DANIEL TOROITICH ARAP MOI; Conservatief opperhoofd

NAIROBI, 3 JAN. Daniël Toroitich arap Moi heeft gewonnen - maar een meerderheid van de Kenianen heeft op oppositiekandidaten gestemd. In grote delen van het land werd hij overtuigend verslagen. Onder de Kikuyu bijvoorbeeld, 's lands grootste stam, behaalde hij slechts vijf procent van de stemmen.

Bij recente parlementsdebatten over grondwetshervormingen eisten de oppositiepartijen een verandering van de kiesregels. Ze wilden dat een presidentskandidaat meer dan 50 procent van de stemmen moet krijgen. Moi weigerde dit, want hij weet dat hij niet de meerderheid van de bevolking achter zich kan krijgen.

Moi probeerde de afgelopen jaren de Kikuyu's te paaien. De Kikuyu's vormen niet alleen de grootste bevolkingsgroep maar zijn ook het meest actief in de economie. Zonder participatie van de Kikuyu's valt moeilijk te regeren in Kenia. Achter de schermen probeerden Mois medewerkers daarom de laatste jaren een alliantie op te bouwen met rijke Kikuyu-zakenlui en politici. Alle prominente Kikuyu's die aan deze geheime besprekingen deelnamen, werden bij de verkiezingen verslagen.

Evenals de Kikuyu's wezen leden van 's lands tweede stam, de Luo, Moi af. Er bestaat echter enige reden voor optimisme voor Moi. In het westelijk gelegen Luo-gebied behaalde zijn KANU voor het eerst enkele zetels. Luoland, waar sinds de onafhankelijkheid een de facto dynastie van de familie Odinga heerst, is kennelijk minder stambewust gaan stemmen.

Moi behoorde begin jaren zestig tot de partij KADU, waarin alle kleine stammen waren vertegenwoordigd, terwijl in KANU de Kikuyu en Luo domineerden. In 1966 gingen KANU en KADU samen. De huidige regeringspartij KANU is na de legalisering van meer partijen verworden tot KADU van destijds: een coalitie van minderheidsstammen. Moi behoort tot de kleine Tugenstam, onderdeel van de tribale groep de Kalenjin die nog geen tien procent van de Keniaanse bevolking uitmaakt.

Moi werd in 1924 geboren als zoon van een herder in het dorp Sacho in de provincie Rift Valley. Na een opleiding op missiescholen werd hij hoofdonderwijzer van een school in Kabernet. In 1955 ging hij de politiek in. Kenia's eerste president, Jomo Kenyatta, benoemde hem in 1966 als vice-president en in 1978 volgde hij de overleden Kenyatta op.

Mois leiderschap is wel omschreven als dat van een strenge hoofdonderwijzer. Aanvankelijk leek het alsof hij minder autoritair wilde regeren dan Kenyatta en hij liet na zijn ambtsaanvaarding alle politieke gevangenen vrij. Een mislukte staatsgreep van de luchtmacht in 1982 betekende een keerpunt. Hij voelde zich bedreigd, in het bijzonder door Luo en Kikuyu-politici die hem nooit als volwaardige opvolger van Kenyatta hadden geaccepteerd. Moi ging op strategische posten in het overheidsapparaat en de strijdkrachten eigen vertrouwelingen - Kalenjins - benoemen en hij creëerde een speciale legereenheid die vrijwel exclusief uit Kalenjinsoldaten bestaat. Hij slaagde erin een eigen machtsbasis op te bouwen rond een coalitie met politici en zakenlui van Kalenjin en andere kleinere tribale groepen. Hij speelde in op de vrees onder de minderheidsstammen voor overheersing door de Kikuyu en Luo. Deze coalitie, zo is ook nu weer gebleken, valt moeilijk te verslaan.

“Ik roep alle ministers, onderministers en iedereen op te zingen als papegaaien”, zei Moi in 1984 in een rede. De 73-jarige president regeert als een onaantastbaar en conservatief opperhoofd. Hij eist volledige volgzaamheid. Zijn ministers treden hem met knikkende knieën tegemoet.Mensenrechtenorganisa- ties schreven voortdurend lijvige rapporten over onderdrukking van opponenten die vaak onder valste voorwendselen achter de tralies verdwenen. Buitenlandse donoren en het Internationale Monetaire Fonds noemen zijn regime uiterst corrupt. Vooral de afgelopen vijf jaar is het met Kenia onder zijn leiderschap snel bergafwaarts gegaan.

Hoewel Moi onder grote binnen- en buitenlandse druk eind 1991 het meerpartijenstelsel invoerde en de economie liberaliseerde, kent Kenia nauwelijks nog economische groei en is er nog geen sprake van een democratische cultuur. Moi verzette zich met alle macht om de uitzonderlijk grote macht van de president in het politieke bestel te kortwieken. Hij ging niet in op eisen van donoren en het IMF om de corruptie te bestrijden. Kenia's economie verloedert en de politiek wordt steeds gewelddadiger. Voor Mois positie maakt dit weinig uit: als één van de weinige dinosaurussen van de Afrikaanse politiek slaagt hij er steeds weer in te overleven.