Ouders gaan scheiden, weinig begrip op school

Steeds vaker krijgen leraren op school te maken met onvoorspelbaar gedrag van leerlingen wier ouders in scheiding liggen. Veel leraren weten er geen raad mee.

UTRECHT, 2 JAN. Een leerling wordt steeds brutaler in de klas, haalt almaar slechtere cijfers en gaat spijbelen. Zijn ouders liggen in scheiding, ontdekt de leerlingbegeleider (een bijgeschoolde leraar). Hij voert gesprekken met het kind en vraagt collega's clementie te tonen als de leerling geen huiswerk maakt. En opeens, van de één op de andere dag, wil de leerling niets meer met hem te maken hebben. Zijn cijfers blijven kelderen.

Steeds vaker krijgen leraren met dit soort gedrag te maken, bij leerlingen wier ouders gaan scheiden. Steeds vaker ook blijkt dat ze zich er geen raad mee weten, constateren orthopedagoog A. Nieuwenbroek en leerlingbegeleider J. Ruigrok, verbonden aan het pedagogische bureau KPC Onderwijsadviseurs. Reden voor hen om ervaringen van scholen met echtscheiding te bundelen voor het boek 'Scheiden in Meervoud'. De leraar doet zijn best en krijgt 'stank voor dank', vindt hijzelf. Waar bemoeit die zich ook mee, roepen leerling, ouders en sommige collega's - terecht volgens Nieuwenbroek. “Want vaak pakken leraren het totaal verkeerd aan.”

Jaarlijks scheiden de ouders van ruim 29.000 basis- en middelbare scholieren (3,5 procent). Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat echtscheiding leidt tot slechte schoolprestaties, soms jarenlang. Vooral bij jongens en vooral bij jongeren ouder dan twaalf jaar. Veel scholen beschouwen zich tegenwoordig niet alleen als onderwijsinstituut, ze schrijven zichzelf ook een sociale rol toe. School is de enige plek in de samenleving waar zo'n beetje alle jongeren gedurende lange tijd nog verschijnen, is de redenering.

Leraren maken fouten omdat er over leerlingen wier ouders in scheiding liggen, misverstanden bestaan, betogen de auteurs. Kern van het misverstand is dat kinderen slachtoffer zijn van een echtscheiding, zegt Ruigrok. Vanuit die gedachte spant de begeleider (leraar) zich in om de leerling te steunen, om hem te overladen met vriendelijkheid. “Terwijl kinderen jegens beide ouders een grenzeloze loyaliteit hebben. Ze willen geen kritiek horen op hun ouders. Alleen al het idee dat een buitenstaander hen in bescherming neemt, en dus hun ouders afvalt, vinden ze een ramp. Dat beschouwen ze als verraad. Vaak treden scholen die loyaliteit met voeten.”

Ruigrok zelf maakte eens een vergelijkbare fout, ook al ging het niet om echtscheiding: met de beste bedoelingen adviseerde hij een leerling die werd gepest wegens zijn spraakgebrek, les te nemen bij een logopediste. De jongen ging niet en wilde al snel niet meer praten met Ruigrok. “Bij een ouderavond ontmoette ik zijn vader. Tot mijn schrik merkte ik dat die hetzelfde spraakgebrek had. Voor het gevoel van die jongen had ik zijn vader aangevallen, via hem.”

Ook met ouders krijgen leraren vaak ruzie, omdat die vinden dat de school partij kiest. De één is boos, omdat hij niet wordt uitgenodigd voor de theatervoorstelling op school. De ander omdat hij hoort dat de leraar kritiek op hem uitte, tegen zijn kind. “Als leraar kun je niet zeggen: 'je vader is een schoft omdat hij er met een jonge vriendin vandoor is', ook al vind je dat. Meestal hebben ouders maar één wens: dat de omgeving hen blijft erkennen als ouder.”

Zo was er een vader die na zijn echtscheiding een paar jaar in de gevangenis zat, vertelt Nieuwenbroek. Hij had zijn kinderen lange tijd niet gezien en had ook geen omgangsregeling. Het eerste dat hij zei bij zijn vrijlating was:ik ga naar mijn kinderen. De school was gewaarschuwd, maar binnen de kortste keren stond hij op het schoolplein. Toen hem de toegang werd ontzegd, werd hij gek: met een mes ging hij de autobanden van leraren kapot steken. Paniek. “Een leraar kwam naar buiten en had twee keuzes: de politie bellen of zelf ingrijpen. Hij deed het beste”, zegt Nieuwenbroek. “Hij zei tegen de man: 'ik zie een woedende vader'. De vader stortte huilend in - de leraar had hem aangesproken als vader. Later is er tussen de leerlingen en hun vader een gesprek geweest.”

Behalve slechte cijfers kunnen scholen om andere redenen niet om echtscheiding heen. Tijdens de les wordt het verband met de praktijk tegenwoordig voortdurend aangehaald: bij economie komen bijstandsmoeders ter sprake, bij aardrijkskunde de bevolkingsopbouw, bij Nederlands de liefde. Nieuwenbroek: “Leraren moéten dus aandacht hebben voor kinderen, die over echtscheiding willen praten, zonder hen voor het blok te zetten. Veel kinderen worden het liefst met rust gelaten, anderen vinden de echtscheiding een verbetering in hun leven.” Een leraar moet zijn eigen normen en waarden over het huwelijk buiten beschouwing laten, vindt Nieuwenbroek. “Bovendien moet hij de loyaliteit tussen kind en ouders nooit onderschatten: zodra hij openlijk de kant kiest van het kind of van één ouder, haakt de leerling af.”