Het geheim van de Eerste Keizer; OPGRAVING CHINEES TERRACOTTA LEGER NOG LANG NIET VOLTOOID

Even buiten Xi'an heeft Qin Shi Huang, China's eerste keizer, een mausoleum zonder weerga nagelaten. Terwijl de opgraving vordert, kijken toeschouwers de archeologen op de vingers.

IN DE HANGAR staan we oog in oog met een wereldwonder. Beneden, in een immense kuil, waakt een levensgroot leger van gebakken klei over de graftombe van Qin Shi Huang, China's eerste keizer. Duizenden manschappen, afgewisseld door paarden en strijdwagens, hopen op tromgeroffel, klaar om aan te vallen. Groengrijze soldaten en officieren, ieder met een eigen uitstraling, wachten in een zacht licht, introvert, vastberaden, paraat, opofferingsgezind, onoverwinnelijk, één.

Het vertoon van kracht en discipline geldt alleen de voorste gelederen, verderop in de kuil heerst chaos en verval. Beelden zonder hoofden of ledematen steken scheef uit roestbruine aarde, wachtend op eerherstel. We zijn dan ook getuige van een opgraving in actie, 30 kilometer buiten Xi'an, hoofdstad van de provincie Shaanxi, een paar uur vliegen van Peking. Met twee nabijgelegen kuilen, die eveneens tot het keizerlijke complex behoren, is het terracotta leger 's wereld grootste archeologische vindplaats. Wat eens onderaardse ruimtes waren, aangelegd in de derde eeuw voor Christus, is na de val van de Qin-dynastie, 206 v.Chr., door opstandige boeren in brand gestoken. Instorting was het gevolg. Eeuwenlang hebben de vernielde beelden in de Chinese bodem verborgen gezeten, tot in 1974 boeren bij het slaan van een waterput op fragmenten van krijgers stuitten en bronzen pijlpunten en trekkers van kruisbogen omhoog haalden.

In stille bewondering dalen we trappen af, wandelen naar achteren en steken halverwege de hangar dwars de kuil over. In de aarden muren staan afdrukken die herinneren aan boomstammen die eens het dak vormden. Ze zijn verbrand of weggerot, hier en daar zien we verkoolde resten. Nog niet de helft van de beelden en bronzen handwapens is blootgelegd, er ligt voor jaren werk. Achterin de hal staan de soldaten aan wie wat mankeert, tussen partijen ongeïdentificeerde scherven. Acht restaurateurs zijn in deze ziekenboeg continu bezig met oplappen. Als ze per dag één scherf weten aan te leggen is dat een mooi resultaat. Om het passen te vergemakkelijken is van alle scherven een database aangelegd met gegevens als vindplaats en mogelijke eigenaars.

Kuil 1, die met het oog op conservering in 1978 werd overkapt, meet 230x62 meter. De bodem, nu 6,5 meter diep, is geplaveid met blauwachtige stenen. Het nu verdwenen plafond, boomstammen toegedekt met bamboematten, een pap van klei en een laag aarde, was 3,2 tot 3,8 meter hoog. De beelden zijn binnengesjouwd via schuin aflopende toegangen met openingen die na plaatsing van het leger met palen zijn versperd en met aangestampte aarde aan het oog onttrokken.

De voorhoede, flanken en achterhoede van het terracotta leger houden zich op in een gang over de hele omtrek van de kuil. Daarbinnen, van elkaar gescheiden door muren van aangestampte aarde, staan over de volle lengte negen rijen aan infanterie, afgewisseld door strijdwagens met vierspannen. De blik is oostwaarts. Achter hun rug, anderhalve kilometer verderop, ligt Qin Shi Huang's graftombe. Bij oplevering stak de constructie twee meter boven het maaiveld uit, een aarden terras zoals het natuurlijke landschap rond Xi'an die nu nog te zien geeft.

Wie was deze eerste keizer dat hij zich zo'n buitenproportioneel dodengarnizoen kon permitteren? Ying Zheng, zoals hij toen heette, werd geboren in 259 v.Chr., in een tijd waarin zeven koninkrijken elkaar in China de macht betwistten. Na de dood van zijn vader besteeg Ying op dertienjarige leeftijd de troon. Als koning van Qin kwam hij in een gespreid bed: de feodale landbouwpolitiek van zijn voorgangers had het land ongekende rijkdom en militaire kracht gebracht. Het was tijd om te oogsten.

ZEGETOCHT

In 230 v.Chr. onderwierpen Ying's legers, volgens bronnen uit die tijd een miljoen man sterk, de koning van Han. Het was het begin van een zegetocht die negen jaar later met de overgave van Qi uitmondde in de alleenheerschappij over China. Als eerste keizer onderhield Qin Shi Huang een streng centralistisch regime dat, ondanks de magere 11 jaar die het standhield, een blijvend stempel drukte. Zo volgde er een standaardisatie van maten en gewichten, werden door het hele rijk verbindingswegen aangelegd, kwam er een eenheidsschrift en werden in het noorden versnipperde verdedigingswerken aaneengesmeed tot een ononderbroken Chinese Muur.

Tegelijk ontpopte Qin Shi Huang zich als een tiran. Hij gebood burgers hun wapens in te leveren, de onderworpen staten dienden oude archieven te vernietigen, niemand mocht nog geschriften van Confucius of andere denkers in bezit hebben en geleerden die het waagden het verleden van vòòr de Qin-dynastie te verheerlijken werden levend begraven. Intussen zuchtte het volk onder zware belastingen en groeide de onvrede.

Voorafgaand aan onze inspectie van het leger heeft het ronde filmtheater, opzij van de kuilen, het China van toen tot leven gewekt. In een projectie over 360 graden, begeleid door dof gedreun van tienduizenden paardenhoeven, worden veldslagen zonder bloedvergieten à la Paul Verhoeven nagespeeld. Ook is te zien hoe honderdduizenden krijgsgevangen als dwangarbeiders aan Qin Shi Huang's megalomane infrastructurele projecten en praalmonumenten werkten. Zijn grootste: het mausoleum bij Xi'an. Geen elite van kunstenaars bereidde ons dit wonder maar legioenen vernederde soldaten die onder de miserabelste omstandigheden, de dood voor ogen, iets groots verrichtten.

Het terracotta leger is in al zijn pracht niet meer dan een onderdeel van de dodenstad die Qin Shi Huang heeft nagelaten. Centraal staat de graftombe, weggestopt onder een berg aarde. Op weg naar de kuilen zijn we er langs gekomen: een zachtglooiende, kunstmatige heuvel ten noorden van het Lishan gebergte, niet ver van de Wei rivier. De streek stond bekend om zijn jade en goud, reden voor de keizer er zijn grafmonument te bouwen.

Direct na de troonsbestijging in 246 v.Chr. werd met het werk begonnen. Oorspronkelijk zou de heuvel 115 meter hoog zijn geweest, met een grondvlak van 485x515 meter. Tweeduizend jaar erosie hebben flink wat aarde weggespoeld: nu reikt de tumulus nog maar tot 75 meter en is de basis gekrompen tot 345x350 meter. De grond kwam van 2,5 kilometer ver, nu het Yuchi-reservoir, Chinees voor visvijver. Weelderig groen heeft de heuvel ingenomen en ieder voorjaar zetten granaatappelbloesems hem in vlam.

Wat houdt hij verborgen? Hier komen de kronieken superlatieven te kort. De aarde zou tot op de rotsbodem zijn afgegraven. Er zouden bronzen muren zijn aangelegd tegen het grondwater. De ruimte zou zijn volgestopt met schatten uit de paleizen. Er zouden miniatuur rivieren en zeeën zijn uitgegraven gevuld met kwik dat mechanisch wordt rondgepompt. Op het plafond zouden een gouden maan en paarlen sterrenbeelden schitteren. Er zouden gespannen kruisbogen verdekt staan opgesteld om plunderaars af te schrikken. En de ambachtslieden die dit ongekende vertoon van extravagantie met eigen ogen hadden aanschouwd zouden na het plaatsen van de keizerlijke tombe de heuvel niet hebben mogen verlaten.

VUURZEE

Zijn de spullen er nog? Heeft China zijn Indiana Jones? In 210 v.Chr. overleed de gehate keizer op inspectietocht door zijn rijk, 49 jaar oud. Zijn zoon volgde hem op maar er braken opstanden uit en binnen vier jaar was het met de Qin-dynastie gedaan. Eén bron laat Xiang Yu, die met zijn leger de nieuwe keizer verjoeg, 300.000 man inzetten om alle schatten uit de grafheuvel te slepen. Na 30 dagen was het werk nog niet af, waarna bandieten zich over het brons ontfermden. Weer later staken schaapherders het leeggeroofde dodenpaleis in brand, wat een vuurzee van 90 dagen zou hebben opgeleverd.

De waarheid ligt waarschijnlijk anders, zo wijzen proefboringen uit. Volgens Yuan Zhongyi, directeur van de opgravingen, is het niemand tot dusver gelukt tot de graftombe door te dringen. Inmiddels zijn hoge concentraties kwikdamp gemeten, wat de verbeelding flink heeft aangewakkerd. Maar tot een volwassen opgraving zal het voorlopig niet komen. Niet alleen ontbreekt het de Chinezen aan voldoende geld voor zo'n mammoetproject, ook bestaat de angst dat ondoordacht wegpompen van grondwater de onderaardse constructie zal schaden, of dat tere voorwerpen van zijde of hout bij blootstelling aan verse lucht in ijltempo degenereren.

Wel is de omgeving van de grafheuvel onder handen genomen. Alle bovengrondse gebouwen zijn bij de omverwerping van de Qin-dynastie in de as gelegd. Opgravingen hebben overblijfselen van paarden, herten, vogels en andere dieren aan het licht gebracht, symbool van de keizerlijke stallen en tuinen. Ook zijn bronzen vierspannen met rijtuigen blootgelegd, rijk gedecoreerd en verwijzend naar de keizerlijke inspectietochten. Alles bewaakt door het terracotta garnizoen in de verte.

Tijd voor de tweede kuil. Deze ligt naast no. 1 en is in 1994 overkapt, waarna het officiële onderzoek kon beginnen. Ditmaal geen hangar die de aandacht aan de beelden laat maar een opzichtige marmeren bunker. Behalve een archeologische opgraving in volle actie exposeert hij vitrines met individuele strijders. De inrichting van de kuil, zo hebben proefopgravingen uitgewezen, is complex. In een timmermanshaak van 124x98 meter, met dezelfde bouw als kuil 1, staan diverse legereenheden opgesteld. Acht gangen, samen de korte kant van de haak, zijn voor houten strijdwagens, vierspannen en voermannen. Ernaast lopen drie gangen met afwisselend wagens en infanterie, en weer daarnaast eenzelfde aantal met cavalerie en gezadelde paarden. Vooraan, in de punt van de haak, staat een bataljon boogschutters, merendeels geknield.

Terwijl we over de balustrade hangen, kijken we de archeologen op de vingers. Borstelend en schrapend leggen ze de contouren bloot van een ingestort dak, de ruiters en paarden eronder moeten voorlopig wachten. Staken met lampen zijn provisorisch in aarden wallen geprikt, een transportband steekt door een raam naar buiten. Vooraan zijn vakken met schutters leeggehaald, elders passen restaurateurs de brokstukken aan elkaar. Grootste obstakel vormen de strijdwagens: door vuur verwoest of weggerot zijn ze, bedolven door modder en aarde, soms nauwelijks terug te vinden. Ook is een Han-graf uit circa 100 n.Chr. aangetroffen, teken dat het leger al veel eerder bezoek heeft gehad. In 2005 moet de opgraving zijn voltooid. Niet alles zal in oude glorie herrijzen: ingestorte daken, verbrijzelde paarden en gehavende krijgers gaan volwaardig deel uitmaken van de expositie.

ONTZAG INBOEZEMEN

Het terracotta leger is realistische kunst: het zijn individuen gemodelleerd naar werkelijke figuren. Beelden van klei waren in het China van toen niet ongewoon, maar de schaal, de getalsterkte en de expressieve kracht van Xi'an zijn ongeëvenaard. Artistieke overdrijvingen, vereenvoudigingen en verfijningen versterken het nagestreefde effect: ontzag inboezemen. Soldaten zijn 1,75 tot 2 meter lang, breedgeschouderd, gezegend met een stevige buik en met sprekende ogen, snorren en baarden. Ze dragen pantservesten en beenkappen - nooit helmen - en hebben bronzen speren, zwaarden, lansen, bogen en pijlkokers bij zich. Ieder gezicht is anders. In hun trekken verraden ze hun herkomst, vaak Guan Zhong. Tunieken verschillen per rang en krijgsonderdeel, waarbij hoge officieren hoofddeksels met fazantenveren droegen. Oorspronkelijk waren de beelden beschilderd maar de tijd heeft praktisch alle kleuren weggevaagd.

Er zit systeem in de kuilen. No. 2 fungeert als flank van de hoofdmacht uit no. 1. De andere flank had kuil 4 moeten leveren, maar die is leeg - kennelijk kwam de opstand te vroeg. U-vormige kuil 3, verreweg de kleinste, is het commandocentrum. Hier zijn horens en beenderen van echte dieren gevonden, restanten van sacrale handelingen die de zegen over de troepenmacht moesten afroepen.

Samen symboliseren de formaties de ongekende militaire kracht van de keizer. Tegelijk beantwoorden ze vragen die de kronieken open lieten. Pas nu weten we hoe de strijdwagens er precies uitzagen, welke strategieën de generaals volgden, hoe de soldaten gekleed gingen, welke uitrusting ze bij zich droegen. Dat de bronzen Qin-wapens een soort coating van een chroomverbinding hadden, tegen de roest, getuigt van groot vakmanschap: in het Westen deden vergelijkbare technieken pas in de moderne tijd zijn intrede.

We nemen afscheid. Buiten op het plein, waar bontverkopers luidkeels de aandacht trekken, blijven de beelden van het terracotta leger zich opdringen. Schuilt hun artistieke waarde niet ook in het ontzag dat hun massaliteit inboezemt? In het verlangen tot vechten dat in hun strakke formaties besloten ligt? In hun impliciete uitnodiging tot fantaseren over wat volgen zal zodra het tromgeroffel klinkt? Onwillekeurig zoeken we het westen en inspecteren Qin Shi Huang's grafheuvel in de verte, bleek van de luchtvervuiling. Het liefst waren we er meteen gaan scheppen.