ogen die weer zin in het leven heeft. Erik: “Ik wil nooit meer voor een rechter verschijnen. Dat is zo afschuwelijk. Alleen al daarom zal ik niet snel weer de fout ingaan.” Door de onderzoekers van het Pieter Baancentrum in Utrecht werd hij 'verminderd toerekeningsvatbaar' geacht ten tijde van het delict. Hij werd veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf en tbs.

“Toen ik hoorde dat ik tbs kreeg, stortte mijn wereld pas goed in. Maar dat duurde maar een dag of twee. Toen zei ik tegen mezelf: als het moet, dan moet het. Maar binnen vier jaar ben ik hier weg. De therapeuten van het Meijers Instituut (de selectiekliniek die bepaalt waar een tbs-patiënt behandeld moet worden, red.) zeiden dat ik er acht jaar voor moest uittrekken. Ik reageerde niet, maar wist zeker dat het ook in kortere tijd zou kunnen.”

Erik is trots op zijn relatief snelle behandeling. “Ik heb het in vier jaar gedaan en ik ben daarmee een van de snelste tbs-patiënten. Ik heb er ook wel echt heel hard mijn best voor gedaan en alle therapieën ondergaan. Ik was ontzettend agressief en sloeg iedereen die mij in de weg zat. Ik voelde me gewoon altijd aangevallen waardoor ik mensen wantrouwde. De therapeuten zeiden dat mijn gedachtegang anders was dan die van een gezond iemand. Tjee, ik moest dus helemaal opnieuw leren denken en mijn gedachten leren ordenen.”

De sociale-vaardigheidstrainingen en de cognitieve therapieën sloegen aan bij Erik. “Ze zeggen wel eens dat een tbs-behandeling een heropvoeding is. Bij mij kun je wel zeggen dat het gewoon mijn opvoeding is geweest.”

Erik kickte al af toen hij nog in de gevangenis zat en het Consultatiebureau voor alcohol & drugs (CAD) hielp hem de verslaving buiten de deur te houden. Aan het begin van zijn tbs-tijd kreeg hij een vriendinnetje dat ook onder behandeling was. Erik: “Het was een stoplichtverhouding. Je bent al lang blij dat je iemand hebt tussen al die muren. Twee keer raakte zij in verwachting, maar ik mag de kinderen niet zien omdat ik een slechte invloed op hen zou hebben. Ik maak nu geen stennis meer want de kinderen worden daar de dupe van, maar het verscheurt me wel van binnen. Vroeger zou ik haar huis even verbouwd hebben om mijn zin te krijgen. Dat doe ik nu dus niet meer.”

Of hij nooit meer de fout in zal gaan, kan hij niet garanderen. “Zeg nooit nooit. Ik bedoel: als ze mijn kinderen of mijn vriendin wat aandoen, grijp ik in. Of als ik in een kroeg een klap krijg, sla ik terug. Het verschil met vroeger is dat ik niet meer de behoefte heb die klap uit te lokken.”

In februari is hij voor het laatst agressief geweest. Erik: “Ik werd weer gek van de eenzaamheid. Op mijn verjaardag belde er niemand en ik kreeg geen kaartje van mijn ex of van de kinderen. Ik begon met mijn vuisten tegen de muur te slaan. Ik moest de eenzaamheid afreageren. Toen ben ik een week teruggegaan naar de kliniek. Later heb ik nog wel eens een terugval gehad. Ik ben naar de kroeg gegaan en heb een halve liter bier besteld. Ik werd 'betrapt' door kennissen en die hebben me mee naar huis genomen. Toen voelde ik wat vriendschap was. Ik heb de volgende dag toen zelf aan de bel getrokken bij het CAD en toen ging het weer.”

Erik heeft een woning en hij heeft weer een nieuwe vriendin. “Ik heb haar ontmoet in het café. Diezelfde avond heb ik haar verteld dat ik gezeten had en dat ik nog steeds onder behandeling ben. Ik heb haar niet verteld over de tbs. Misschien doe ik dat nog wel eens, maar ik ben bang dat dat haar afschrikt. Ik ben nu juist bezig mijn leven weer op te bouwen. Ik volg een opleiding, ik probeer een sociaal netwerk op te bouwen en eindelijk heeft een verzekering me geaccepteerd. Ik ben wel vrij, maar je bent toch gebrandmerkt voor het leven. Die drie letters wist niemand van je weg.”