De taal vertelt

Oral history is: de geschiedenis verteld door degenen die erbij zijn geweest, die het met eigen ogen hebben gezien en er misschien ook eigenhandig aan hebben meegedaan. Het is een methode om de feiten te bewaren. Behalve dit wordt er een taal mee vastgelegd, een idioom, terminologie, een uitspraak en een manier van intoneren, zelfs een wijze van denken, een geheel dat ook tot het verleden zal gaan horen.

Bij de paardentractie hoort een andere woordenschat en wijze van denken over snelheid en dus afstand en tijd, dan bij de voertuigen voortbewogen door de explosiemotor. Zijn de mensen ook sneller gaan praten doordat de auto gemeengoed is geworden? Dat weten we niet, want toen de karos het snelste voertuig was, bestond er nog geen oral history.

Het Nederlands verandert nu sneller dan ooit en soms op een onverwachte manier. Niet lang geleden hoorde ik iemand het woord voeren die lid van de CPN was geweest. Een zorgvuldige zinsbouw, scherpe uitspraak, zo dat ieder woord zijn duidelijk begin en eind had, beschaafd en met een licht accent dat een dialectkundige misschien tussen Amsterdam en de Zaanstreek zou plaatsen. En dan had zijn gesproken taal nog een eigenschap. In de intonatie zat iets oppositioneels, niet in de betekenis van openlijk verzet, maar met een ondertoon van afstandelijkheid en spot: het lichte leedvermaak van iemand wiens gelijk vandaag nog niet erkend is, maar die zeker weet dat hij het morgen of overmorgen zal krijgen.

Dat had ik in geen jaren gehoord: het CPN-Nederlands waarvan Marcus Bakker indertijd de onbetwistbare meester was. Met het einde van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog is het uit de openbaarheid verdwenen. Nu al is er een generatie opgegroeid die het niet meer thuis kan brengen. Als de laatste uit de gestaalde kaders is gestorven, zal het tot de geschiedenis horen. Alleen in de oral history blijft het bewaard, als tenminste de beoefenaars van deze wetenschap er bijtijds bij zijn geweest.

Door de politiek, de techniek, de veranderingen in de organisatie van de maatschappij raken bepaalde woorden in onbruik terwijl er nieuwe ontstaan. De aanwinsten worden beter geregistreerd dan wat verdwijnt. Dat is geen wonder want een nieuw woord dat goed is, komt snel in circulatie. Plotseling voorziet het in een algemene behoefte. Als een oud woord niet meer in een behoefte voorziet, blijft het toch hangen. Met oude woorden is het als met oude soldaten die nooit sterven maar oplossen in de nevel van de tijd. Al die veranderingen vinden we ten slotte terug in de volgende drukken van de woordenboeken.

Maar nu: hoe gaat het met de klemtonen, de articulatie, de snelheid van spreken? Niet zo lang geleden heb ik een paar afleveringen van The Untouchables gezien, de Amerikaanse serie waarin de onkreukbare Elliot Ness de gangsters overwint. Het genre is dat van de gespeelde documentaire - meer gespeeld dan document, en in zwart-wit. Af en toe komt er een commentator om op alarmerende toon de handeling toe te lichten en dan zijn de spelers weer aan het woord. Ze spreken op een manier waarvan men in het begin van de jaren zestig veronderstelde dat de politie en de boeven van de jaren dertig zich zo uitdrukten.

Het geheel is ouderwetser dan de pakken die de heren aanhebben en de auto's waarin ze elkaar achtervolgen. Het is geschiedenis, niet van de jaren dertig, maar van de manier waarop de jaren dertig werden gezien toen The Untouchables werd gemaakt.

Zo kunnen we vermoeden, hoewel ons niet voorstellen, dat er in 2030 een film van deze tijd wordt gemaakt waarin we met stomme verbazing naar onszelf zitten te kijken en vooral te luisteren. Zijn wij dat? Nee, dat zijn wij zoals de filmmakers van 2030 zich voorstellen dat we in 1998 geweest zijn. Er klopt niets van. Om het straks beter te laten kloppen dienen de audiovisuele miljoenen documenten die we nu achterlaten.

We leven in een tijd van snelle verandering, zeker, maar wat verandert er? De klemtoon op een bepaald soort courante woorden van vreemde herkomst. Het was: de financiële, politieke, tolerante, agressieve dit of dat. Het wordt de financiële, politieke, tolerante, agressieve. Ik zou niet weten waar het vandaan komt; als zoveel van dit soort revoluties uit de Tweede Kamer, veronderstel ik.

Dan opper ik dat er in de samenleving van de vrije markt sneller en harder wordt gesproken. Dat komt doordat het op iedere markt en zeker deze uiteindelijk gaat om het vangen van de aandacht. De gemakkelijkste manier om dat te doen is zo hard en zo snel mogelijk te praten. Op zichzelf niets nieuws: zo hebben de kooplui het altijd gedaan. Het verschil is dat het publiek van nu thuis aan de televisie zit. Zendtijd is duur. Dit betekent dat wie daar aan het woord is, om zijn waren of zichzelf te verkopen, nog harder en sneller moet praten.

Het taalkundig slachtoffer van hard en snel praten is de articulatie. De spieren van lippen en tong, de stembanden en de longen kunnen het niet meer bijbenen. Het gevolg is een stortvloed van woordenbrij. De beste woordbrijstorters zijn in dienst van Veronica en een paar radiopopstations. De jongeren luisteren. Die denken dat het zo hoort. Als het goed is, stichten ze later een gezin en leren hun kinderen praten. Ook in woordbrij. Dit zijn een paar oorzaken waardoor het Nederlands van 2030 niet het Nederlands van nu zal zijn - ook een onderdeel van de oral history.