'Groei cateringmarkt dwingt tot fusies'

Na de fusie met Marriott in de VS is het Franse Sodexho van grondlegger Bellon nu veruit de grootste 'cateraar' ter wereld.

PARIJS, 3 JAN. Zoals in vele bedrijfstakken grijpt ook in de 'catering' het fusiegeweld om zich heen. “Maar het is een fusiegolf op grond van strategie, niet uit noodzaak,” zegt de 67-jarige Fransman Pierre Bellon, de president van Sodexho. “In staal- of in auto-industrie is concentratie noodzakelijk wegens de overproductie. In de catering groeit de markt zo hard dat je ook moet groeien om mee te kunnen spelen op wereldniveau.”

Catering is meer dan het verzorgen van de hapjes en drankjes op feesten en partijen. Sodexho, dat in Nederland dochterbedrijf Van Hecke heeft doet vooral 'contract-catering': ontbijten, lunches en diners voor grote bedrijven, ziekenhuizen, scholen of universiteiten, van Eton in Engeland tot Harvard in de Verenigde Staten. Sodexho verraste drie maanden geleden de branche door een alliantie met de catering-tak van Marriott aan te kondigen. Weer concentreert een hotelketen zich op zijn core-business - de hotels - en worden de Management Services afgesplitst.

De fusie - Sodexho spreekt over een alliantie - moet de komende maanden worden afgerond. Sodexho krijgt 49 procent van de aandelen van de nieuwe Amerikaanse dochter, maar zal volgens de Franse accounting-regels de hele omzet kunnen consolideren. Na de fusie ontstaat de grootste cateringgroep ter wereld met een voor 1998 verwachte omzet van bijna 20 miljard gulden, een netto winst van bijna 1 miljard gulden en meer dan 200.000 werknemers. De Sodexho Alliance is dan anderhalf keer zo groot als de naaste concurrent, het Britse Compass en twee keer zo groot als het Amerikaanse Aramark.

Bellon, grootaandeelhouder met een belang van ongeveer 40 procent, begon in 1958 in Marseille. Hij vertelde zijn vader dat het familiebedrijf, dat Marine-schepen bevoorraadde, geen toekomst had. “Gelijk heb je,” zei zijn vader. Ik ga wat nieuws beginnen. Gelijk heb je, zei zijn vader. Met een kapitaal van 30.000 gulden begon hij zijn eerste bedrijfsrestaurant in een tijd dat arbeiders staakten omdat het eten dat ze in fabrieken voorgezet kregen, nergens naar leek.

Bellon begon bij bedrijven, maar kwam ook binnen bij ziekenhuizen en bejaardenhuizen. Sodexho expandeerde in Frankrijk. Vanuit de Provence naar Bordeaux en Lyon, naar Parijs en de grens over naar België. En het afgelopen decennium werd de interne groei aangevuld met grote overnamen. In 1985 maakten de Fransen de sprong naar de Verenigde Staten, waar de “grote en dikke” concurrenten zaten. Begin 1995 werd vervolgens het Engelse Gardner Merchant overgenomen van het management, dat zich drie jaar daarvoor had losgeweekt van het hotelconcern Forte. “Als wij Gardner niet hadden gekocht, had een Amerikaan dat gedaan”, zegt Bellon. “Dan was het verschil in omvang te groot geworden om nog te kunnen overbruggen.” Eind 1995 volgde een belang van 45 procent in het Zweedse Partena, marktleider in Scandinavië.

De groei is mogelijk omdat de branche explosief groeit. Steeds meer bedrijven en instellingen concentreren zich op hun primaire functie. Andere diensten als de bedrijfskantine worden uitbesteed aan specialisten. De grens is nog lang niet bereikt, driekwart van de potientële markt ligt braak. Alleen al in de Verenigde Staten is bijna vijftig miljard gulden aan 'contract-catering' niet ondergebracht bij specialisten. Voor de hele wereld loopt die schatting op tot 150 miljard gulden. “Zolang de markt zich ontwikkelt, heeft de fusiegolf ook geen negatieve invloed”, zegt Bellon. “Er vallen nooit ontslagen.”

Behalve voordelen als marktleider - bijvoorbeeld bij de inkoop van levensmiddelen, die ruim 40 procent van de kosten zijn - ziet Bellon ook de nadelen van de groei van zijn concern. Ten eerste zijn eigen opvolging. Franse familiebedrijven als Club Med kregen het zwaar na het afscheid van de oprichter en Bellon heeft die waarschuwing ter harte genomen. Hij heeft onafhankelijke buitenstaanders in de raad van commissarissen gehaald om de corporate governance van het concern te versterken. “Ik ga voorlopig nog niet met pensioen, maar als ik morgen plotseling moet ophouden is mijn opvolger bekend.”

Ook de omvang van de onderneming baart hem soms zorgen. “Ik zeg steeds tegen mijn medewerkers: pas op, wij zijn niet zo goed als we denken, ik heb nog nooit zo'n groot bedrijf geleid en jullie hebben nog nooit in zo'n groot bedrijf gewerkt. Dat is een probleem.” De oplossing schuilt volgens Bellon in het bewaren van de traditie van handwerklieden. De locale managers, die de smaak en gewoonten van de locale markt kennen, hebben zoveel mogelijk beslissingsbevoegdheden behouden. “We moeten oppassen dat we niet op een bureaucratisch georganiseerde staat gaan lijken.”

Waar bureaucratie toe kan leiden, daar maakt Bellon zich dagelijks druk om als een van de vice-voorzitters van het Franse werkgevers-verbond CNPF. ,Frankrijk is in Europa de kampioen van de bureaucratie,” zegt Bellon als de invoering van de 35-urige werkweek ter sprake komt. “Er worden hier miljarden francs verspild aan subsidies voor staatsbedrijven. De overheid kan beter eerst orde scheppen op zijn eigen zaken voor het zich met de privé-sector gaat bezighouden.”

In de VS is democraat Clinton aan de macht, maar zijn economische beleid staat niet ver af van de Republikeinen, zegt Bellon. In Engeland borduurt Tony Blair voort op Margaret Thatcher. “Alleen in Franrijk blijft de politiek hardnekking de globalisering van de economie negeren die juist vraagt om flexibilisering van de arbeidsmarkt.

“De Franse regering volgt haar eigen politieke logica”, zegt Bellon. “Dat doet nu de linkse regering met Jospin, maar daarvoor deed de rechtse regering precies hetzelfde. Die politieke logica valt niet te rijmen met de economische werkelijkheid. Door de 35-urige werkweek gaan de loonkosten met 11 procent omhoog, daalt de bereidheid bij de bedrijven om te investeren en zullen er dus geen nieuwe banen geschapen worden.”