Televisie en de levende werkelijkheid

Twee grote gebeurtenissen hebben 1997 tot een bijzonder televisiejaar gemaakt. Op 4 januari werd de vijftiende Elfstedentocht gereden. De NOS is daarvoor met veel technisch geweld naar Friesland vertrokken. In de opmaat naar de Tocht der Tochten gaat het over het grote aantal camera's, de kilometers kabel, de helikopters, over de honderden technici en verslaggevers. Maar wat uiteindelijk telt, blijken de deelnemers op het ijs.

Vanaf het eerste licht op die kristalheldere morgen ontrolt zich een televisieprogramma dat zijn weerga niet kent. Verstilde landschappen vanuit een helikopter opgenomen worden afgewisseld met close ups van vechtende mannen op bijna verlaten vaarten, geregistreerd vanaf een meerijdende motor. Bij de strijd om de gunstigste koppositie lijkt de camera soms laag over het ijs mee te schaatsen. Hij ziet de strakke koppen van schaatsers die moeten lossen. Beelden van rietkragen als enige toeschouwers. Stempelen. Klunen. Lange bochten. Strakke glimmende ijsstrepen in het witte Friese landschap. Zo brengt televisie de werkelijkheid rechtstreeks en een op een over. Geen slow motions met pastorale muziek. Alleen krassende schaatsen en het Vietnam-geplop van de helikopter op verre afstand onder het verslag van de commentatoren.

Het drama begint 's middags als de camera's de tocht van de toerrijders in beeld brengen. Het carnaval van Bartlehiem afgewisseld met mannen en vrouwen die ijstranen huilen, zittend op dijkjes, bij EHBO-posten, bij boerenschuren in het niemandsland. De tocht eindigt om 00.00 uur. Tot het bittere einde fascinerend in beeld gebracht. In 1997 maakt de NOS, onder leiding van Martijn Lindenberg, van de mooiste schaatstocht het mooiste televisieprogramma.

Het live-verslag van sportieve en actuele ontwikkelingen lijkt nog steeds het exclusieve werkterrein van de publieke omroep. RTL en de andere commerciëlen geven live niet thuis bij grote debatten in de Tweede Kamer, op Prinsjesdag, op Koninginnedag, bij begrafenissen, schaatsen op Ankeveen of de Elfstedentocht. Aan de kijkcijfers ligt het niet. Alle grote live-verslagen worden bovengemiddeld bekeken en daar ligt dus potentiële reclame-omzet.

Misschien is de houding van de commerciële omroepen te verklaren uit de dominante positie van de NOS, of aan de onvolwassenheid van de commerciële tv in Nederland. In Engeland, een volwassen televisieland, beconcurreren BBC en ITV elkaar niet alleen met speelfilms, het grote amusement en sport, maar ook bij evenementen.

Het beste voorbeeld daarvan wordt bij een andere televisiehoogtepunt van 1997 gegeven: op 6 september bij de begrafenis van prinses Diana. De BBC en BSkyB, de Britse betaalzender, doen beide verslag van de begrafenis. In de kerk wordt een aantal cameraposities gedeeld, maar de dramatische tocht door Londen wordt op eigen wijze in beeld gebracht. In Nederland kunnen we de verschillen goed waarnemen, omdat de NOS de verslaggeving van de BBC overneemt en RTL die van BSkyB. De Britse publieke omroep werkt met minder close ups, is afstandelijk, ondersteunt het beeld met algemeen geluid. Geserreerd en toch dramatisch. De commerciële omroep laat alle emotie langs de weg zien. Ingezoomd op huilende toeschouwers, teksten op kaartjes aan bossen bloemen. En het geluid past bij het beeld: met richtmicrofoons opgenomen huilende mensen, kreten van sympathie uit het publiek ondersteunen de beelden.

Naast alle mooie sportmomenten, de journaals, de veellagige documentaires, de pittige discussies, de grote shows, het magere dagdrama, de slechte talkshowimport, zijn voor mij de grote live-reportages de hoogtepunten van een jaar televisie. Ze maken veel goed en vormen misschien uiteindelijk het echte bestaansrecht van televisie.