Paardenworstjes, vla en haring; Het toneelwerk van Alex van Warmerdam

Alex van Warmerdam: Verzameld theaterwerk 1982-1996. Thomas Rap, 424 blz. ƒ 75,- (geb)/ƒ 65,-

De hoofdpersonen in de theaterstukken van Alex van Warmerdam vatten het leven niet lichtvaardig op. Alles wat zij doen, doen zij met grote ernst. Hun komiek zit 'm in het feit dat zij niet kunnen lachen, want niets is lachwekkender dan iemand die geen weet heeft van zijn belachelijkheid.

Van Warmerdam speelt dat verschil tussen het wetende publiek en het onwetende personage virtuoos uit. Zelfs wanneer zo'n personage het onderwerp humor te berde brengt blijft hij in humorloosheid hangen - en de enigen die dat constateren zijn wij. De titelheld in De wet van Luisman is een leraar die tegen zijn leerlingen zegt: 'Zolang jullie nog niet begrijpen waar jullie wel en niet om moeten lachen, hebben wij het over humor.' Luisman gebruikt de humor als wapen in de strijd om de macht, overigens zonder succes.

De wet van Luisman uit 1984 staat in de bundel Alex van Warmerdam: Verzameld theaterwerk, waarin we alle door de theatermaker verzonnen grappen op ons gemak kunnen nalezen. Natuurlijk, vergeleken met de voorstellingen ontbreekt er een hoop: de muziek en het licht, het decor en vooral de persoonlijkheid van de spelers. Wie De wet van Luisman gezien heeft denkt aan Aat Ceelen, wie zich Het Noorderkwartier kan herinneren denkt aan Loes Luca, wie, vorig jaar, naar Kleine Teun geweest is denkt aan Annet Malherbe, Kees Hulst en Ariane Schluter. Daaroverheen schuift onvermijdelijk het beeld van Alex van Warmerdam zelf, de man met de afstaande oren, de duizendpoot die als acteur, tekstschrijver, regisseur, decorontwerper en schilder al sinds de oprichting van De Mexicaanse Hond in 1980 een zwaar persoonlijk stempel op dat gezelschap heeft gedrukt.

Bij het lezen moeten wij het dus doen met wat we ons nog herinneren; de rest dienen we ons zelf voor ogen te toveren. En dan blijkt dat de tekst alleen al kracht genoeg bezit om onze tot luiheid geneigde verbeelding aan het werk te zetten. Inspirerend is een aanwijzing als deze: 'Er verschijnt een stoel. In de stoel zet zich een witte kwaststreek neer. De witte veeg wordt een konijn, het konijn een baviaan. De stoel verdwijnt. De baviaan wordt een naakte jongeling.' Gesteld dat het stuk waar dit citaat uit komt opnieuw zou worden opgevoerd, dan nog hoef je niet per se naar het theater om te zien hoe die transformaties zich voltrekken. Zó zie je ze immers ook?

Er gebeuren veel wonderbaarlijke dingen in de teksten van Alex Van Warmerdam. Zijn helden nemen hun visioenen net zo serieus als hun dagelijkse beslommeringen en ze doen hun uiterste best het decorum te bewaren bij de ontmoeting met een konijn, een baviaan, een naakte jongeling. Of bij de ontmoeting met een heilige. Zowel in het theaterstuk De leugenbroeders (1988) als in de film De Noorderlingen (1992) komt Sint Franciscus tot leven - waarop degene aan wie hij verscheen prompt tot martelaar wordt verheven, door een naar wonderen hongerend volk. Het spook van het katholicisme heeft bij Van Warmerdam een oer-Hollands gezicht. De martelaars die niks eten en toch in leven blijven, verzetten zich tegen de vreetzakken uit hun naaste omgeving - en wat vreten die dan zoal? Paardenworstjes, vla en haring.

In naar worst en haring stinkende Hollandse huiskamertjes spelen Van Warmerdams drama's zich meestal af, en de bewoners mogen zelfs op de wc niet van hun privacy genieten. De vaders uit deze gezinnetjes zijn nog het ergst, in hun streven om alles en iedereen onder de duim te houden - maar helaas, hun autoriteit is niet meer vanzelfsprekend. Van vrouw, kind en ondergeschikten krijgen ze een grote bek terug en zo ontwikkelen zij zich tot gemankeerde despoten met troosteloze seksuele obsessies.

De vader in Kaatje is verdronken (1993) bijvoorbeeld stelt zich steeds maar weer voor dat zijn tienerdochter gepakt wordt door 'havenjongens die allemaal zo'n paal in hun broek hebben'. Die havenjongens, denkt pa paniekerig, zouden weleens in de struiken van de verwilderde tuin kunnen zitten. De struiken moeten dus weg en daartoe haalt pa een tuinman in huis. Waarmee hij ongewild de spanning opvoert tot aan de grens van het draaglijke.

Je vraagt je af wat die Van Warmerdam-gezinnetjes in godsnaam bij elkaar houdt. De leden vertrouwen elkaar voor geen cent en zijn in feite elkaars grootste vijand. Ze weten dat het anders kan, beter. Maar hóe, dat zien ze alleen voor zich in dromen en in toneelstukjes waarin ze anderen dwingen de rol te spelen die zij voor hen hebben bedacht. Ze denken scènes uit waarin in vervulling moet gaan wat ze in het dagelijks leven missen - en al te vaak verstarren hun regieaanwijzingen tot absurde voorschriften. Zoals hier, in De leugenbroeders: - Als je geen borsten hebt mag je naakt door de stad lopen. - En als je wel borsten hebt? - Dan niet, want borsten bewegen als je loopt en dat geeft aanstoot.

Al die regels die men elkaar probeert op te leggen, al die nauwkeurig geprotocolleerde spelletjes die men met elkaar tracht te spelen: het zijn niet meer dan almachtsfantasieën, tot mislukken gedoemd omdat men ze niet in de hand heeft.

Uit: De wet van Luisman, Verzameld Theaterwerk, van Alex Warmerdam:

Looch onderdrukt een opkomende woede. Uit zijn zakken haalt hij twee eieren en houdt ze voorzichtig in zijn handen. Hij loopt naar zijn plaats en wil gaan zitten.

Luisman: Wat heb je daar in je handen, Looch? Tong verloren? Laat zien. Plagge, wat heeft Looch daar in zijn handen?

Edgar: Twee eieren.

Luisman: Wat is dat voor onzin, Looch?

Edgar: Om zijn drift te onderdrukken.

Luisman: En waar is die dan wel op gestoeld, die onderdrukte drift? Looch: Ik ben niet merkwaardig van geest. Luisman: Hier die eieren. Looch: Ik ben niet merkwaardig van geest. Luisman: Hier die eieren.

Looch heft zijn vuist. Luisman wil de slag pareren, lijkt een gevecht niet uit de weg te gaan.

Edgar: Is niet verstandig, meneer!

Luisman: Plagge, is dat waar wat Edgar zegt?

Plagge: Ja, meneer.

Luisman: Heb je dat zelf bedacht van die eieren, Looch?

Looch: Mijn moeder, meneer.