Het gezin is geen achterhaald thema

De reactie van de paarse coalitiepartijen op het door het CDA opgebrachte thema gezin is vooralsnog beperkt gebleven tot het negeren ervan. Volgens Peter Cuyvers snijden deze partijen zich hiermee op den duur zelf in de vingers. Een goed gezinsverhaal trekt wel degelijk kiezers.

Het in 1947 verschenen boek 'De Avonden' van Gerard Reve is vaak aangeduid als een aanklacht tegen het burgerlijke gezinsleven. In 1947 is het echter ook de Stichting voor de Arbeid die besluit 'dat het minimumloon moet worden afgestemd op de gehuwde man en zijn gezin (met als norm twee kinderen onder de 16 jaar)'. Met dit historische besluit werd in Nederland de basis gelegd voor het kostwinnersstelsel. Een sociaal stelsel dat wereldwijd tamelijk uniek is: in vrijwel alle andere landen is de ondersteuning van gezinnen geregeld via aparte voorzieningen, niet via het massaal 'vrijstellen van (gehuwde) vrouwen van betaalde arbeid'. Het kostwinnersstelsel was in dubbel opzicht een 'systeem'. Praktisch gesproken werd het hele stelsel van arbeids- en onderwijstijden erop gebouwd, ideologisch stond de leuze 'Gezinsherstel is volksherstel' ook voor een nieuwe moraal, die verloedering en verval na twee wereldoorlogen tot stand moest brengen.

Inmiddels heeft de politieke en ideologische elite het gezinsthema vervangen door het thema emancipatie. De daarbij horende consensus over 'individualisering' heeft zowel een praktische als ideologische basis. Het gaat zowel om de nieuwe basis voor het sociale stelsel (het zelfstandige individu) als om het afschaffen van patriarchaat en de 'truttigheid' van het burgelijke gezinsleven. Sinds enige tijd profileert het CDA zich weer meer op het punt van het gezin. De reactie van de andere partijen is voornamelijk beperkt gebleven tot een bijna krampachtig negeren.

De vraag is of het collectief negeren van het gezinsthema door PvdA, VVD en D66 alleen maar een gevolg is van de huidige politieke situatie, of dat het dieper ligt. Een tweede vraag is of het politiek verstandig is een fundamenteel thema te negeren. Immers, veel meer mensen hebben met het gezin te maken dan met kwesties als armoede of migratie.

Er lijken drie redenen waarom PvdA, VVD en D66 niet staan te springen om iets (politieks) over het gezin te zeggen. Redenen van 'personalistische', van ideologische, en van inhoudelijke aard. Het CDA-gezinsverhaal is ideologisch gestoeld op het familisme. Net als 'individualisme' is een definitie van het begrip 'familisme' moeilijk, omdat het eerder gaat om een complex van feitelijkheden en gevoelens.

Recente studies hebben het beeld van de individualisering - de veronderstelde empirische basis voor een op het individu gerichte politiek - aardig aangetast: de electoraal zo belangrijke sluimerende middengroepen in Nederland bestaan voor 90 procent uit gezinnen, pre-gezinnen of post-gezinnen. Oftewel, uit samenwonende jongeren die sparen voor de bruiloft, uit moeders en vaders die bepaald niet allemaal zorgeloos squashen maar bezig zijn met de vraag hoe hun kind het doet op school en uit (aspirant) opa's en oma's die ruim storten op de spaarrekeningen van hun kleinkinderen. Het gaat om mensen die niet werken voor hun carrière, maar vooral voor de kost, en waarvan nog geen 30 procent vindt dat vrouwen aan het gezinsinkomen moeten bijdragen (tegenover een Europees gemiddelde 69 procent).

Het wetenschappelijk bureau van het CDA heeft dit 'De verborgen keuze van Nederland' genoemd: er zou sprake zijn van verborgen conservatisme of burgerlijkheid, en dat is de 'personalistische reden' dat veel politici zich op buitengewoon glad ijs voelen staan bij het gezinsthema, dat - het dient gezegd te worden - tamelijk ver af staat van hun eigen idealen en belevingswereld.

Toch is het te gemakkelijk om de afkeer van het gezinsthema alleen maar aan het hoge 'grachtengordelgehalte' van de politici te wijten. Familisme kent immers ook een ideologische component, en wel die van de 'kleinschalige solidariteit', een solidariteit waaraan we in de maatschappij een voorbeeld dienen te nemen. Daarmee is het - en dat is essentieel - duidelijk verschillend van het ooit door de CDA-politicus Brinkman gelanceerde verhaal over gezinswaarden, dat uitging van een negatief beeld van de moderne (consumerende en calculerende) burger.

De ideologie van het familisme is een aanval op de ideologische driehoek van de paarse partijen, die bestaat uit individualisme, economisme en feminisme. Elke partij heeft daarbij een eigen accent. De VVD hecht zeer sterk aan de maximale zelfstandigheid, D66 profileert zich als vroedvrouw van de moderne flexibele economie, terwijl de PvdA een traditie heeft van emancipatie. Bij elkaar levert deze driehoek een denken op gezinsterrein op, dat zich conform de leuze 'werk, werk, werk' concentreert op het issue van economische zelfstandigheid voor iedereen, ongeacht de leefsituatie. Dat is een simplificatie, maar wel een simplificatie die goed past in een andere - eveneens gesimplificeerde - karakteristiek van het paarse beleid: dat van een tamelijk gevoelsarm, economistisch gebeuren, dat bol staat van de calculaties en normeringen.

De derde reden om het gezinsthema te mijden is inhoudelijk: elke partij heeft wel een dilemma op gezinsterrein. D66 bijvoorbeeld zou het met de lijn van flexibilisering knap lastig krijgen als het CDAzich niet fixeerde op de zondagen, maar zich openlijk zou afvragen hoe een flexibele arbeidsmarkt moet worden verzoend met grotere aandacht die ouders aan hun kinderen dienen te besteden.

De VVD zou het buitengewoon lastig krijgen met 'eigen verantwoordelijkheid', als het CDA een klemmend beroep deed op solidariteit met de volgende generatie, en wel concreet met de 250.000 kinderen die er niets aan kunnen doen dat ze in bepaalde situaties worden geboren. De PvdA, mijn eigen partij, heeft het dilemma aan den lijve ervaren: het heeft er toe geleid dat de individualisering in de sociale zekerheid werd gestaakt en de kostwinnersvoordelen (vooralsnog) gehandhaafd, om te voorkomen dat een groot deel van de traditionele achterban er fors op achteruit zou gaan. Verder heeft de PvdA het moeilijk met een antwoord op de vraag wat er emancipatoir aan is als bijstandsvrouwen hun kinderen naar (dure) kinderopvang moeten brengen om laagbetaalde rotklusjes op te knappen, bijvoorbeeld als witte werkster.

Heeft het CDA wel oplossingen voor al deze kwesties? Nee, want om te beginnen is binnen het CDA nog sprake van onenigheid over de strategie: in plaats van de voorstellen over te nemen van het wetenschappelijk bureau, die expliciet gericht waren op het stimuleren van de thuisopvoeding, heeft de commissie die het verkiezingsprogramma heeft opgesteld, gekozen voor een pakket aan voorstellen dat bij andere partijen gewoon emancipatiebeleid heet. Verder gaat het CDA-verkiezingsprogramma mank aan twee klassieke tekortkomingen van ideologieën als het familisme. De eerste is de idealisering van het gezin, waardoor het herhaald bewezen geweld in gezinnen geen plaats kan krijgen. De tweede, daarmee overigens samenhangende tekortkoming, is de afkeer van overheidsmaatregelen die ingrijpen in de verbanden van burgers.

Maar daar ligt juist de crux van het huidige politieke probleem. Het kostwinnersstelsel was immers wel degelijk gebaseerd op een aantal overheidsmaatregelen, waardoor niet alleen middelen werden herverdeeld, maar ook de organisatie van arbeid en onderwijs geheel op dit bepaalde gezinstype werd afgestemd. De hierboven genoemde dilemma's waar alle partijen mee worstelen laten vooral zien dat je in serieuze moeilijkheden komt als je probeert het systeem op onderdelen aan te passen. Een gedeeltelijke individualisering van het sociaal stelsel heeft bijvoorbeeld als nadeel - hier heeft het CDA zeker een punt - dat de verleiding van selectief winkelen te groot is: dat leidt tot afschaffing van de gezinsbasis waar het geld kost (ziektewet, weduwenpensioen) en handhaving waar het geld oplevert (studiefinanciering, bijstandswet).

Eigenlijk is het evident waar een nieuwe basis van het sociale stelsel vandaan moet komen om het dilemma tussen gezin en individu op te lossen: het ouderschap is een uitstekend criterium - ter vervanging van huwelijk/samenwoning - om onderscheid te maken tussen individuen wat betreft hun recht op financiele steun en andere voorzieningen. Verschil (maken) tussen mensen met en zonder kinderen is zowel praktisch uitvoerbaar als ideologisch verdedigbaar. Een besluit tot vervanging van het kostwinnersstelsel door een ouderschapsstelsel - waarmee we in Europees verband ook zouden aansluiten bij veel andere landen - vergt echter een nieuwe fundamentele discussie over de relatie tussen overheid en gezin. Maar die discussie komt dus niet van de grond als een aantal partijen niet meedoet.

Blijvende afzijdigheid is om twee redenen politiek onverstandig van de huidige regeringspartijen. De eerst reden is inhoudelijk. Als een compromis rond het gezin uitblijft is er het risico van nieuwe blokkades voor het emancipatiebeleid, dat natuurlijk nog lang niet voltooid is. De tweede reden is politiek: het is niet uitgesloten dat de CDA-vleugels door de ontkenning van het thema welhaast gedwongen worden om gezamenlijk een scherp electoraal wapen te smeden. Recent hebben politici als Clinton en vooral Blair laten zien dat zij in staat zijn grote groepen van het electoraat aan te spreken met een betoog van 'positieve gezinswaarden'.

Daarbij gaat het juist om die groepen kiezers die de politiek de rug toe hadden gekeerd omdat ze het toch niet 'over ons' hebben. Zoals de (in Nederland nog steeds 40 procent beslaande) 'traditionele vrouwenstem', die van de tamelijk grote massa vrouwen die zich al jaren gefrustreerd voelt omdat hun moederschap kennelijk geen maatschappelijke waarde meer vertegenwoordigd.

Maar ook de mannelijke middenklasse is gevoelig voor een politiek verhaal dat niet alleen berust op het opwekken van angst voor verloedering, immigratie, etc. Familisme beantwoordt aan hun persoonlijke perceptie dat het niet de burgers zijn die problemen veroorzaken, maar eerder nog de politiek zelf, dan wel de 'hoge' heren (en recent ook dames) in het algemeen.

Vooral bij deze (huidige) niet-stemmers, maar ook bij de zachte randen van de VVD en de christelijk-sociale aanhang van de PvdA ligt minstens een tiental zetels te wachten op degene die het eerst met een goed gezinsverhaal komt. Wie een dergelijk verhaal zelf niet aandurft, of denkt het bij de ander te kunnen negeren, heeft op de langere termijn het nakijken.