Dorpsplein

De dames en heren van het rondetafelgesprek waren het roerend eens: de sport moet terug naar het dorpsplein. Alleen, wie weet er nog een dorpsplein? Nederland is toch vol?

De jaarwisseling leidt altijd tot deftige gesprekken, ook in de sport. De voetballers zijn het land uit, schaatsers spreken niet en veldrijders worden niet serieus genomen. En dus krijgen de beleidmakers het woord. De staatssecretaris, een marketingbobo, een chef de mission, een verdwaalde schermster, een Kamerlid. In andere kranten kruisen clubvoorzitters de degens, althans ze doen alsof.

Rondetafelgesprekken wekken op voorhand de illusie van harmonie. De onderlinge oppositie is meestal optisch bedrog, het gaat om een samenzwerinkje van mannen en vrouwen die iets te zeggen hebben. Denken ze. Je ziet het spinrag over de hoofden woord na woord dikker worden. Terpstra en Marijnissen samen verzonken in een wiegeliedje, het is tenslotte Nieuwjaar.

Het ergerlijke van beleidmakers is hun striptease van goede bedoelingen. Terpstra had maar een half woord van Marijnissen nodig en hop, het sportbudget in het volgende regeerakkoord werd met 100 miljoen verhoogd. Alsof deze genadige staatsweduwe daar ook over gaat. Formateur Terpstra: God, vergeef de Nederlanders want ze weten niet wat ze doen.

De aandachtige lezer van het rondetafelgesprek kon zich wentelen in een orgie van diepzinnigheden. Als daar waren:

'Sport staat midden in het leven.'

'De Elfstedentocht was een geweldig feest.'

'Als de sport zichzelf vermoordt, gaan de sponsors weg.'

'Repressie is prikkelend, dat is het dilemma.'

'Desondanks wil ik benadrukken dat de mens ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft of hij nu topvoetballer, acteur of Kamerlid is.'

'Zelfs de majesteit heeft in haar Troonrede een hele passage aan sport gewijd.'

'Dat zegt op zichzelf niet zo veel.'

De verslaggevers die deze prachtige zinnen mochten optekenen uit de mond van Terpstra, Marijnisen, Loorbach en Van den Wall Bake zijn ongetwijfeld als goede mensen het nieuwe jaar in gegaan. Als er zo verheven over sport kan gesproken worden dan valt het met de liefde ook wel mee. Dan redden we het weer zonder zweepje.

Ik heb altijd met enige weerzin naar de rubberen mond van Erica Terpstra gekeken en vrouwen verdenk ik ervan dat ze Frank van den Wall Bake een man om op te kauwen vinden. Maar zoals uit hoger vermelde citaten blijkt, die twee kunnen verrassend uit de hoek komen. Met een warmte voor de sportende medemens waar de staantribunes niet van terug hebben. Het is beslist niet alleen penose dat zich in de skyboxen ophoudt.

Een cliché uit het rondetafelgesprek wil ik niet meer horen. 'Sport is de spiegel van de samenleving.' Deze keer was het Jan Marijnissen die de gruwelijke dooddoener voor zijn rekening nam. Allicht is sport de spiegel van de samenleving, maar varkensstallen en NS-treinen zijn dat ook. Het is het lafste cliché dat ik ken. Vaak gebruikt door politici die zich qualitate qua tegen excessen moeten keren, maar daarbij niet het risico willen lopen uit de gunst van jonge kiezers te tuimelen. De samenleving is dood, leve Picornie.

Tolerantie, Fair Play Cups, sportambassadeurs, het is zo'n zeepbelachtige vertoning. Gewijde hersenspinsels van buitenstaanders die spraakmakend willen zijn. Er is geen moed nodig om freefighting en kooivechten te verbieden. In dit veto ligt weinig volkswoede bestorven. Moediger is een wedstrijd te staken als de spreekkoren zich te buiten gaan aan racisme. Op zo'n moment zijn Terpstra, Marijnissen en Van den Wall Bake in geen velden of wegen te bekennen. Dan staat een onderbetaalde arbiter er alleen voor.

Daarom: sport leent zich niet voor politiek academisme. Sporters zijn mensen van een dag die elkaar moeten corrigeren en controleren. Op de vrije markt van het elementaire fatsoen. Clubvoorzitters, trainers, supportersverenigingen en organisatoren mogen daarin voorgaan. Maar verwacht nooit van een sponsor, de politiek of een marketingbobo een ethisch reveil dat het particuliere belang overstijgt.

Over honderd jaar zijn Terpstra en Van den Wall Bake nog op zoek naar het dorpsplein dat er niet meer is.