Universiteit

In zijn recensie van twee recent uitgekomen boeken van Martha Nussbaum en Donald Kennedy (Boeken, 12 december) benadrukt Jan Karel Gevers dat Amerikaanse intellectuelen beseffen hoe de inhoud van hun universitaire onderwijs centraal dient te staan en dat aan die inhoud ethische en morele kwesties verbonden zijn, dat de Amerikaanse intelligentsia bovendien verantwoordelijkheidsbesef bezit, kortom dat het universitaire bedrijf in de Verenigde Staten een maatschappelijke zingeving kent die hier in Nederland ver te zoeken is.

Wie zoals ik de uitspraken en publicaties van Jan Karel Gevers de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet dat ook deze recensie eigenlijk gaat over zijn onstilbare verlangen om een zingeving te vinden voor zijn aanwezigheid aan de Universiteit van Amsterdam. Dit verlangen heeft iets vertederends. Het was inderdaad verschrikkelijk om in de jaren vijftige na lectuur van Jack Kerouacs On the Road, met die prachtige beschrijvingen van het van God verlaten uitgestrekte Amerika, te merken dat je in 22 uur van Amsterdam naar Stockholm kon liften, terwijl aardige lotgenootjes onderweg je de beste liftplekjes wezen. Geen luxe huurauto in de States bleek later in staat die eerste teleurstelling weg te nemen: 'waarom kan dit in Europa niet?'

Zo ongeveer moet het ook de recensent zijn vergaan. Zijn laatste zin schreeuwt dat verlangen uit: 'Het wachten blijft op het inhoudelijke debat over de vorming van de Nederlandse intellectueel.' Daar valt inderdaad wel iets over te zeggen, na bijna dertig jaar toeven in een intussen sterk uitgedund angsthazencircuit dat schuilging onder de naam van faculteit der letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Wat ik nooit zal vergeten is de uitspraak in 1979 van een collega die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontcijfering van een verder overigens niet zo belangrijk schrift: 'Jij weet dat het Semietisch noteert, ik weet dat het Semietisch noteert, maar vraag me nooit dat in het openbaar te bevestigen, want ik heb een vrouw en kinderen te onderhouden en nog geen vaste aanstelling.' Dat zegt toch wel iets over wat ik gemakshalve maar het wetenschappelijke klimaat in de desbetreffende faculteit zal noemen.

Wat de te vormen Nederlandse intellectueel (m/v) dus in ieder geval moet ontwikkelen is lef. Dat heb je nodig als je in een klein land leeft en toch de wereld buiten je eigen gezinnetje op enigerlei wijze van dienst wilt zijn. Dan moet er veel gereisd worden: de stroming van de Orinoco richting Trinidad kan nu eenmaal niet gemeten worden in een Amsterdams collegezaaltje en hetzelfde geldt voor het aanleggen van irrigatiewerken in Karnataka. Bovendien moeten je studenten ervan doordrongen worden dat Nederland als transitoland behoefte heeft aan specialisten, die altijd net iets beter theoretisch en praktisch zijn geschoold dan hun collega's in de 'grote' landen rondom waaraan zij hun diensten aanbieden.

Een internationale oriëntatie en een instelling van solidaire dienstbaarheid zijn nooit weg voor de te vormen Nederlandse intellectueel. Die sluiten het doen van wetenschappelijke ontdekkingen en het aanvragen van patent daarop overigens geenszins uit. Talenkennis is dan ook geen overbodige luxe maar noodzakelijk voor het adequaat functioneren 'in den vreemde'. Nederland is bovendien te klein om effectief in gescheiden maatschappelijke circuits te opereren. Er is niks mis met tipgeving. Dus als bijvoorbeeld het (trouwens uitstekende) biermerk Kingfisher van de brouwerij in Bangalore nu nét de pittige smaak van Heineken mist (bier is in India 'in' geworden) en 'wij Nederlanders' in Cochin nog steeds populair zijn om de simpele reden dat we er vóór de Engelsen een factorij hadden, is het best zinvol Freddy Heineken erop te attenderen dat een brouwerij met die naam aan de kust in het noorden van Cochin (in de rijkste Indiase staat Kerala) ook op termijn Karnataka en Tamil Nadu zal bestrijken. Dan kunnen de onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam mooi gaan berekenen om hoeveel miljoenen potentiële bierdrinkers het gaat en heeft de instelling van de prestigieuze Heinekenprijs wellicht nog enige zin gehad. En zo kan men nog wel even doorgaan.

Jan Karel Gevers gaat het nog zo druk krijgen dat hij geen tijd meer heeft om het debat over de vorming van de Nederlandse intellectueel voor te zitten.