GEBAKKEN KLEI MET VERF

Het terracotta leger bij Xi'an is gemaakt van gele löss en witte kwarts. De eerste werd gezeefd en gewassen, het tweede fijngemalen. Nadat het mengsel was aangelengd met water werd het zorgvuldig tot de juiste stijfheid gekneed. Begonnen werd met een voetplaat van 32x32x4 centimeter.

Daarop kwamen voeten en benen, soms massief, soms hol en samengesteld uit gestapelde repen klei. Zodra de stevigheid het toeliet, was het de beurt aan de romp. Armen, handen, nek, gezicht, achterhoofd, haarknot, vlechten, oren, baarden en snorren werden apart gemaakt en tot een proto-krijger aaneengeplakt. Uitsnedingen en polijstingen zorgden voor de details, waartoe op het ruwe beeld een extra laag fijne klei werd gesmeerd. Subtiele lijnen en inkervingen gaven de krijgers kleren en pantserplaten. Geen haarknot is dezelfde. Maar de meeste aandacht ging uit naar het gezicht. Wenkbrauwen zijn fors aangezet, de ogen zeer gedetailleerd en vol expressie. Oudere generaals hebben rimpels. Ieder gezicht, iedere snorrebaard is anders. Na een tijd in de schaduw te zijn gedroogd werd het beeld enkele dagen in een oven gebakken. De temperatuur lag tussen de 900 en 1000 graden Celsius, waarbij het de kunst was vervorming tegen te gaan. Een probleem vormde de variatie in dikte van de klei, van 10 à 15 centimeter bij de (massieve) benen tot 2 à 4 centimeter ter hoogte van de romp. Een slimme ovenindeling zorgde ervoor dat de beelden gelijkmatig gebakken werden. Na afkoeling werden de blauwgroene torso's beklopt: een metaalachtige klank duidde op kwaliteit, een droog hol geluid op een mislukking. De laatste stap was het verven van de beelden. De kleuren zijn gevarieerd: vermiljoen, bruinrood, roze, groen, paars, blauw, azuur, oranje, zwart, wit en oker - alle samengesteld uit mineralen. De verf werd aangebracht op een ondergrond van lijm. Contrasterende kleuren zijn de regel: een rode jas bij een blauwe broek. Het geeft de beelden, bovenop hun superbe anatomie, extra leven.