Wanbeleid en corruptie maken Kenia kapot

Donoren boycotten en buitenlandse investeerders blijven weg. Terwijl het IMF de duimschroeven aandraait, wacht de Keniase bevolking meer armoede.

NAIROBI, 2 JAN. De tijd van mooie beloftes tijdens de verkiezingscampagnes is voorbij en de harde werkelijkheid breekt weer aan voor de Kenianen. Het Oost-Afrikaanse land staat een uiterst zwaar economisch jaar te wachten waarin de armoede verder zal toenemen. De verstoorde relatie met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) zal moeilijk kunnen verbeteren en potentiële buitenlandse investeerders blijven zich zorgen maken over de politieke stabiliteit.

“Er komt hoogstens een economische groei van twee procent, minder dan de jaarlijkse bevolkingstoename van ruim drie procent”, voorspelt een bron binnen het IMF. “De voorspelling van regeringszijde over vier procent groei is totaal onrealistisch”. Oorzaken zijn de de facto donorboycot wegens corruptie, onvoorziene salarisverhogingen en een mislukking de oogst die 30 procent achterblijft bij de verwachtingen door overstromingen als gevolg van El Nino.

“Iedereen die na de verkiezingen denkt wakker te worden met hoop dat de situatie zich zal normaliseren, wacht een stevige kater”, zegt Robert Shaw, zakenman en lid van de oppositiepartij Safina.

Het opschorten van een IMF-lening van 215 miljoen dollar eind juli bracht de Keniase economie in acute problemen. Daarop volgde de door de politiek gevoede tribale strijd aan de kust, die de toeristensector zwaar trof. Duizenden buitenlandse toeristen zegden hun reis af waardoor ongeveer honderd miljoen dollar aan inkomsten verloren ging. Toerisme is de belangrijkste bron van inkomsten aan buitenlandse valuta. “We hebben onszelf niet in de voet geschoten maar vrijwel in het hart”, concludeerde onlangs de directeur van de Centrale Bank, Micah Cheserem. Om het slechte internationale aanzien van Kenia te verbeteren blijkt een nieuw akkoord met het IMF een voorwaarde. Hoofdeis van het IMF is effectieve bestrijding van corruptie. Kenia behoort tot de drie meest corrupte landen ter wereld.

Het IMF stelt vier specifieke eisen: bescherming van de onafhankelijkheid van de Keniase Rijksinkomstendienst, een autonome anti-corruptie commissie, berechting van verdachten in corruptiezaken en een versteviging van het management van de energiesector.

Volgens bronnen binnen het IMF voldeed de regering nog onvoldoende aan deze eisen. Enkele maanden geleden werd een vooraanstaand lid van de Rijksinkomstendienst ontslagen, nadat hij corruptie bij de douane aan de kaak had gesteld. President Daniël arap Moi benoemde onlangs een anti-corruptie commissie met aan het hoofd een uitgesproken volgeling van hem. De rechtzaak tegen verdachten in het zogenaamde Goldenbergschandaal en andere financiële fraudes, waarbij vierhonderd miljoen dollar van de staat werd gestolen, is opnieuw verdaagd tot maart.

Corruptie in Kenia reikt tot in de hoogste regionen, zeggen financiële deskundigen. In de Keniase pers vallen in dit verband namen als van Mois zoon Gideon, van de invloedrijke minister Nicholas Biwott en van vice-president George Saitoti. “Indien het Goldenbergschandaal tot op de bodem wordt uitgezocht, gaan er belangrijke koppen rollen”, meent een financiële expert. “Moi kan zich nauwelijks permitteren om zijn trouwste medewerkers te laten veroordelen.”

IMF-functionarissen zeggen echter hun poot stijf te willen houden, ze gaan niet meer akkoord met beloftes maar eisen actie.

Het begrotingstekort neemt toe, mede als gevolg van grote loonsverhogingen. Meer dan in welk jaar ook sinds de onafhankelijkheid gingen Kenianen in staking. Onderwijzers legden in oktober wekenlang het werk neer. Vlak voor de verkiezingen kwam de regering dit slecht uit en daarom ging ze na aanvankelijk een keiharde houding te hebben aangenomen uiteindelijk akkoord met een loonsverhoging van 150 tot 200 procent. Alle ambtenaren kregen daarna ook een presentje in de vorm van tien procent meer loon. Inmiddels zijn ook verpleegkundigen in de staatsziekenhuizen in staking gegaan. Waar de regering het geld voor de verhoogde uitgaven vandaan wil halen, blijft een mysterie. Bij de verkiezingscampagnes beloofde een parlementskandidaat de kiezers in zijn district te zullen verenigen om aan buitenlandse donoren hulp te vragen voor de aanleg van watervoorzieningen. Kenianen leven in hun gedachten nog steeds in het gouden tijdperk van gulle ontwikkelingshulp.

“Het hulptijdperk loopt op zijn einde”, zegt echter een bron bij het IMF. “Geen hulp maar handel, luidt de nieuwe richtlijn.” Tussen 1991 en 1995 nam donorhulp aan Kenia met 21 procent af en na de ruzie eerder dit jaar met het IMF bevroren de donoren hun hulp. Kenia zal het de komende jaren dus steeds meer zelf moeten rooien. Daarvoor zijn beduidend hogere groeicijfers nodig dan de verwachte twee procent.

Voor de sociaal zwakkeren - een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens - betekent verdere verloedering van het land een ramp. Kenia kent na Brazilië de grootste verschillen tussen arm en rijk. In ziekenhuizen ontbreekt het steeds meer aan medicijnen en in scholen aan lesmateriaal. Het wegennet zit vol met gaten. Kenia was eens één van de meer ontwikkelde landen van het continent. Van enige verbetering was de laatste jaren geen sprake en Kenianen zullen het alleen nog maar slechter krijgen.