Koude Oorlog woedt voort bij WK zwemmen

In de aanloop naar de WK zwemmen, die woensdag in Perth beginnen, keerde de laatste weken steeds één woord terug in de berichtgeving: doping. China wordt gezien als de grootste zondaar.

ROTTERDAM, 3 JAN. Doping is een vies woord. Zwemmers horen het niet graag en zeggen het niet graag. Bang als ze zijn om hun sport, om hun professie, om hun broodwinning, in diskrediet te brengen. Het eigen nest bevuilen, dat wil geen enkele sporter. Zwemmers, wielrenners en atleten voorop.

Woensdag beginnen in Perth de wereldkampioenschappen zwemmen. In de aanloop naar de achtste editie van het mondiale titeltoernooi keerde de afgelopen weken steeds één woord terug in de berichtgeving: doping. Bestuurders, coaches en officials - een voor een namen zij het beladen begrip in de mond. En een voor een wezen zij met de beschuldigende vinger in de richting van China, de Aziatische reus die zich stelstelmatig schuldig zou maken aan het verstrekken van verboden middelen.

De geschiedenis herhaalt zich. Vier jaar geleden, toen Rome het decor was van de vorige WK, won China maar liefst twaalf van de zestien onderdelen bij de vrouwen, inclusief de estafettenummers. De Aziatische vrouwen braken in Italië vier wereldrecords. Een nieuwe zwemgrootmacht was geboren. Gemodelleerd naar het voorbeeld van Oost-Duitsland, het land dat tot de val van de Berlijnse Muur in de herfst van 1989 bijna twintig jaar lang het zwemmen domineerde.

Drie weken na het machtsvertoon in het olympische bassin van Rome volgde de ontmaskering. Bij een onaangekondigde controle aan de vooravond van de Aziatische Spelen werden zeven Chinese zwemsters betrapt op het gebruik van doping. Onder hen Bin Lu, in Rome wereldkampioene op de 200 meter wisselslag en tweede op de 200 meter vrije slag. Langdurige schorsingen volgden en het Chinese bolwerk lag in duigen. In Atlanta zwom alleen Le Jingyi op de 100 meter vrije slag naar een gouden medaille.

De verdachtmakingen aan het adres van China zijn er sindsdien niet minder om geworden. Met name het gezaghebbende tijdschrift Swimming World laat geen gelegenheid onbenut om de Aziaten in een kwaad daglicht te stellen. In augustus publiceerde het Amerikaanse blad een tweeluik met als titel The Way Things Should Have Been ('Zoals het had moeten zijn'). Kern van het betoog: Oost-Duitsland heeft zich schuldig gemaakt aan geschiedvervalsing door sporters systematisch doping toe te dienen. China doet hetzelfde.

In oktober bereikte de kritiek een hoogtepunt toen China zich andermaal opwierp als een zwemnatie van ongekende omvang. Aanleiding daarvoor waren de nationale kampioenschappen in Shanghai waar twee wereldrecords sneuvelden. Yanyan Wu (19) bracht de tijd op de 200 meter wisselslag op 2.09,72, bijna twee seconden sneller dan de tijd van haar landgenote Li Lin uit 1992. Yan Chen raffelde de 400 meter wissel af in 4.34,79. Daarmee schrapte de pas 16-jarige het stokoude record van de Oost-Duitse Petra Schneider uit 1982 uit de boeken.

Volgens Swimming World waren de prestaties in Shanghai het zoveelste bewijs dat China zich op grote schaal te buiten gaat aan het gebruik van verboden middelen. “Crimineel gedrag en een vorm van kindermishandeling die strafrechterlijke vervolging verdient”, volgens een redacteur van het blad. Ter ondersteuning van het puntige betoog wees de schrijver op de omvang van het Chinese potentieel. Op acht van de dertien vrouwennummers wordt de wereldranglijst momenteel aangevoerd door een Chinese. “Dat is niet te verklaren, temeer daar de Chinese mannen geen rol van betekenis spelen in het mondiale zwemmen.”

Chinese officials deden de aantijgingen af als stemmingmakerij, ingegeven door westerse afgunst en bovenal niet gestoeld op bewijs. De wederopleving van het Chinese zwemmen was naar hun mening een logisch gevolg van harde trainingsarbeid, nieuwe technieken en de introductie van nieuwe technologieën. Indirecte steun ontving de bond van de internationale zwemfederatie (FINA) die de records van Chen en Wu bij gebrek aan bewijs erkende.

Daarmee kwam het totaal aantal wereldrecords in 1997 op veertien, waarvan de meerderheid (elf) op de korte baan (25 meter) werd gerealiseerd. Het is een opmerkelijke hoeveelheid, zeker voor wie bedenkt dat een post-olympisch jaar doorgaans gelijk staat aan een sabbatical year. Maanden waarin zwemmers over het algemeen gas terugnemen, zich bezinnen op hun sportieve toekomst en het het zwembassin overwegend links laten liggen.

FINA-officials hopen voor eens en voor altijd een einde te maken aan de Koude Oorlog die voort woedt langs het rand van het bassin. Afgelopen twee weken voerden controleurs op last van de wereldbond al tal van onaangekondigde dopingcontroles uit bij de ploegen die al in Australië waren gearriveerd. Vijfhonderd zwemmers wil de FINA voor en tijdens de WK onderwerpen aan een test.

Critici menen dat de bond zijn energie verdoet en onnodig veel geld over de balk smijt. Bij aankomst zijn verboden stoffen volgens hen al lang en breed uit het lichaam verdwenen. “Het is onwaarschijnlijk dat China of een ander land gedrogeerde zwemmers naar Perth stuurt”, zei de Australische coach Forbes Carlile, die tevens zitting heeft in de anti-dopingcommissie van de FINA. “Wel een schone aankomst, maar geen schone kampioenschappen.”

Wereldkampioene Jingyi Le na haar zege op de 100 meter vrij bij de Olympische Spelen van Atlanta. Wegens vormverlies verdedigt de Chinese haar wereldtitel niet in Perth. (Foto Reuters)