Gezellig, huis aan huis genieten van Viola Holt

Ogenschijnlijk hebben alle bewoners van de meest gemiddelde buurt van Nederland een gelijke levensstijl: overal de televisie aan, en iedereen klaagt over hardrijders. Toch zijn er verschillen.

DEVENTER, 3 JAN. In een hoek van de Deventerse buurt Zandweerd-Zuid, op de oostelijke oever van de IJssel, staat een opvallende verzameling woningen: een kast van een oud koophuis tegenover tientallen nieuwbouw huurwoningen, waar Opel Corsa-achtige auto's op het parkeerterreintje voor de deur staan. Tussen de tuin van het koophuis en de nieuwbouw stijgt rook op, uit de schoorstenen van vier woonwagens.

Het is de enige plek waar de drie soorten bewoners van deze buurt - volgens de ambtelijke indeling 'buurt 13' - pal tegenover elkaar wonen. De kopers, de huurders en wat 'asociaal volk', zoals Zandweerd-Zuid alle onaangepaste bewoners noemt.

De rest van de buurt is verdeeld in drie zones: de koophuisjes waar jonge gezinnen de laatste jaren intrekken, de nieuwbouw huurwoningen waar 'seniorenwoningen' worden afgewisseld met eengezinswoningen en de vier straten rond het G. ter Borchplein, het gedeelte waar maatschappelijk werkers de handen aan vol hebben; aan werkloosheid, drank, drugs en een aantal grote Turkse families waarvan de kinderen verveeld op straat hangen.

Dat Zandweerd-Zuid de meest gemiddelde stadsbuurt van Nederland is, komt dus niet doordat er één soort bewoner woont. Deze bonte verzameling van 2.690 Deventenaren komt samen uit op gemiddeld 41.050 gulden besteedbaar inkomen (per huishouden), op 11,5 procent werkzoekenden, op 37 procent koopwoningen en op 11,1 procent allochtonen.

Op het eerste gezicht hebben alle bewoners van Zandweerd-Zuid een vergelijkbare levensstijl. Om vijf uur 's middags staat in alle woonkamers waar iemand thuis is de televisie aan. Iedereen heeft de gordijnen open, passanten kunnen door het raam de mimiek van presentatrice Viola Holt volgen. Een jonge vrouw ligt op de bank en kijkt tv. Haar buurman - aan de andere kant van een ogenschijnlijk flinterdun wandje - klust nog wat aan een kast, de televisie staat aan. Bij zijn buren zit een oude man aan tafel, gebogen over een krant. Zijn vrouw tuurt bewegingloos naar de buis. Bij iedereen knipperen de lichtjes van een kerstboom of kerstverlichting. Iedereen parkeert zijn fiets buiten, ook mountainbikes. En iedereen zet vrijdagochtend de vuilnis op de stoep. Niemand hoeft hier naar de glas- of papierbak te lopen, want die zijn er niet.

Er is ook één zorg die alle bewoners van Zandweerd-Zuid delen: hard rijdende auto's. Zoals Jamie (9) en zijn vrienden die telkens opzij springen tijdens het voetballen, als er weer een auto de beruchte G. ter Borchbuurt inrijdt. “We hebben op straat altijd wat te spelen”, zegt Jamie. Behalve op zondag, roept Pelin (9) met vertrokken gezicht, dan is het zo saai. En eigenlijk, bedenkt Jamie dan, woonde hij het liefst in een dorp met zandpaden en bomen, waar geen auto's komen. Ook Erica Rass (31), moeder en eigenaar van een koophuis in de Ferdinand Bolstraat, vindt het “schandalig zoals de auto's hier soms door de straat scheuren”. En M. Kers (64), die naast haar man en tegenover de kat zit, in hun nieuwbouw seniorenwoning aan de Lange Zandstraat, windt zich er al jaren over op. “De mensen die roepen dat men te hard rijdt, zijn vaak zelf de schuldigen. Het zit in de hoofden, dat gedrag.” Drempels laten aanleggen? “Helpt niet, want tussen de drempels scheuren ze dan extra hard. En als ik naar de dokter moet met de taxi, dan schommelt dat zo. Ze moeten hun mentaliteit veranderen.”

Daarmee houdt de gelijkenis tussen de bewoners van buurt 13 op.

Immobiliteit en eenzaamheid bepalen het leven van veel ouderen in de nieuwbouwwoningen langs de IJssel. Zo is er het probleem van de zitbankjes en de 'honduitlaatgrasstrook' langs de rivier, aan de overkant van een voorrangsweg. De auto's rijden er ten minste 60 kilometer per uur, maar de gemeente heeft de buurt laten weten geen geld te hebben voor een zebrapad. Kers: “De ouderen durven dus niet over te steken.” En dan het probleem van de uitblijvende weekmarkt, met kramen voor groenten en vis, waar de buurtcommissie al jaren op wacht. Winkels zijn er nauwelijks in buurt 13. “We willen één keer per week in de buurt boodschappen kunnen doen, dichtbij en ook gezellig. Dan kom je weer oude bekenden tegen. Want de buren in de eengezinswoningen zijn keurig, maar ze zijn op zichzelf, hè. Ze praten niet”, verzucht Kers.

Voor het raam van verenigingsgebouw De IJssel, vlak bij buurt 13, hangt een handgeschreven bord: Marathon Klaverjassen van 9.00 tot 1.00, inleg ƒ 22,50. VOL. Het wel en vooral het wee van de wijkverenigingen is één van de grootste frustraties van de ouderen en kapitaalzwakke ouders in Zandweerd-Zuid. De IJssel en de Zandweerd, verenigingen die twee speeltuinen beheren en bingo- en kaartavonden organiseren, worden al jaren bestierd door oudere vrijwilligers. Zoals veteraan P. van Berkum, die met trage bewegingen zijn fiets op- en afstapt om het Zandweerdprogramma voor 1998 bij buurtbewoners in de bus te doen. Het boekje geeft voorlichting, maar vraagt vooral een financiële bijdrage, want de gemeente zet de subsidie voor de wijkverenigingen volgend jaar stop.

In het clubgebouw van de Zandweerd spelen donderdagavond om negen uur zo'n veertig oudere bewoners bingo. “Dit is volle bak”, zegt penningmeester Joke Boekhout uitgelaten. Want langzaam maar zeker legt haar wijkvereniging het af tegen wijkcentrum De Zandbank. Dat wordt door de gemeente gesubsidieerd, terwijl de Zandweerd inkomsten verliest. In de Zandbank houden professionele welzijnswerkers zich voltijds bezig met cursussen en bemiddeling ter bevordering van het welzijn van de buurtbewoners. Hun “grootste inzet”, zoals de professionele teamleider J. Hendriks het noemt, gaat naar de sociaal zwakke buurtbewoners en niet naar de bejaarden in de nieuwbouwwoningen. Bovendien komen de beroepswelzijnswerkers niet uit Zandweerd-Zuid, zoals de vrijwilligers. Sommigen komen niet eens uit Deventer.

De bevolkingssamenstelling van het G. ter Borchgedeelte - laaggeschoolde werklozen, Turken en nu een handvol studenten - is duidelijk het gevolg van de geschiedenis van de buurt. Dit zijn de goedkoopste huizen (huur: zo'n 400 gulden) in het voormalige industriegebied. Beroemde Deventer fabrieken, zoals Ankersmit Textiel die was omringd door arbeiderswoningen, bepaalden het gezicht van deze buurt, tot de verkoop in 1966. Op het voormalige Ankersmit-complex, waar vroeger kleine treinen goederen vervoerden naar schepen op de IJssel, staat nu de nieuwbouw. Het enige pand dat aan oude tijden herinnert is machinefabriek Scheuter BV, maar ook die verhuist volgend jaar naar een industrieterrein buiten de stad. Ook hier wil het overvolle Deventer koop- en huurwoningen bouwen.

Het arbeidsverleden van C. van Empel vertelt het verhaal van dit gedeelte van Zandweerd-Zuid. Als jonge man was hij instrumentmaker bij Ankersmit, later zag hij de Italiaanse gastarbeiders komen, “omdat Ankersmit geen volk kreeg”, ervoer hij de sluiting van het bedrijfscomplex - “Koos Postema stond voor de poort” - en zag hij vele collega's werkloos worden.

Nu werkt hij bij Scheuter, het enige gebouw dat hem nog iets zegt in de verder geanonimiseerde buurt. “We hebben alle ramen dichtgetimmerd, omdat de jongens van de achterbuurt ze ingooiden. En we moesten een alarminstallatie aanleggen, omdat er vaak werd ingebroken”, vertelt hij. Er was één lichtpunt, een paar jaar geleden: in ruil voor wat grond van Scheuter voor de teelt van bloemen, beloofde de buurtcommissie de fabriek in de gaten te houden. “Sociale controle voor land dat we toch niet gebruiken”, aldus Van Empel. Sindsdien is er weinig meer vernield.

Het verschil met het Schildersgedeelte van de buurt is groot. Dit is het rijk van de jonge anderhalfverdieners, die hun kozijnen in vrolijke kleuren hebben geverfd. In de voortuin van de Vermeerstraat 59 staat een versierde ooievaar. Een vrouw fietst tegen zessen voorbij met haar zoon van een jaar of twee voorop. 'O Dennenboom', zingt hij uit volle borst. Hier wonen jonge moeders die 20 uur per week werken en echtgenoten die 38 uur werken. Voor hen zijn in de buurt cafés noch voorzieningen. Er is een fitnesscentrum en een banketbakker en, aan hun rand van de buurt, een slager, apotheek, supermarkt, een tijdelijke oliebollenkraam en een bank. Verder kun je in Zandweerd-Zuid weinig besteden.

Kinderopvang of een basisschool zijn er evenmin, behalve de openbare Wilkeshuisschool aan de J. van Vlotenlaan. Maar daar halen veel Hollandse ouders hun kinderen vandaan, vertelt W. Blumink, eigenaar van snackbar Willy's Hoekje. “Er komen steeds meer Turken op die school, dus de Hollanders zoeken scholen verder weg.”

Dat veel jonge gezinnen haar buurt intrekken, verbaast laborante Erica Rass in de Ferdinand Bolstraat niet. Want de buurt is “gezellig”, ook al vindt ze het ver gaan dat men daarvoor tegenwoordig 200.000 gulden per woning neertelt. Voor cafés gaat ze met haar man of vriendinnen naar de binnenstad, voor fietstochten is ze “zo” in het bos. Het fijnste, zegt ze, is dat haar gedeelte van de buurt niet anoniem is. Rass kan van vier woningen op een rij opsommen welk beroep iedereen heeft. “Als ik snel boodschappen doe, passen de buren op mijn zoontje en als we op vakantie gaan, geven ze de planten water.” Met haar buren deelt ze een abonnement op het Deventer Dagblad.