Een seconde per gefilmde geweldsexplosie

Computers en videocamera's zijn in de beeldende kunst vanzelfsprekende gereedschappen geworden. Op verschillende tentoonstellingen in de Randstad is een goede indruk van de stand van zaken in de videokunst te krijgen.

'Mu, een fictieve geschiedenis van Internet', Arti et Amicitiae, Rokin 112, Amsterdam. Di. t/m vr. 12-18 uur, za. en zo. 12-17 uur. T/m 11/1. Internet: http://www.arti.nl/mu.

'Fast forward', Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst, Brouwersgracht 276, Amsterdam. Ma. t/m vr. 10-17 uur. T/m 17/1.

'Gary Hill; Reflex Chamber en Peter Bogers; Rituals 1 & 2', Montevideo/TBA, Keizersgracht 264, Amsterdam. Di. t/m za. 13-18 uur. T/m 10/1.

'Raymond Cuijpers; JC Masterloops (footballchoreography)', Witte de With, center for contemporary art, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Di. t/m zo. 11-18 uur. T/m 11/1.

AMSTERDAM, 3 JAN. De opmars van de nieuwe media binnen de hedendaagse kunst is niet meer te stuiten. Computer en videocamera zijn de vanzelfsprekende gereedschappen geworden die potlood en penseel vroeger waren. Bij de Rijksakademie in Amsterdam viel onlangs op dat in vrijwel elk atelier wel één of meer monitoren stonden opgesteld. De geschiedenis van de videokunst mag dan dertig jaar teruggaan, nooit eerder zijn videowerken op zo'n grote schaal te zien geweest in musea en galeries als nu.

Op verschillende locaties in de randstad krijgt de toeschouwer nu een goede indruk van de stand van zaken. Het verschil tussen de eenvoudige zwart-wit-tapes uit de jaren zeventig en de recente, technisch gecompliceerde video-installaties demonstreert bijvoorbeeld Montevideo/TBA in Amsterdam. In de gang van het mediakunstcentrum zijn vijf 'single channel installations' geplaatst: monitoren op sokkels waarop vijf korte filmpjes steeds herhaald worden. In Nothing van Han Bierman uit 1979 zien we een man eindeloos het woord 'nothing' uitspreken, terwijl het beeld regelmatig wordt onderbroken door een sneeuwbeeld. Naarmate de tijd verstrijkt duren de storingen langer en zijn de woorden van de man steeds moeilijker te verstaan. Dezelfde herhalingen en dezelfde slaapverwekkende saaiheid doet doen zich voor bij Desert van Nan Hoover uit 1985. In een in duisternis gehuld woestijnlandschap wordt het langzaam licht en gaan de zandheuvels lijken op details van menselijke lichamen. Maar voor je kunt ontcijferen wat je nu precies ziet, wordt het weer langzaam donker.

De zaalvullende installatie Rituals 1 & 2 (1997) van Peter Bogers sluit veel beter aan op het zappende kijkgedrag van de eigentijdse televisiekijker. In een kring van twaalf monitoren wordt men overdonderd door snel opeenvolgende beelden van extreem geweld. Scènes uit honderden bekende speelfilms tonen het moment dat een personage wordt neergeslagen, getrapt of doodgeschoten en een luid tikkende ouderwetse hangklok aan de muur geeft de tijdsduur van de opeenvolgende geweldsexplosies aan: precies één seconde.

Elders in de ruimte projecteert Bogers beelden van drie bewakingscamera's die op diverse plaatsen in het gebouw hangen. Eén toont de tentoonstellingsruimte met jou als toeschouwer, een tweede toont de gang met de vijf videomonitoren en een derde is gericht op de gracht aan de voorzijde. De beelden trillen op het tikken van de klok. En omdat het om live-opnamen gaat, wordt er een akelige spanning opgewekt, zeker als je via de projectie ziet dat iemand de tentoonstellingsruimte nadert. Omringd door beelden van genadeloze bloedbaden en het haast ondraaglijke tikken van de klok, wordt een bezoek aan de installatie van Bogers een aangrijpende en fysieke ervaring.

Dat de manier van presenteren bij videokunst belangrijk is, blijkt op de tentoonstelling Fast forward: in een betrekkelijk kleine ruimte is het werk te zien van 26 kunstenaars die dit jaar een subsidie van het Fonds voor beeldende kunsten ontvingen. Door ruimtegebrek zijn hier vaak meer films op één televisiescherm achter elkaar te zien en dat is verwarrend. Zij die een eigen ruimte of monitor kregen, zijn duidelijk in het voordeel.

Ook hier trekt Peter Bogers de meeste aandacht. Zijn Without the word (1994), vier gestapelde beeldschermen, toont tegen een witte achtergrond sterk uitvergrote oren, ogen, neuzen en monden. De lichaamsdelen lijken een eigen leven te leiden, onafhankelijk van elkaar. Uit een luidspreker schallen kreten van bekende politici en activisten. 'We must never surrender' en 'Let the brotherhood of men become a reality', klinkt het terwijl de ogen en monden meebewegen.

Een veelgebruikte techniek van hedendaagse videomakers is om korte sequenties uit bestaande (televisie)beelden te isoleren en die heen en weer af te spelen. Zo laat Simon Angel in zijn filmpje Een ogenblik geduld alstublieft; de kunst komt zo (1997) steeds weer een baby geboren worden. Door het heen en weer spoelen krijgt de scène een absurdistisch karakter. Ook Raymond Cuijpers maakte voor zijn video JC Masterloops, nu te zien in Witte de With in Rotterdam, gebruik van dit principe. Een korte actie van Johan Cruyff die de bal beschermt tegen een aanvaller van de tegenpartij, lijkt door het heen en weer afspelen van de korte loop op een dans van twee kemphanen.

Terwijl videokunst inmiddels redelijk is ingeburgerd in de kunstwereld, bevindt kunst op Internet zich nog in een pril stadium. Dat blijkt bij Mu, een fictieve geschiedenis van het Internet in Arti, Amsterdam: werken uit de recente kunstgeschiedenis die volgens samensteller Paul Groot tot de voorlopers van kunst op Internet moeten worden gerekend. Maar de werken - een lichtobject van Peter Struycken uit 1971-73 en de presentatie van Joseph Kosuth van een echt bureau, een foto van een bureau en een kopie uit een woordenboek met de omschrijving van het woord bureau - zijn vrij lukraak gekozen en hebben geen enkele relevantie met het Internet. Uitzondering is de computerprojectie Traveller van Driessens en Verstappen, een virtueel landschap dat lijkt op een kleurrijke onderwaterwereld met koraalriffen. Je kunt er eindeloos rondreizen, met de muis van de computer als stuurknuppel.

Bij veel bijdragen aan de virtuele tentoonstelling zijn het vooral de technische foefjes die imponeren, maar van de beeldende mogelijkheden van het medium wordt niet echt gebruik gemaakt. De inhoud bestaat vaak uit een samenraapsel van nutteloze informatie of uit beeldende bijdragen (tekeningen, foto's, filmpjes) die net zo goed in het echt - dus niet virtueel - tentoongesteld kunnen worden. Het feit dat een goed kunstwerk op Internet gezet wordt, betekent niet onmiddellijk dat het ook om goede Internetkunst gaat.

Wat techniek betreft, maakt de video Pffft (1982) van SERVAAS in de hal van MonteVideo veel meer indruk. In een oude computermonitor wordt hier een filmpje afgespeeld van een man die met getuite mond in de richting van de toeschouwer blaast. Een veertje dat voor het beeldscherm is geplaatst, beweegt precies op het moment dat de man blaast. Eenvoudiger kan bijna niet, maar toch blijf je je afvragen hoe het in godsnaam mogelijk is.