Oosterparkers wanen zich in getto

Oudjaar verliep rustig in de Oosterparkwijk in Groningen. Maar een nacht eerder trok een groep jongeren plunderend rond. De politie was nergens te bekennen.

GRONINGEN, 2 JAN. Al lang voor twaalven woeden op oudejaarsavond de vreugdevuren in de Groningse Oosterparkwijk. Pallets, lattenbodems en bankstellen verdwijnen in de vlammen op het kruispunt van de Irislaan en de Goudenregenstraat. Waar de brandstof vandaan komt is onduidelijk, maar niet uit huizen waarvan de bewoners niet thuis zijn, zoals een nacht eerder.

Tientallen jongeren plunderden drie woningen, wierpen barricades op, staken meubels in brand. Urenlang konden ze ongestoord hun gang gaan. Volgens korpsbeheerder en burgemeester H. Ouwerkerk duurde het “een dikke twee uur” voor de Mobiele Eenheid ter plekke was. Volgens buurtbewoners wel langer. Voor het NOS-journaal zei Ouwerkerk zich diep te schamen. Dat zal de politie op oudejaarsnacht niet nog eens gebeuren. Al lang voor twaalven rijden drie gepantserde ME-wagens in kolonne door de straten. Er is 55 man ingezet, drie keer zoveel als anders.

“Ik zou er maar vandaan blijven”, zegt een buurtbewoner over de Goudenregenstraat en omgeving. “Ik weet wel zeker dat het los gaat. Als er veel blauwe petten zijn zeker.” Een volksbuurt, zo staat de Oosterparkwijk waar ook het stadion van FC Groningen ligt, bekend. Er staan kleine huizen uit de jaren dertig, met lage huren. “Als je ze tegenkomt bij de winkel herken je ze wel”, zegt de buurtbewoner, die in een wat duurder huurhuis woont. “Aan hun goedkope kleren en aan wat ze in hun karretje hebben: wittebrood en een krat bier.” Een economiestudente, op weg naar een feestje, heeft wel begrip voor de rellen. “Wat hebben die mensen nou?”

Volgens het Groningse gemeenteraadslid P. Verschuren (SP) is de wijk al maanden onrustig. Begin december hield de politie 23 mensen aan voor vernielingen, bedreigingen en inbraken. Samen met het SP-Statenlid S. Lammerts en nog enkele buurtbewoners stuurde Verschuren op 30 december een fax naar de burgemeester. “We wilden dat ze voor oudejaarsnacht iets zouden organiseren. Iets van muziek of zo, om die jongeren in elk geval van de straat te houden.” Tijdens de rellen werden bij Lammerts de ruiten ingegooid. Hij heeft aangekondigd uit de wijk te vertrekken en hij zal een schadeclaim indienen bij de gemeente.

Klokslag twaalf stroomt de Goudenregenstraat vol. Buurtwinkels, zoals de slagerij op het kruispunt, hebben uit voorzorg schotten voor de ramen aangebracht. '31-12, slag om O.P.B. (Oosterparkbuurt, red.)', staat op plank voor het raam van de snackbar. “Het wordt hier elk jaar een graadje erger”, zegt een gemeente-ambtenaar die temidden van het geknal voor zijn tuin staat. Een nacht eerder heeft hij tot vier uur 's ochtends de rellen gadegeslagen. Hij was nu graag nog even bij vrienden langs gegaan maar durft zijn huis niet onbeheerd achter te laten. Aan de overkant zijn twee geplunderde huizen dichtgetimmerd. In de een woont volgens de ambtenaar een jong meisje dat op vakantie is, in de ander “een soort handelaar” die vaak weg is.

Ook een blonde vrouw, moeder van drie kinderen, heeft een nacht eerder de rellen gezien. “We stonden hier allemaal. Niemand zei wat. Als je wat zegt, ben jij de volgende.” Het ergst vond ze dat de politie niet kwam. Haar buurman heeft drie keer gebeld. “'Ja we komen', zeiden ze de eerste twee keer. De derde keer gooiden ze gewoon de hoorn op de haak. Dan woon je dus in een getto.” De 28-jarige Johan Kramer (“Ik heb in het verleden ook weleens een paar strijkers op een autoruit gelegd”) kijkt naar de dichtgetimmerde huizen en schudt zijn hoofd. “Een ruit ingooien...”, hij aarzelt, “...nee dat kan eigenlijk ook niet. Maar dan ook nog het huis leeghalen, dat gaat te ver.”

Het is nog altijd een raadsel hoe de situatie zo uit de hand heeft kunnen lopen. Volgens Ouwerkerk was vertraging tot de komst van de ME niet te vermijden. “Het kan best zijn dat mensen uit Stadskanaal of Uithuizen moeten komen. Dat duurt even. We hebben nergens in Nederland ME die in uitrusting zit te wachten.” Wel verwijt hij de politie dat zij passief afwachtte tot de ME kwam. “Dat vind ik onbestaanbaar. Daardoor heeft de razernij zich kunnen ontladen. Burgers zijn van het schild van de politie verstoken geweest.”

Maar Ouwerkerk is toch zelf verantwoordelijk voor het optreden van de politie? “Ik ben 's avonds opgebeld door de commandant die voorstelde om de ME in te zetten. Daar was ik het natuurlijk mee eens. Maar niemand heeft mij verteld dat de politie al die tijd feitelijk afwezig was. Ik vind ook dat ik dat niet hoef te weten. Ik ben geen korpschef.” Wat had de politie volgens hem moeten doen? “Dat zou ik zo gauw ook niet weten. Maar er moet iets tussenin zitten, tussen er niet zijn en er zijn met veertig man ME. Ga er dan niet met veertig maar met tien man naar toe.” Heeft de korpschef dus een fout gemaakt? “Het gaat mij niet om meneer A of mevrouw B. De politie heeft zich laten verrassen door de massaliteit.” Kan dezelfde situatie zich opnieuw voordoen? “Ja.”

De menigte feestvierders zwelt aan. Er komt rook uit het huis van de handelaar. Twee brandweerwagens draaien de straat in. Brandweerlieden beginnen de planken voor de ramen los te wrikken om te kunnen blussen. Dat duurt enige tijd. ME'ers houden de mensen op afstand. Een meisje met een petje, een jaar of tien, gooit rotjes naar hun voeten. Wegwezuuuuh, roepen passerende jongens met een pilsje in de ene hand en een plastic tas met rotjes in de andere.

De blonde vrouw vindt dat de buurt, waar ze al veertien jaar woont, door de rellen ten onrechte in kwaad daglicht komt te staan. “De meeste van die jongens kwamen hier helemaal niet vandaan. Die van hier ken ik van gezicht.” Ze denkt niet dat armoede de oorzaak van de problemen is. “Waar slaat dat nou op. Ik betaal toch ook 600 gulden voor die kutwoning.” Ze wijst met haar hoofd naar de portiekflat achter haar. Voor de ingang staan haar moeder, haar man en haar drie kinderen. De oudste, een jaar of 15, joelt als weer een ME-busje op het kruispunt het vreugdevuur rondt. “Hee doe es normaal”, roept zijn vader. “Wat nou man. 't Is nieuwjaar!” roept de zoon. Zijn jongere broer gooit een rotje in een afvoerput. Hun kleine zusje houdt nuffig een zakdoekje voor haar mond tegen de rook.

Om half twee klinken er dreunende ontploffingen van vuurwerkbommen uit de richting van het Oosterpark. De menigte is uitgedund. Het vreugdevuur woedt voort, nu vooral gevoed met kerstbomen. Vlammen likken het wiel van een fiets. De politie verzamelt zich in een busje en een auto en rijdt in hoog tempo weg. Het ME-busje volgt. Een speciaal rechercheteam van zes man heeft inmiddels vier jongeren aangehouden voor de rellen in de nacht van 30 op 31 december. De politie verwacht nog meer arrestaties.